nieuws

‘Vrijheid bij aanbesteden beknot door angstcultuur’

bouwbreed Premium

‘Vrijheid bij aanbesteden beknot door angstcultuur’

De doorgeslagen drang naar transparantie bij aanbestedingen leidt tot bureaucratische rompslomp en beknot opdrachtgevers in hun mogelijkheden de Aanbestedingswet optimaal te benutten.

Manager Joost Fijneman en adviseur Jos van Alphen van het Aanbestedingsinstituut slaan alarm. In de aanbestedingspraktijk, vinden zij, ligt nu te veel nadruk op de regeltjes waarbij de angst om te ‘moeten motiveren’ domineert. “In plaats van gebruik te maken van nieuwe vrijheden en te investeren in netwerken, verzanden veel gemeenten in het optuigen en bijhouden van groslijsten en shortlists.”

De meeste bouwopdrachten – projecten tot 1,5 miljoen euro – worden inmiddels onderhands gegund. Meer dan de helft van de gemeenten besteedt niets meer openbaar aan. Vorig jaar werden nog maar 1397 openbare aanbestedingen uitgeschreven, tegenover ruim drieduizend in de jaren ervoor. Bij het Aanbestedingsinstituut, dat onafhankelijk opereert de kwaliteit van bouwaanbestedingen bewaakt en is gelieerd aan Bouwend Nederland, leven gemengde gevoelens over de opmars van de onderhandse opdracht. Enerzijds is de procedure relatief goedkoop en kan het de band tussen opdrachtnemers en opdrachtgever versterken, anderzijds dreigt deze beweging oncontroleerbaar te worden en ligt de nadruk te veel op het hanteren van groslijsten.

Selectieprocedures

Aanbestedende diensten verzuimen energie te steken in toekomstbestendige relaties met bouwers en steken onevenredig veel tijd en moeite in het optuigen van selectieprocedures. “De mogelijkheid om bouwers te selecteren als strategisch partner en meedenkende marktpartij lijkt volstrekt niet door te dringen”, licht Van Alphen toe. “Private partijen als MacDonald’s, Ikea, supermarktketens en nutsbedrijven werken niet anders. Zij selecteren al jaren niet meer op de laagste prijs, maar zoeken bouwers die bij hun cultuur en eisen passen. Wie twee keer een steek laat vallen, komt niet meer binnen. Bij gemeentelijke onderhandse opdrachten zou dat ook mogen, maar daar overheerst de angstcultuur om niet transparant te werken.” Het vermoeden is dat bij onderhandse opdrachten het gunnen op de laagste prijs nog altijd domineert. “Dat is op zich niet erg, maar de procedure biedt juist ruimte om daarnaast goede prestaties en samenwerking te belonen in de vorm van extra opdrachten of extra uitnodigingen”, schetst de adviseur.

Wie mogen aanschuiven bij onderhandse opdrachten, is afhankelijk van de gemeentelijke willekeur en voorkeur. “De een nodigt heel transparant en breed uit, terwijl de ander zich beperkt tot de lokale bouwers. Dat kan binnen een regio scheve verhoudingen geven, want als je al een prettige basis hebt in je eigen gemeente, kun je lager inschrijven bij de buren. Dat leidt tot een raar bijeffect van oneerlijke concurrentie waar eigenlijk niets aan te doen is, maar die wel tot nadenken stemt”, zet Fijneman uiteen. Het Aanbestedingsinstituut is al door diverse kleinere bouwers benaderd over het nieuwe fenomeen, dat lokaal tot veel frustratie leidt.

Kwaliteitscriteria

Tegelijk worstelen nog veel mkb-bedrijven met het fenomeen kwaliteitscriteria (emvi) en maken zij beginnersfouten waardoor ze soms opdrachten missen door gebrek aan inschrijfervaring. Fijneman: “Zij weten precies waar de risico’s kleven bij bepaalde gemeentelijke opdrachten, maar die zo formuleren om optimaal punten te scoren, is andere koek. Tegelijk zie je dat sommige bouwers gouden bergen beloven om maar emvi-punten binnen te halen en dat vervolgens niemand controleert of die in de praktijk ook worden waargemaakt. Ook dat leidt totfrustratie bij de afgevallen inschrijvers die met meer realiteit inschreven, maar lager scoorden. Veel opdrachtgevers gunnen op ‘goed gevoel’ en dat is nu juist niet de bedoeling.”

Reageer op dit artikel