nieuws

Na de boeren is het tijd voor de bouwers

bouwbreed

Na de boeren is het tijd voor de bouwers

Niet Amerika, maar Canada is het land van de onbegrensde mogelijkheden als je het duurzaamheidshoogleraar Anke van Hal vraagt. Er gloren kansen voor Nederlandse bouwers, toeleveranciers en architecten. Vooral op het gebied van duurzaamheid.

Ze woonde een jaar in de Verenigde Staten en bestudeerde er het duurzame bouwen. Ze dacht dat ze daarmee wel zo’n beetje wist wat er op dat gebied te koop was in Noord-Amerika. Maar toen Anke van Hal een paar jaar terug Canada bezocht, werd ze pas echt enthousiast. Ze ervoer een veel grotere toegankelijkheid en bereidheid tot samenwerking dan in de Verenigde Staten. “Daar kwam bij dat het simpele feit dat ik uit Nederland kwam, deuren bleek te openen. Vanaf het eerste gesprek was er een grote interesse.” Zo ontstond min of meer vanzelf het samenwerkingsplatform Parallel52.

Er is ook veel te doen in Canada op het gebied van duurzaamheid, legt Van Hal uit in een restaurant in Toronto, waar ze is voor het jaarcongres van de Canadian Green Building Council. “De energieprijzen zijn nu nog laag. Vaak wordt er alleen vastrecht betaald, dus is er geen impuls om het energieverbruik in te perken. Gelukkig is die situatie nu snel aan het veranderen. En daar kunnen Nederlandse bedrijven een rol bij spelen.”

Guerilla actie

Op de meer sociale kant van duurzaam bouwen, een belangrijk aspect van Van Hals vakgebied, kan Nederland daarentegen weer veel van de Canadezen leren. Het land heeft bijvoorbeeld een intensief renovatieprogramma voor hoge woongebouwen. “Lang niet iedereen heeft een vrijstaand huis, zoals veel mensen denken. Er zijn ook Bijlmer-achtige wijken, waar boeiende herstructurerings- en verduurzamingsprojecten lopen. De Canadezen zijn sterk in het samen met bewoners acties ontwikkelen waarmee ze buurten snel een impuls geven. Zo was er een guerilla-achtige actie waarmee met een evenementenvergunning van een paar dagen tijdelijk bomen, een kroeg en nieuw straatmeubilair werden gerealiseerd. Dat deden ze op zo’n manier dat de buurt dat niet meer kwijt wilde. Zo wordt creatief de weg omhoog ingezet voor verloederende gebieden. Daar kunnen wij echt wat van opsteken. Ook als het gaat om urban farminglopen ze mijlen op ons voor. En dat willen ze binnen Parallel52 graag met ons delen.”

Consul-generaal Anne Gerard van Leeuwen, ook op de conferentie aanwezig, erkent dat een Nederlandse achtergrond het zakendoen in Canada makkelijker maakt. “Het feit dat ons koningshuis er de oorlog doorbracht, dat Canadese troepen Nederland bevrijdden en de emigratiegolf die erop volgde in de jaren vijftig… Het lijken clichés, maar ze werken nog altijd in ons voordeel. Bovendien heeft bijna iedereen wel een Nederlandse voorouder, een aangetrouwde neef of buurman met Hollandse wortels.”

Dat enthousiasme voor alles met een Nederlandse achtergrond ervoer ook Chris Heerius van Jaga, toen hij zes jaar terug voor het eerst de zakelijke mogelijkheden voor de fabrikant van verwarmings-, koel- en ventilatie-units onderzocht. “De gedeelde achtergrond schiep een band en brak het ijs. Tegelijkertijd moet je ook niet denken dat je er in één keer bent”, benadrukt hij. “Je moet bereid zijn te investeren en laten zien dat je terugkomt. Als ze je bellen, willen ze dat je morgen langskomt en niet pas over één of twee weken. Je moet dus mensen ter plekke hebben. Ook houden we in Canada voorraden aan en doen er zelfs wat productie. Canadezen zijn huiverig een flinke bestelling te doen bij een bedrijf dat ze niet goed kennen en alleen maar in Europa produceert.”

Reserves

“Ze hebben gezonde zakelijke reserves”, bevestigt consul-generaal Van Leeuwen. “Je bent niet meteen binnen. Je moet ze leren begrijpen. Beseffen ook dat je niet het hele land in één keer kunt bedienen. Je moet je focussen, het land is te groot. Maar heb je de Canadezen voor je gewonnen, dan heb je veel aan ze. Het zijn betrouwbare handelspartners.”

Nadat Jaga de energiezuinige convectoren leverde voor een spraakmakende herontwikkeling van een oude steenfabriek in Toronto, kwam het werk los. Toronto bleek voor Jaga zelfs een mooie springplank voor de Verenigde Staten. Heerius verzorgde met zijn bedrijf de koeling en verwarming voor het 9/11 museum in New York. Sinds de opening vorige maand schuifelden al honderdduizenden bezoekers over de elegant weggewerkte convectorputten van Jaga. Al beseft Heerius, dat de bezoekers daar waarschijnlijk weinig oog voor hadden: “Het geeft aan dat er een toenemend besef is voor het belang van duurzaamheid in Noord-Amerika en Canada.”

Dat ervaart ook Jan-Henk Dekker van Verosol. Leed, de Amerikaanse tegenhanger van Breeam-certificering neemt een grote vlucht in Canada. En met de reflecterende binnenzonwering is het volgens Dekker heel gemakkelijk om punten te scoren op het gebied van energiebesparing. We dampen aluminium heel egaal over de garens van onze doeken, waardoor die wel daglicht doorlaten, maar nauwelijks warmte. Ook het zicht naar buiten blijft gewaarborgd. Drie lokale agenten trekken voor Verosol door Canada. Met een demonstratiekoffer laten ze ingenieursbureaus, gevelbouwers en architecten ervaren dat de boodschap die ze verkondigen geen apekool is.

Ook Priva is al een tijd op de Canadese markt actief. Het bedrijf, groot geworden met het klimaatbeheer in de kassen in het Westland, maakte al 25 jaar terug de stap en verzorgde de klimatisering voor menig Canadese glastuinder. Van daaruit breidde het de activiteiten uit richting gebouwbeheerssystemen voor de utiliteitsbouw. “Je hebt er echt wel iets te bieden, laat Adam Zebrowski zien in een tot kunstcentrum omgebouwde school even buiten het centrum van Toronto. “Want in het algemeen bouwen ze vrij grof en lomp. Er staan nog veel oude stoomketels in de gebouwen en met bescheiden ingrepen kunnen we zo 30 procent energie op jaarbasis voor onze klanten besparen. Dat voelen ze echt en dat is aantrekkelijk .”



Schakel

Met haar Parallel52 fungeert Anke van Hal als verbindende schakel tussen al die bedrijven die hun kansen verkennen in Canada. Ook koppelt ze gretig studenten en overheden aan het bedrijfsleven. Zoals in het project dat ze uitvoerde met de stad Toronto en waarover ze twee workshops leidde. Daarmee is ze onbedoeld uitgegroeid tot de leider van een informele Nederlandse handelsmissie. Die rol speelt ze met verve en ze vraagt zich hardop af waarom niet meer bedrijven de stap wagen. “Kom een keer naar een bijeenkomst van Parallel52, reis een keer mee naar Canada. Er is zoveel te doen. Alleen al in downtown Toronto staan zo’n 180 torenkranen waarmee complexen van twintig of meer verdiepingen worden gebouwd. Die werkzaamheden houden niet zomaar op, want de Canadese overheid laat elk jaar een paar honderdduizend nieuwe immigranten toe. Al die mensen moeten ergens wonen, werken recreëren, boodschappen doen; de groei is nog lang niet ten einde. Niet voor niets is de crisis vrijwel aan Canada voorbijgegaan. De kansen liggen hier voor het oprapen. In de jaren vijftig waren het onze boeren die de sprong waagden. Als het aan mij ligt komen nu de bouwers.”

Parallel52

Samenwerkingsverband Parallel52 is vernoemd naar de breedtegraad die Canada en Nederland delen. Maar de naam staat volgens de oprichters ook voor de vergelijkbare focus op duurzame bouw en gebiedsontwikkeling. Het netwerk organiseert een paar keer per jaar lezingen, uitwisselingsprogramma’s, workshops en teleconferenties.www.parallel52.org.         

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels