nieuws

‘Het is ook maatwerk. Van deur totdeur en vragen wat bewoners willen’

bouwbreed

Nederland heeft de ambitie om broeikasgassen met 20 procent te verminderen in 2020. Energiebesparende maatregelen in de woningbouw kunnen daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Projectleider Blok voor blok Saskia Spapen (Binnenlandse Zaken) en Ruud van Gisteren van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO.nl), dat het project coördineert, over de weerbarstige realiteit van de grootschalige […]

Nederland heeft de ambitie om broeikasgassen met 20 procent te verminderen in 2020. Energiebesparende maatregelen in de woningbouw kunnen daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Projectleider Blok voor blok Saskia Spapen (Binnenlandse Zaken) en Ruud van Gisteren van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO.nl), dat het project coördineert, over de weerbarstige realiteit van de grootschalige aanpak van energiemaatregelen in de woningbouw. “Marketing wordt te vaak over het hoofd gezien”.

Achteraf gezien had Spapen liever een andere naam gezien voor het project. “Blok voor blok is eigenlijk wat misleidend. Het gaat namelijk niet zozeer om de aanpak van geschakelde blokken woningen. Het gaat juist om de schaalvoordelen bij de aanpak van energiebesparing in bestaande woningen binnen een blok van specifieke doelgroepen. Groepen van bewoners van woningen uit een specifieke bouwperiode bijvoorbeeld.”

De regeling begon in 2011 onder minister Donner. Het Rijk subsidieerde projecten waarbij consortia van woningmarktgerelateerde partijen proberen om binnen een bepaalde gemeente een grote hoeveelheid woningen een paar energielabels te laten opschuiven. Van Gisteren: “Het gaat daarbij niet om een hoge ambitie, maar om bewezen en relatief eenvoudige technieken. Dan heb je het dus over dak-, vloer- en muurisolatie, combiketels en dubbelglas.”

Uiteindelijk zijn dertien consortia geselecteerd die – meer en minder succesvol – aan de slag zijn gegaan. Driekwart van de woningen is nu aangepast. In totaal gaat het om een aanzienlijk getal, zo’n 23.000 woningen. Volgens Spapen ging het bij de initiatiefnemers om deze grote aantallen, zodat geëxperimenteerd kan worden met de procesinnovatie. De beleidsmakers willen weten of een dergelijke grootschalige aanpak werkt en kostenvoordeel oplevert. En als dat zo is, welke processtappen je dan moet doorlopen om dit te laten slagen.”

Grote verschillen

In 2014, het laatste volledige jaar van de regeling, moet daarin veel duidelijk worden. Binnenkort rapporteren Spapen en RVO.nl de bevindingen aan minister Blok (wonen). Volgens Spapen is alvast duidelijk dat een algemeen draaiboek voor grootschalige aanpak niet te geven valt. “In de eerste plaats zijn de doelgroepen waarop de consortia zich hebben gericht enorm verschillend. Het gaat om huurders, VvE’s en particuliere woningeigenaren. Maar ook binnen die groepen zijn grote verschillen in type woningen en het karakter van wijk, buurt of regio.” Van Gisteren: “Voor al die verschillende groepen is een eigen benadering nodig. Want wat wij hebben gemerkt is dat een grootschalige top-down-benadering niet werkt. Voor een aanbiedende partij kan het heel aantrekkelijk zijn om maatregelen aan te bieden als keuze tussen pakket A, B of C. Maar de praktijk wijst uit dat bewoners maatwerk willen op alle terreinen: in de keuze van een aannemer, het moment waarop het werk wordt uitgevoerd, de te nemen maatregelen en het niveau van ontzorging, zoals bijvoorbeeld het beoordelen van offertes.”

Wie denkt dat het voor corporatiewoningen makkelijker is, heeft het mis. Spapen: “Daar moet de wettelijke norm worden gehaald van 70 procent van de bewoners van een complex die moet instemmen met de maatregelen. En als het de huurders niet aanstaat, of als ze de voordelen er niet van inzien, gaat het niet door.”

De centrale vraag voor de consortia is hoe die bewoner overtuigd moet worden. Spapen: “Daar zijn sommige consortia heel ver in. De consortia leren ook onderling veel van elkaar en weten elkaar goed te vinden. In een aantal consortia zitten daarom communicatiebureaus of worden bewonersorganisaties betrokken, omdat zij die lokale markt goed kennen en begrijpen wat bewoners op een specifieke plek het liefst willen.” Van Gisteren: “Het is ook maatwerk. Van deur tot deur gaan en vragen wat bewoners willen. Dan kom je nog wel eens voor verrassingen te staan. Zo was er aanvankelijk minder aandacht voor zonnepanelen, omdat deze niet dezelfde plaats hebben binnen de Trias Energetica als isolatiemaatregelen. Maar we merkten dat bewoners daar juist heel enthousiast over waren, ondanks dat isolatie veel meer bespaart. Kostenbesparing is dus kennelijk niet het belangrijkste argument. Argumenten als wooncomfort en kostenbesparing spelen bij de overweging om mee te doen vaak een grotere rol dan het idee dat je het milieu helpt.”

Marketing

Voor de consortia is het contact met de bewoners vaak een hele puzzel. Spapen: “Bij veel geslaagde projecten werken de partners al langer samen, kennen ze de lokale markt van straat tot straat en weten ze hoe ze dit moeten aanpakken. In het algemeen realiseren de uitvoerende bouwpartijen zich het belang van marketing nog onvoldoende.” Van Gisteren: “Bouwers willen graag omzet maken, maar bij Blok voor blok-projecten gaat het juist ook om het proces. Evaluatie en marketing verdienen nog veel meer aandacht en prioriteit.” Spapen: “Marketing biedt een enorme kans voor de bouwsector. Het wordt voor bouwers steeds belangrijker hoe ze die consument kunnen aanspreken, want met woningverbetering is geld te verdienen!”

Spapen zal de ervaringen uit de Blok voor blok-projecten medio 2014 in een advies aanbieden aan de minister. “Centraal staat maatwerk en de vraagontwikkeling van onderop. Vaak moet het in de straat georganiseerd worden en moet je een aantal mensen in zo’n straat mee krijgen. Die ‘straatambassadeurs’ kunnen een olievlekwerking hebben bij de rest van de bewoners. Een nieuw idee is om energiebesparende maatregelen aan te bieden in een renovatiewinkel zoals die onlangs in Amersfoort is geopend, waarbij de bewoners uit maatregelen kunnen kiezen, van kleinere aanpassingen tot complete isolatie en duurzaamheid. Een uniforme aanpak bleek een doodlopende weg.”

kop kader

tweets

@ EelcoverRedacteur

Netto bedrijfslasten jaarlijks gemiddeld 1495 euro.

tekst

kop kader

tweets

@ EelcoverRedacteur

Netto bedrijfslasten jaarlijks gemiddeld 1495 euro.

tekst

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels