nieuws

Regels duurzaam bouwen gebaseerd op oude doelen

bouwbreed

Regels duurzaam bouwen gebaseerd op oude doelen

De rekenmethode voor duurzaam materiaalgebruik in de bouw is gebaseerd op verouderde milieudoelstellingen. Met een advies van TNO aan het toenmalige ministerie van Verkeer en Waterstaat om de regels “elke paar jaar” te actualiseren, is nooit iets gebeurd.

Gemeenten, Rijkswaterstaat en het Rijksvastgoedbedrijf baseren zich bij het verstrekken van opdrachten sinds 2013 op wettelijke regels voor duurzaam materiaalgebruik in de bouw. Deze regels blijken te zijn gebaseerd op inzichten die stammen uit het jaar 2000, en de daaraan gekoppelde milieudoelen voor 2010. Dit kan betekenen dat een bouwmateriaal – bijvoorbeeld hout, beton, kunststof of composiet – in werkelijkheid duurzamer of juist minder duurzaam is dan volgt uit de berekening.

Nooit verwerkt

Volgens de gekozen systematiek worden waarden toegekend aan milieugevolgen. Gekeken wordt naar de vraag in hoeverre gebruikte materialen van invloed zijn op bijvoorbeeld de klimaatverandering of de aantasting van de ozonlaag. Nieuwe inzichten en politieke doelstellingen zijn na het jaar 2000 nooit in deze weging verwerkt.

Volgens een deskundige van CE Delft zouden de rekengetallen niet meer gebruikt mogen worden, omdat ze “geen relatie hebben met de daadwerkelijke kosten om bijvoorbeeld beleidsdoelstellingen in 2020 te halen”.

Wiens verantwoordelijkheid?

De kritiek van de specialist staat niet op zichzelf. In 2004 adviseerde TNO het ministerie van Verkeer en Waterstaat om de prijzen regelmatig te actualiseren: “De huidige set van schaduwprijzen dient elke paar jaar onderhouden cq qua gegevens geüpdatet te worden om de laatste stand van het beleid met voldoende kwaliteit te representeren.” Dit is dus niet gebeurd.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat de regels in 2013 opnam in het Bouwbesluit, wil niet inhoudelijk reageren: “De verantwoordelijkheid hiervoor ligt in dit geval bij de Stichting Bouwkwaliteit (SBK).”

De SBK werkt aan een actualisering van de rekenregels. Een conceptversie van deze ‘Bepalingsmethode milieuprestatie van gebouwen en gww-werken’ is deze zomer ter consultatie aan marktpartijen voorgelegd. Ook in dit nieuwe concept zijn de oude milieudoelen blijven staan.

Grote moeite

De verouderde schaduwprijzen, die uiteindelijk leiden tot één score voor duurzaam materiaalgebruik op bouwwerkniveau, worden gebruikt in rekeninstrumenten zoals GPR, GreenCalc en Dubocalc. Milieuwetenschappers en makers van levenscyclusanalyses hebben daar grote moeite mee.

“Wat ik doe, effectscores berekenen op basis van lca, is redelijk waardevrij. Maar op het moment dat je getalletjes bij elkaar optelt, zoals bijvoorbeeld gebeurt in Dubocalc van Rijkswaterstaat, sluipt er van alles in”, is de reactie van Harry van Ewijk, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor LCA’s in Bouw.

Leveranciers van nagroeibare bouwmaterialen zoals hout, vlas en schapenwol hebben weinig vertrouwen in de rekenregels, omdat die zijn opgesteld door een beperkt deel van de bouwindustrie met grote belangen.

Dit alles blijkt uit onderzoek van Cobouw. De resultaten van het onderzoek worden beschreven in het boek ‘Duurzaamheidsoorlog’, dat vandaag verschijnt. Oud-milieuminister Jacqueline Cramer neemt vanmiddag het eerste exemplaar in ontvangst.Z

Lees meer in het verhaal Elastieken datakwaliteit

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels