nieuws

‘Energieakkoord niet doodgeboren’

bouwbreed Premium

‘Energieakkoord niet doodgeboren’

Saai is een gesprek met advocate Alexandra Boot geen moment. “Groen is niet alleen maar geitenwollensokken. Het is ook een businessmodel.”

Het is veelzeggend. In drie sectoren is ze actief. Alexandra Boot (50), directeur van Boot Advocaten. De drie sectoren zijn de bouw- en vastgoed, de zorg en duurzame energie. De kunst is volgens haar om recht, techniek en fiscaliteit met elkaar te verbinden. Bij ziekenhuizen die wel toe zijn aan een facelift, bij supermarkten of kantoorgebouwen die nog net niet ten dode zijn opgeschreven. Zag iedereen dat maar zo. Dan was er geen nieuwe leidraad aanbesteden voor energieprestatiecontracten nodig. Die schreef Boot in opdracht van het Rijk.

Wat is er aan de hand?

“Ik loop al jaren rond in deze markt. Ook internationaal. Er zijn zoveel partijen die willen investeren in duurzaam vastgoed. Miljarden liggen er op de plank. Het investeringsklimaat in Nederland is gunstig voor buitenlandse investeerders. Veel mensen denken dat het Energieakkoord een doodgeboren kindje is, maar ik zie genoeg personen, ook bij de overheid, die echt stappen willen zetten. De markt van aannemers, ontwikkelaars, architecten en installateurs wil ook wel. Er zit alleen een gat tussen die twee partijen om tot goede projecten te komen. Soms staat het aanbestedingsrecht in de weg. Overheden vinden het ook moeilijk om duurzaam aan te besteden. Aan de voorkant dien je techniek, financiën, fiscale en juridische zaken bij elkaar te brengen. Helaas gebeurt dat nog amper. Iedereen focust zich op zijn eigen onderdeel. Bij banken zie je precies hetzelfde. Die bieden financiering aan, terwijl ze inhoudelijk geen idee hebben van de techniek en de kansen van een esco-project.”

Mislukken er veel projecten?

“Je hoort vaker dat partijen met de juiste intenties achteraf toch niet tevreden zijn. Dan zijn er te veel adviseurs bij een project betrokken, waardoor je een opeenstapeling krijgt van voorwaarden. De samenhang gaat daardoor verloren, technisch worden projecten onuitvoerbaar en financieel niet haalbaar. Het eindresultaat is dat marktpartijen zich terugtrekken of dat haalbare ambities worden geschrapt. Met de leidraad willen we opdrachtgevers helpen. Nee, het moet geen nieuw document worden voor in de kast. Zoiets heb ik nog nooit geschreven.”

Boot onderbreekt het gesprek. Ze blikt terug op haar bezoek aan Barcelona met Jacqueline Cramer.

“Zij was verbaasd over de hoeveelheid projecten die er in het buitenland worden gecreëerd. Waarom gebeurt dit niet in Nederland, vroeg zij. Het is daar een professie, antwoordde ik. Het beroep facilitator is daar ook heel gewoon. Dat is iemand die alle losse eindjes aan elkaar knoopt. Iemand die boven alle partijen staat.”

Wat gaat er in Nederland vaak mis?

“Opdrachtgevers besteden vaak te gefragmenteerd aan. Soms weten ze niet eens hoe groot de opdracht precies is. Als je denkt dat je zes ketels moet vervangen, terwijl het er zestien blijken te zijn, schiet dat natuurlijk niet op. Markt en aanbod praten kortweg langs elkaar heen. Ik ken voorbeelden van scholen, waarin totaal overgedimensioneerde ketels staan. Bij een warmte-koudeopslag voor een appartementencomplex in Amsterdam werd de stekker eruit getrokken, omdat niemand wist hoe het werkte. De bouwer had dat niet uitgelegd. Dat is toch een totale verspilling van geld? Dat ding had de hele wijk van energie kunnen voorzien.”

Waarom is een energieprestatiecontract eigenlijk zo fantastisch?

“In het buitenland zie je gewoon de enorme besparingen die je ermee kunt behalen. Maar het gaat verder dan dat. Er zijn esco’s die comfort, energiebesparing en restwaarde kunnen garanderen. Comfort? Nou, de kosten van de investering mogen dan in het begin hoger uitvallen, als je weet dat het leidt tot een lager ziekteverzuim en hogere tevredenheid bij eindgebruikers, wordt het ineens toch interessant.”

Is deze ontwikkeling ook interessant voor kleine aannemers?

“Juist. Het gaat echt niet alleen om megacontracten. Ook kleinere gemeenten zouden integraal naar hun projecten moeten kijken.”

Is de leidraad het ei van Columbus?

“Het is het begin van een oplossing, maar in het gedrag moet ook iets veranderen. Er bestaat nog steeds zoveel wantrouwen onderling. Dat los je niet op met papier. Nieuwe samenwerkingsverbanden en transparantie zijn nodig. Groen is niet alleen maar geitenwollensokken. Het is ook een businessmodel.”

Ed Nijpels, bewaker van het Energieakkoord, en minister Blok menen dat marktpartijen met betere oplossingen moeten komen…

“Het is te makkelijk om dat te roepen. En energiefondsen stellen ook weer voorwaarden die blokkades opwerpen. Het is echt geen gratis geld dat er ligt.”

Tien tips voor uw klant

Beschrijf belangrijkste prestatie-indicatoren;

Kweek vertrouwen en spreek af wat je doet als dat weg is;

Stel contractmanager aan met kennis gebouwen, energie en inkopen;

Maak nulmeting op basis van gebouwgegevens en historisch energieverbruik;

Vraag uitvoerende partij voorstellen te doen over innovatie en prestaties;

Zorg voor flexibel contract dat inspeelt op wijzigende omstandigheden;

Neem communicatiestructuur op in het contract;

Gebruik ervaringen van medewerkers;

Manage verwachtingen eindgebruikers over het te verwachten binnenmilieu;

Vraag uitvoerende partij om een handleiding voor het gebouwgebruik.

‘Het gebouw is een operatie’

 

Francesco Franchimon,manager Energy Systems, BAM.

Franceso Franchimon beschouwt het gebouw als een operatie tussen onderhoudsprestatie, energieprestatie en slim energie inkopen. Hoeveel patiënten zijn er? “Nou, heel veel. De gehele gebouwvoorraad tot en met de jaren 90 en zelfs een deel van de jaren nul. Geen enkel gebouw presteert zoals het ooit ontworpen is. Hoe ziek de patiënt is? Ernstig of een beetje grieperig? Het is iets meer dan een griepje, maar er bestaat gelukkig wel een antibiotica. Wij moeten er voor zorgen dat we daar niet immuun voor raken, want dan wordt het terminaal en haalt Nederland nooit zijn doelen op het gebied van duurzaamheid.”Bouwbedrijf BAM begon in 2007 met energy service companies (esco’s). “We verkochten warmte en koude in plaats dat we alleen een duurzame installatie aanlegden. Destijds was dat voor een bouwer redelijk nieuw.” Hij gelooft nog steeds in de integrale aanpak van een gebouw: “Je kunt wel besparen met nieuwe installaties, maar als de gevel zo lek is als een mandje is het dweilen met de kraan open.”

‘Dit is juist interessant voor het MKB’

 

Dick van Veen,directeur duurzaam vastgoed Eneco.

Eigenlijk is een esco een mini-pps’je, legt Dick van Veen uit. Zoek de verbinding, roept hij bouwers en installateurs op: “Juist ook mkb-bedrijven.” Van businesscase naar valuecase. Het is niet altijd makkelijk, maar er zijn ook successen. “In Papendal zijn we in staat om comfort, temperatuur en luchtvochtigheid optimaal te laten aansluiten op de wensen van de topsporters. Als volleyballers naar Australië moeten, kunnen wij ervoor zorgen dat ze in Papendal trainen onder vergelijkbare condities.”Eneco is in de volle breedte actief in de vastgoedsector en trekt ook samen op met bouwbedrijven en installatiepartijen. De vraag naar all-inclusive verbouwpakketten begint te komen, signaleert Van Veen. “Maar het geld blijft vaak op de planken liggen. Door tegengestelde belangen is degene die investeert vaak niet degene die profiteert. Met onderhoudscontracten proberen we dat te doorbreken.” Opdrachten komen nog te veel klassiek op de markt, ziet Van Veen. “Dat is zonde. Zo kom je nooit tot de gewenste ketenbenadering.”

Reageer op dit artikel