nieuws

Bouwmateriaal nodig? 
Oogst het uit de stad!

bouwbreed

De gebouwde omgeving is één grote materialengrondstoffenbank. We moeten alleen nog in kaart brengen wat we waar kunnen oogsten en de voorzieningen uitbouwen om grondstoffen tijdelijk op te slaan. Dat stelt hoogleraar milieutechnologie en ontwerpen Arjan van Timmeren van de TU Delft. En dat is moeilijker dan het lijkt.

De wereld is in een razend tempo aan het verstedelijken. Daarbij hoort een snel groeiende vraag naar grondstoffen. In materiaalstromen die aan de bouw raken, begint al op diverse plaatsen een nijpend probleem te ontstaan. Metalen als zink, tin en koper worden schaars en er is niet overal voldoende cement en schoon zand beschikbaar om beton te maken.

Een teken aan de wand: één van de rijkste vrouwen van China heeft haar kapitaal vergaard door Chinese retourcontainers te vullen met Europees schroot. Dat brengt ze in China als grondstof aan de man. Terwijl wij het voor te schrootprijs weggeven.

Een ander signaal is de toename van het zogenoemde land grabbing : rijke landen met onvoldoende land en grondstoffen voor de eigen productie ‘kopen’ (gebruiksrechten van) land in arme landen in Afrika en Zuid-Amerika. Ze stellen daar een dienst tegenover, veelal de aanleg van infrastructuur. Vervolgens delven zij relatief goedkoop de grondstoffen uit het land en verwerken deze in hun eigen industrie. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn koploper in deze praktijken. Zij worden nagevolgd en steeds vaker overtroefd door China en andere snel opkomende landen.

Arjan van Timmeren heeft zich gedurende zijn carrière gespecialiseerd in duurzaamheid, van product- en procesniveau tot het niveau van stedenbouw en infrastructuur. Hij bestudeerde dus zowel het kleinste als het grootste niveau. “Op productniveau is het uit milieuoogpunt van belang om (bestaande) producten zo min mogelijk te hoeven vernielen of degraderen voordat je ze hergebruikt. Op het hoogste schaalniveau zie je dat met name energie-inhoud een zeer belangrijke component wordt in de duurzaamheid van bouwmaterialen. Het aandeel van transport is daarbij van toenemend belang. Het beste is dus om een kozijn uit een oud gebouw in Groningen te hergebruiken als kozijn in een nieuw gebouw in Groningen.

“Om het hergebruik zo goed mogelijk te organiseren, moeten we een landelijke database opzetten met daarin alle gebruikte materialen. Eerst van nieuwe gebouwen, waarbij alle materialen gecodeerd en gedateerd worden, zoals we dat ook kennen van de auto-industrie. Vervolgens dient er in fysieke opslag te worden geïnvesteerd, zoals je dat nu bijvoorbeeld al ziet bij historische bouwmaterialen uit de monumenten- en restauratiebranche.”

Materialenpaspoort

Eén van Van Timmerens studenten heeft getracht om de bouwmaterialen in kaart te brengen die in Nederland zitten opgeslagen in bestaande woongebouwen. Door grote lacunes in beschikbare gegevens blijkt dat schier onmogelijk, ondanks goed contact met en beschikbaarheid van gegevens vanuit overheidsinstanties, bouw- en sloopindustrie. “Niemand heeft het complete overzicht van de materialen waaruit onze bestaande voorraad is opgebouwd. Er zijn natuurlijk gegevens van materiaalgroepen (bijvoorbeeld de betonindustrie) en bestekken, maar die stroken niet of onvoldoende met de werkelijkheid. Bovendien wordt nog veel tussentijds aan gebouwen en infrastructuur veranderd. Voor de toekomst zou het daarom goed zijn gebouwen een materialenpaspoort mee te geven. Dat is niet gemakkelijk te realiseren, ik denk vooral dat bouwers niet blij zullen zijn met de extra administratie, maar het kan wel. Je zou kunnen denken aan het opnemen van dit soort gegevens in de domotica of slimme meters van gebouwen.”

Bouwers die op dit moment al gebruik willen maken van bestaande bouwdelen, zijn aangewezen op particuliere initiatieven. Zo werkt architectenbureau Superuse Studios aan een ‘oogstkaart’ van Nederland, waarop iedereen tweedehands materialen kan plaatsen en vinden. IMd Raadgevende Ingenieurs bedacht het donorskelet, waarbij de betonnen vloeren en wanden voor nieuwbouwwoningen uit leegstaande kantoorpanden worden geknipt. En Beelen Waste Innovators weet bijna al het sloopafval een tweede leven te geven. Hier gaat het echter meestal niet om het hergebruik van complete elementen, wat energietechnisch duidelijk de voorkeur heeft.

Hergebruik van complete gebouwen is nóg weer verstandiger dan het oogsten van elementen, componenten of materialen. Tenminste, als het goed gebeurt.

“Een paar jaar geleden dachten we nog dat hergebruik bijna per definitie milieuwinst opleverde, maar dat blijkt niet zo te zijn. Het is bijvoorbeeld erg belangrijk om een functie te vinden die goed aansluit op het bestaande gebouw. Vaak helpt het om het bestaande gebouw uit te breiden met nieuwbouw, bijvoorbeeld door op te toppen, of serres bij te plaatsen, om de business case sluitend te maken en de aansluiting op het nieuwe gebruik te verbeteren.”

IFD

Voor nieuwbouw(elementen) is IFD een goede oplossing. “Betaalbaar prefabriceren en demontabel bouwen van hoogwaardige kwaliteit is echter nog best moeilijk, omdat het een nieuwe manier van denken vereist in de gehele bouwketen. Bij het Concept House dat de TU Delft samen met de bouwindustrie heeft gemaakt in Rotterdam, wilden we bijvoorbeeld energiepostief en zo milieuvriendelijk mogelijk demontabel bouwen. Dat is gelukt, maar tijdens de montage en afbouw zagen we steeds pur en spuitlijm voor het grijpen staan. Dat werkt gewoon gemakkelijk en iedereen is er zo aan gewend, dat je het alleen kunt tegengaan door voortdurend te controleren.”

Turntoo

Om demontabel bouwen en hergebruik van bestaande elementen te bevorderen, zou het goed zijn om gebouwdelen niet meer te kopen, maar te leasen. In de gevelindustrie is een aantal partijen al vrij ver met het denken daarover. Bedrijven als De Groot & Visser, Kremers Aluminium, en Vorsselmans zien het wel zitten om op turntoo-achtige wijze eigenaar te blijven van hun gevels. Dat zou ook kunnen met andere onderdelen in met name de afbouw, zoals de binnenwanden, installaties, etcetera. “Dat soort procesinnovatie is moeilijk te bewerkstelligen, maar cruciaal, als je echt iets wilt veranderen.

Rijke landen kopen (gebruiksrechten op) land in arme landen. De VS 7.096.000 hectare, het Verenigd Koninkrijk 2.279.000, India 2.083.000, China en Hong Kong 2.692.000 hectare en de Verenigde Arabische Emiraten 2.833.000 hectare. De grond wordt verworven in Afrika (Liberia 1.362.00 hectare, Zuid Soedan 3.491.000, Congo 2.737.000 hectare, Mozambique 2.168.000) en Indonesië (3.549.000 hectare) en Papoea Nieuw-Guinea (3.799.000 hectare). Het totale oppervlak gekochte (gebruiksrechten op) lang bedraagt 8x de omvang van Nederland.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels