nieuws

Bouwwerknemers zien weinig salarisverhoging

bouwbreed

Veel werknemers in de bouw zagen afgelopen jaar salarisverhoging aan hun neus voorbijgaan. De meerderheid van de respondenten van het Cobouw/Berenschot-salarisonderzoek zegt hetzelfde te verdienen als in 2012, slechts 31 procent krijgt meer.

Liefst 61 procent van de respondenten in het salarisonderzoek bleef naar eigen zeggen op hetzelfde salaris steken. De gemiddelde salarisstijging was slechts 0,6 procent en de verwachting is dat er tot 2016 weinig verbetering komt. “Maar dat geldt niet voor de bouw als geheel”, tekent Hans van der Spek van onderzoeksbureau Berenschot daarbij aan. “De resultaten zijn sterk gesegmenteerd.”

Zo blijkt uit de antwoorden van de 944 respondenten (waarvan 532 de enquête volledig invulden) dat 52 procent van de werknemers van ingenieurs- en adviesbureaus hun salaris wel degelijk zagen stijgen. Dat steekt schril af bij de werknemers van aannemers burgerlijke en utiliteitsbouw. Slechts een vijfde van hen zag een hoger bedrag op het salarisstrookje, drie vijfde bleef hetzelfde verdienen als het jaar ervoor. Bij opdrachtgevers binnen de (semi)overheid was het nauwelijks beter. Bij de riante salarisperspectieven van ingenieurs is wel een kanttekening op zijn plaats: zij moesten relatief veel beknibbelen op het gebied van arbeidsvoorwaarden.

Per functie kunnen de verschillen in salarisontwikkeling groot zijn. Accountmanagers en directeuren zien hun inkomen met 21 procent respectievelijk 10 procent teruglopen ten opzichte van 2013. Dit is waarschijnlijk te wijten aan vermindering van bonussen.

De daling is niet te verklaren uit leeftijdsverschillen van de respondenten, zoals wel het geval is bij calculators (-16 procent). Projectmanagers (14 procent), engineers (11 procent) en bedrijfsleiders (12 procent) daarentegen zien hun salaris in 2014 flink stijgen.

Echte toppers zijn de projectleiders in de ingenieursbranche. Zij gingen er 33 procent in salaris op vooruit. Met het gemiddelde salaris van 64.000 euro komen ze overigens op ongeveer gelijke hoogte als hun collega’s in de b&u en de gww. Die mogen er dan maar weinig bij krijgen, ze zitten nog steeds op een heel behoorlijk salaris. Werkvoorbereiders in de gww gaan het sterkst in salaris achteruit (-5,3 procent).

Velen gaan dus niet meer verdienen en velen zien hun arbeidsvoorwaarden minder worden. Betekent dat ook dat bouwwerknemers zich massaal zorgen maken? Dat valt nog wel mee. De crisis baart nog wel zorgen, maar al een stuk minder dan voorgaande jaren. Kennelijk heerst toch het gevoel dat er licht aan het einde van de tunnel gloort. Bijna 24 procent van de respondenten zegt niettemin dat hun positie op de arbeidsmarkt is verslechterd. Opmerkelijk? Nee, want het blijken vooral 45-plussers te zijn die daarover klagen. “Het is niet ongebruikelijk dat mensen vanaf die leeftijd hun positie op de arbeidsmarkt minder zien worden”, zegt onderzoeker Hella Sylva. “En positief is dat het percentage dat de verslechtering ziet, beduidend lager is dan vorig jaar.”

Verhaal apart zijn de zzp’ers, waaraan dit jaar een apart deel van de enquête was gewijd. Zij komen aan bod in de krant van 11 juli.

VolkerWessels favoriete werkgever

De belangstelling voor een andere baan is ondanks de crisis behoorlijk. Van de respondenten geeft 34,6 procent aan op zoek te zijn naar een nieuwe positie. Belangrijkste reden: betere ontwikkelingsmogelijkheden. Goede tweede is een beter salaris (52 procent). Maar de mogelijkheid om je vaardigheden verder te ontwikkelen is toch heel vaak beslissend (63 procent). De sfeer in het bedrijf (43 procent) en de kansen op promotie (32 procent) wegen echter ook zwaar bij de beslissing om eventueel elders een kans te wagen.De sfeer in het bedrijf blijkt vooral bepalend voor de tevredenheid over de huidige werkgever (94 procent). Maar daarin spelen uitdagende projecten (86 procent) en bedrijfreputatie (71 procent) ook een voorname rol.Dat roept de vraag op welke werkgevers dit jaar het meest in trek zijn. De tien koplopers blijken dezelfde als vorig jaar, maar er is wel een nieuwe nummer 1: werknemers in de bouw werken het liefst bij Koninklijke VolkerWessels Stevin. Het bedrijf maakte een flinke sprong vanaf plek 4 en ging daarmee koploper van vorig jaar BAM (nu 2) en Dura Vermeer voorbij. Ballast Nedam duikelde van de derde naar de negende plek.

Het Nieuwe werken

Steeds meer werknemers zijn tot op zekere hoogte werkplekonafhankelijk. Liefst 66 procent van de respondenten geeft aan de mogelijkheid te krijgen deels vanuit huis te werken. Dat betekent echter niet dat mensen vaak thuis werken. Het beperkt zich gewoonlijk tot slechts 10 procent van de werktijd.Of dat de reden is waarom veel respondenten niet tevreden zijn over de balans tussen werk en privé, is onduidelijk. Van de respondenten vindt 23 procent dat dit beter zou kunnen. 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels