nieuws

Satelliet ontfutselt geheimen aan Boomse klei

bouwbreed

Civiele kunstwerken boven op Boomse klei worden vaak jaren na aanleg nog omhoog gedrukt. Hansje Brinker helpt mee het fenomeen met radarsatellieten in kaart te brengen.

Boomse klei is een vaste klei die vooral in de regio Antwerpen in pakketten van tientallen meters dik in de ondergrond voorkomt. Ook in Zeeland moeten aannemers rekening houden met het zwelgedrag van deze grondlaag. De bouwers van de Westerscheldetunnel worstelden ermee en waren vooral beducht dat het een grote prop voor de boorkop zou vormen die de zaak zou verstoppen. Bovendien ovaliseerde het schild onverwachts terwijl de tunnelboor zich een weg door de klei baande. Bij de Sluiskiltunnel speelden vergelijkbare problemen.

In Vlaanderen is het fenomeen dat de klei gevoelig is voor zwel sedert decennia gekend. Tunnels en sluiskolken worden jaren na oplevering gestaag omhooggedrukt. De zwel heeft volgens Leen de Vos van het Departement van Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) te maken met ontspanning door het wegnemen van de bovenbelasting bij het maken van diepe bouwkuipen. De Boomse klei staat namelijk nog onder voorspanning van dikke zandpakketten die bij verschillende bewegingen van de kustlijn zijn weggeërodeerd. Maar ook het toestromen van water speelt volgens De Vos een rol, al gaat dat heel langzaam omdat de klei zo slecht waterdoorlatend is. Hoe die twee mechanismen op elkaar inwerken en hoe lang de zwel aanhoudt is moeilijk te voorspellen. Goede metingen over langere aaneengesloten perioden ontbreken.

De Vlaamse ingenieur was daarom verheugd to en hij tegen Hansje Brinker aanliep. Het bedrijf uit Delft is gespecialiseerd in het analyseren en interpreteren van satellietdata en legde op die manier al zakkingen van dijken en andere civieltechnische kunstwerken bloot. Speurend door de archieven van drie verschillende radarsatellieten kon Hansje Brinker betrouwbare meetreeksen voor een aantal kunstwerken rond Antwerpen samenstellen. Twee satellieten van de ESA en de Canadese Radarsat kwamen de afgelopen jaren gemiddeld eens in de maand langs en brachten gebieden van zo’n 30 bij 50 kilometer in kaart. Uit de miljoenen reflecties van de radarsignalen die terugkwamen kon Hansje Brinker de relevante selecteren en uitspraken doen over de hoogteligging van kunstwerken tot op de millimeter nauwkeurig.

Vooral voor de toeritten van de Kennedy-tunnel gaven de waarnemingen opmerkelijke resultaten te zien. Die wordt bijna vijftig jaar na de officiële opening nog steeds met een snelheid van 1 tot 1,5 millimeter per jaar omhooggeduwd. Wat de elementen van de zinktunnel op de bodem van de Schelde doen vi el vanuit de lucht niet te achterhalen, maar de open toeritten tonen nog duidelijk een opwaartse beweging.

Het monitoren van kades en sluiskolken in de Antwerpse haven bleek lastiger. Het brakke water, dat de radarstraling beter reflecteert dan wat ook, is volgens Jos Maccabiani van Hansje Brinker de grote spelbreker. Daarnaast verstoren kranen en schepen aan de kades de metingen, waardoor het moeilijk was een vast reflectiepunt met een goed signaal over meerdere jaren te volgen.

Gedetailleerd

Maccabiani sluit niet uit dat daar in de toekomst verandering in komt. Een maand geleden lanceerde de Europese ruimtevaartorganisatie ESA de eerste satelliet uit het Sentinel-programma. Die komt eens in de vier dagen langs. Ook zijn er steeds meer commerciële operators met satellieten die veel gedetailleerdere opnamen maken met een veel hogere resolutie. Daarmee zullen ze zeker gaan proberen ook dat soort objecten te monitoren. De honger naar kennis is bij De Vos en haar collega’s van MOW in elk geval nog niet gestild. Zij willen de metingen van Hansje Brinker in de toekomst ook in andere toepassingen uitproberen,zoals bijvoorbeeld in het opvolgen van de bewegingen van kunstwerken die moeilijk toegankelijk zijn. Een proefproject hierover moet nog worden opgestart.

tekst

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels