nieuws

‘Ruimte geven vinden we eng in Nederland’

bouwbreed

Haar paradepaardje, het pièce de résistance van minister Schultz (infrastructuur) is gisteren aangeboden aan de Tweede Kamer. Trots en blij is ze, terecht ook.

De Omgevingswet ishet resultaat van een indrukwekkend staaltje draagvlak bouwen. Een van de grootste wetgevingsoperaties ooit is binnen drie jaar, zonder noemenswaardige vertraging, gisteren voorgelegd aan de Tweede Kamer.

Op haar werkkamer met een paar levensgrote kaarten van Nederland aan de wand legt minister Schultz op haar karakteristieke wijze uit wat haar met de wet voor ogen staat. Terwijl ze praat, trakeert ze haar gesprekspartner steevast op een stralende glimlach en een knipoog. “Als we alles van tevoren dichttimmeren, ziet de wereld er niet beter uit dan als we iemand de ruimte geven een verstandig besluit te nemen.”

Als het soepel gaat, lijkt het eenvoudig. Wat is het geheim?

“Een wet die slimmer kan inspelen op veranderingen, daar is iedereen voor. Maar hoe dat in de praktijk uitwerkt, is complex. We hebben iedereen betrokken die maar betrokken kon worden. Natuur- en milieuorganisaties. VNO-NCW, MKB Nederland, Bouwend Nederland, IPO, VNG, Unie van Waterschappen. Adviescommissies. Op voorhand is advies gevraagd aan de Raad van State. Alle politieke partijen ook. Ik heb mijn best gedaan de wet niet te politiseren. Zo was de Crisis- en herstelwet politiek geworden. Balkenende had ‘m aangegrepen om zich te afficheren. Dan gaan andere partijen zich verzetten, hoewel het een zeer goede wet is.”

Wat was het moeilijkste bij het maken van deze wet?

“Het moeilijkste moet denk ik nog komen. Iedereen staat achter de wet, vindt het belangrijk dat hij er komt, maar wil nog een detail gewijzigd hebben. Voor je het weet is het weer een brij aan kleine dingetjes. De uitdaging is om het aantal amendementen op de wet zo beperkt mogelijk te houden.”

Het grootste probleem in besluitvorming is de risicoaversie van bestuurders en ambtenaren. Hoe kan de wet daar iets aan doen?

“Ik wil graag dat we positiever gaan kijken: hoe kan ik iets wél mogelijk maken. Als bestuurder kun je aanlopen tegen een norm of uitvoeringsvorm. De wet geeft mogelijkheid gemotiveerd af te wijken van de spelregels. Dat kan met het experimenteerartikel. Daarmee kunnen bestuurders gewogen en gemotiveerd ontwikkelingen toestaan die afwijken van de wet. Ik verwacht dat je minder rechtszaken zult krijgen doordat je het proces beter inricht. Omdat je met de Omgevingswet integraal alle belangen aan de voorkant in beeld hebt. Aan de andere kant is er nog weinig jurisprudentie over het experimenteerartikel zoals we dat nu in de Crisis- en herstelwet kennen. Dus helemaal zeker is dat nog niet.”

Projecten komen toch vaak stil te liggen door geheel andere oorzaken?

“Er kan van alles mis gaan. Als wethouder (in Leiden – red.) ben ik bezig geweest met een stadsvernieuwingsproject. Ik ben echt al jaaaaren weg (lacht) en ze zijn er nog niet klaar mee. Het project is moeilijk, de economische crisis, de initiatiefnemer weg, gegevens verouderd. Veel hangt samen met de attitude van partijen die ergens aan werken, tot en met verstandige contracten. Met het nieuwe stelsel kan een overheid sneller en flexibeler wenden, sneller besluiten nemen. De vergunningen zijn geharmoniseerd, bestuurders hebben nog maar een paar instrumenten, er is minder om achter te verschuilen dan in het verleden. Daardoor weten initiatiefnemers eerder waar ze aan toe zijn. Bovendien, hoe korter je een project kunt houden, hoe minder kans dat er ergens iets vastloopt. Zo is de wisseling van de politieke wacht na vier jaar altijd een risico.”

Bij de Crisis- en herstelwet heeft het jaren geduurd voordat bestuurders en ambtenaren een beetje wisten hoe ze daar gebruik van konden maken. Gaat dat bij de Omgevingswet ook weer gebeuren?

“Voor sommige bestuurders is het nieuw. Daarom zijn we nu al bezig aan het oefenen met de Omgevingswet via het project ‘Nu al eenvoudig beter’.”

Waar bent u het meest trots op?

“Het experimenteerartikel. Innovatie komt vooral op gang als je ruimte hebt om te experimenteren, als je dingen kunt uitproberen waarvan je nog niet precies weet hoe het uit gaat pakken.

Ruimte geven vinden we altijd heel eng in Nederland, maar als je alles afbakent, dan zet je alles op slot.”

Hoe heeft u daar de handen bij natuur- en milieuorganisaties voor op elkaar gekregen?

“Durven loslaten is voor veel partijen spannend. Er is veel discussie over geweest: komt het niet alleen maar ten goede aan de bouwers, gaat het ten koste van het milieu? Maar ook de natuur- en milieuorganisaties steunen dit onderdeel, omdat ze zien dat het ook voor hun voordelen heeft. Zo komen kleinschalige energieprojecten nu moeizaam van de grond omdat alle huidige regels alleen maar zijn ingericht op grootschaligheid. Veel lokale initiatieven zijn hiermee geholpen. Tegelijkertijd zijn ze ook angstig: wie gaat de afweging maken? Maar de Europese natuur- en milieunormen blijven onverkort overeind, bouw- en veiligheidsvoorschriften ook.

De ondernemersorganisatie VNO-NCW ziet ook bezwaren. Krijgen ze de ruimte die de ondernemers altijd wilden, dan is dat eigenlijk ook wel eng. Dan kan iemand anders er ook aanspraak op maken.

Het is geen wilde Westen waarbij de wethouder kan beslissen welke belangen hij wel en niet meeneemt. Eigenlijk wil je helemaal niet dat het een soort wij/zij-discussie is. Je wilt dat als iemand een initiatief neemt, zich realiseert: hoe kan ik de wereld ook nog een stukje beter achterlaten? Uiteindelijk gaat het om gezond verstand.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels