nieuws

Ontwerpen met zo min mogelijk boutjes en moertjes

bouwbreed

Terwijl de bouw op zee nog moet beginnen, buigt Eneco Offshore zich al intensief over het toekomstig onderhoud van Luchterduinen. Er is veel geleerd van het prinses Amaliawindpark.

Een goede werkvoorbereiding is het halve werk. Als dat ergens opgaat is het volgens George Bakker van Eneco wel in de offshore. “Even een moertje ophalen dat je bent vergeten, kost gauw een halve dag. Je kunt dus maar zeker zorgen dat je voldoende moertjes bij je hebt. Beter is het om de bestaande moertjes goed te beschermen en nóg beter is het om te ontwerpen met zo min mogelijk boutjes en moertjes.”

Met zijn collega’s buigt Bakker zich voortdurend over dit soort vraagstukken. Het Prinses Amaliawindpark, waarvan hij directeur is, was lang een vreemde eend in de bijt binnen Eneco. Met de komst van Luchterduinen wordt er een aparte afdeling Eneco Wind Offshore Operations in het leven geroepen. Een nieuw kantoor is in aanbouw in de haven van IJmuiden.

Als verantwoordelijke voor het asset management binnen die nieuwe afdeling buigt Bakker zich ook over het toekomstig onderhoud van Luchterduinen. “Zo zijn we er inderdaad in geslaagd het aantal boutverbindingen flink terug te brengen”, vertelt hij tijdens een boottochtje naar het Amaliapark. Dat lukte bijvoorbeeld door de stroomkabels niet buiten langs de palen te laten lopen maar binnendoor. Via een gat onder in de monopile loopt de kabel straks van de zeebodem naar de turbine bovenin.

Het vergroot wel de kans op corrosie binnen in de funderingspalen. Bij Amalia stopt de roestvorming onder de luchtdichte vloer in de monopiles automatisch stopt door het opgebruiken van de zuurstof. Maar bij Luchterduinen mogen ze daar niet op rekenen. Daar is de kans groot dat met het zeewater door het gat onder in de paal ook zuurstof naar binnen komt. Daarom worden die palen dus ook aan de binnenkant geconserveerd.

Sky-climber

Voor het onderhoud van de rotorbladen zet Eneco sinds kort een sky-climber in. Op het land is het platform dat aan staalkabels omhoog en omlaag beweegt al langer in gebruik, maar voor offshore windmolens is het nieuw. De ervaringen zijn volgens Bakker goed en de sky-climber wordt zeker bij Luchterduinen ingezet. Bij Amalia blijken de tips van de bladen zes jaar na oplevering aan onderhoud toe. “Niet verwonderlijk wanneer je bedenkt dat die een groot deel van de tijd met een snelheid van 80 kilometer per uur door de lucht zoeven.”

Heel praktisch is ook de veranderde positie van de boatlandings, waar de shuttleboten met hun stompe neus tegenaan varen zodat het onderhoudspersoneel veilig kan overstappen. Die is bij Luchterduinen een kwartslag gedraaid ten opzichte van Amalia. Bakker: “Kort na de oplevering werd duidelijk dat bij de zuidoostelijke oriëntatie relatief vaak de golven en stroming dwars op de boot staan, waardoor overstappen niet verantwoord is. Onderhoudspartijen hadden zo hun redenen voor die oriëntatie en hielden er lang aan vast.” Toen Bakker de kapitein van de shuttle-boot meenam naar een vergadering, waren ze snel overstag. “Het aantal dagen dat we nu onderhoud kunnen plegen neemt met 10 procent toe”

Zo zijn er volgens Bakker nog ti entallen lessen geleerd van Amalia die worden toegepast bij Luchterduinen. De grootste les was natuurlijk die van de groutverbinding. Amalia was een jaar in gebruik toen certificeerder Geranischer Lloyd de norm introk voor deze verbinding tussen de monopile en het transitiestuk, omdat die de dynamische belasting niet aan kon. Dat leergeld werd niet alleen bij Amalia betaald maar bij bijna alle windparken op de Noordzee. De rest is volgens Bakker geschiedenis. Luchterduinen krijgt helemaal geen transitiestuk. De mast van de windmolen wordt direct op de flens gebout.

Markt

“Al met al staan we nu op een heel ander punt dan acht jaar terug, toen we startten met de bouw van Amalia”, concludeert Bakker als de boot weer koers zet richting de kust. “Hoe snel de markt zich ontwikkelt merken we nu bij de aanbesteding van het onderhoud voor Luchterduinen, dat samen met dat van Amalia als één pakket op de markt wordt gebracht.” Voor deze gecombineerde aanbesteding reageerden op de aankondiging zo’n dertig bedrijven, van wie er twintig daadwerkelijk opgingen voor pre-kwalificatie. Bij aanvang van het Prinses Amaliawindpark in 2008 zijn we onderhands een gesprek aangegaan met onder meer Ballast Nedam en Hertel en Croon. Veel meer keuze was er op dat moment niet. Wat dat betreft is de wereld in een paar jaar tijd enorm veranderd.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels