nieuws

‘Sluit maar weer achteraan, zeiden opdrachtgevers letterlijk’

bouwbreed

Na een faillissement van een bouwer volgt niet zelden een overname. Niet verwonderlijk: voor weinig kan omzet worden binnengehaald of kunnen witte vlekken in de geografische spreiding worden opgevuld. Zonder gevaren is het niet. “Zijn er geen lijntjes, dan wordt het niks.”

Hurks-topman Geert Hurks zucht eens diep als hem wordt gevraagd of de overname van Moes in 2012 gebracht heeft wat hij ervan had verwacht. “Nou ja”, zegt hij na een kort stilte, “we wilden met Moes een positie bemachtigen in de noordelijke Randstad. Dat is gelukt.” De ‘maar’ volgt direct aansluitend. “Na de overname bleken veel opdrachtgevers van Moes niet verder met het bedrijf te willen. Ze zeiden letterlijk: sluit maar weer achteraan. Dat was natuurlijk wel een bittere pil voor ons. Het heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat we de naam Moes sneller uit de markt hebben gehaald dan we eigenlijk van plan waren.”

Moes werd omgedoopt tot Hurks Almere en draait nu, een kleine twee jaar na de overname, redelijk. Al is dat laatste toch vooral te danken aan werken uit de Hurks-stal. “De meeste projecten die we daar nu onderhanden hebben, zijn niet afkomstig uit de oude Moes-organisatie. Dat had ik wel verwacht, gehoopt en ook graag gewild, maar helaas is de werkelijkheid anders.”

Moes is een van de ruim zesduizend bouwondernemingen die de crisis van afgelopen jaren niet overleefden. En een van de vele bouwers die na de ondergang in handen kwam van een concurrent. In veertig van de tachtig grootste faillissementen die sinds 2009 plaatsvonden, volgde een doorstart door middel van een overname.

Ging Hurks met de overname van Moes voor geografische expansie, Intal koos in het voorjaar van 2013 voor verbreding van zijn assortiment toen de gevelbouwer de failliete kozijnenproducent Kloosterman inlijfde. Met de acquisitie werd de markt van vliesgevels en grotere projecten betreden, een al langer gekoesterde wens van Intal-directeur Rudy Schipper.

Een vliegende start bleef echter uit, bekent hij nu. “Eigenlijk pas in het laatste kwartaal van 2013 hebben we wat opdrachten uit het Kloosterman-verleden binnen kunnen halen”, blikt Schipper terug. Probleem was, vertelt hij, dat Kloosterman met veel van zijn opdrachtgevers gebrouilleerd was geraakt. “En wij werden als nieuwe eigenaar over één kam met Kloosterman geschoren. Het heeft veel tijd en energie gekost om klanten duidelijk te maken dat onze werkwijze totaal anders was.”

Tegelijkertijd moest Schipper nog een ander varkentje wassen: de cultuurverschillen met de dertig overgenomen werknemers van Kloosterman dienden te worden overbrugd. “Zij waren een autoritaire leiding gewend. Maar hier bij Intal wordt juist gewerkt op basis van vertrouwen. Voor negativisme is geen ruimte. Ja, dat heeft wel even tijd nodig gehad. Meer dan ik had gedacht.”

Dat laatste herkent Hurks maar al te goed. “Ook tussen Moes en Hurks waren de cultuurverschillen behoorlijk groot”, weet de bestuursvoorzitter nog goed. “Moes was, door zijn eigendomsstructuur, van iedereen en van niemand, terwijl bij Hurks bijna elk dubbeltje wordt omgedraaid. Dat was wel even wennen voor de Moes-werknemers.”

HSB, dat vorig jaar een groot deel van Deurwaarder inlijfde, tackelde het ‘cultuurprobleem’ door de 75 overgenomen werknemers meteen naar thuisbasis Volendam te halen. “Dan kun je er bovenop zitten”, verklaart HSB-directeur André Vos. “We hadden ook een vestiging in Warmenhuizen kunnen aanhouden, maar dan is het veel moeilijker om de cultuuromslag te bewerkstelligen.”

De Volendamse aannemer weet als geen ander wat er komt kijken bij het overnemen van failliete bouwbedrijven. Voor Deurwaarder nam het bedrijf al de activiteiten van Variant en Kakes over. Dat ging eigenlijk zonder noemenswaardige problemen gepaard, zegt Vos. Het geheim van het succes? “Voordat wij een overname doen, kijken we vooral of het bedrijf nog goede contacten heeft met opdrachtgevers. Vorig jaar hebben we bijvoorbeeld ook naar Mulder Obdam gekeken. Maar we zagen al snel dat veel klanten waren weggelopen. De lijntjes, zoals ik ze noem, waren weg. Dan wordt het niets meer, is mijn overtuiging. Lijntjes geven geen zekerheid, maar als ze er helemaal niet meer zijn, wordt het riskant.”

In plaats van Mulder Obdam ging HSB uiteindelijk aan de haal met Deurwaarder. Hoewel er nog geen jaar voorbij is sinds de overname, spreekt Vos nu al van een succes.

“Met Deurwaarder hebben we kennis en kunde van het renovatiewerk in huis gehaald. Die activiteit hadden we daarvoor nog niet.”

Geert Hurks wil de overname van Moes nog geen succes noemen. Spijt heeft hij evenwel niet. “Zou ik het, met de kennis van nu, weer doen? Ja. Strategisch is het gewoon een goede zet geweest. We hebben aansluiting weten te vinden in de noordelijke Randstad. Of het een doorslaand succes wordt, zal over een paar jaar pas duidelijk zijn.”

Overnametijgers

Ballast Nedam en HSB hapten afgelopen jaar het vaakst toe na de ondergang van een bouwonderneming. De beursgenoteerde bouwer lijfde Heddes, Van Bree en Ursem in, terwijl de Volendammers zich versterkten met de activiteiten van Variant, Kakes en Deurwaarder. Ook TBI liet zich meer dan eens gelden. Het concern nam Timmermans GWW en Groothuis Bouw over. VolkerWessels sloeg zijn slag met Midreth en Verkerk. Van Stiphout wist Vannel en Olijslagers binnen te halen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels