nieuws

Duurzaamheid gebouwen opgeteld

bouwbreed

De duurzaamheid van een gebouw kan worden vastgesteld met een methode zoals Leed of Breeam. Maar wat is de duurzaamheid van een portfolio van een vastgoedfonds? Daarvoor is de Global real estate sustainability benchmark (Gresb) ontwikkeld.

Duurzaamheid kan technisch goed onderbouwd worden met verschillende labels, maar die laten zich moeilijk optellen. Dat zegt Dirk Brounen, hoogleraar vastgoed en economie aan de Universiteit van Tilburg. Toch is het mogelijk om objectieve scores te verbinden aan de duurzaamheid van portfolio’s van gebouwen, betoogt hij vanochtend als keynote-speaker op Building Holland. Dat doet bijvoorbeeld de stichting Global real estate sustainability benchmark. “Het is een initiatief van Nils Kok, verbonden aan de Universiteit van Maastricht. De eerste twee jaar ‘onder de radar’ gebleven, maar de afgelopen twee tot drie jaar explosief gegroeid. Dat komt omdat grote fondsen die duurzame keuzes willen maken meedoen.’’

Gresb kijkt naar de energie- en duurzaamheidslabels, maar ook naar andere meetbare zaken, zoals beleid en implementatie, het verband tussen wat men zegt en wat men doet.” Dat leidt tot puntenwolken in de rapportages van Gresb, volgens Brounen “een beetje subjectief, maar niet willekeurig en wel degelijk onderbouwd.”

Jaarlijkse rondvraag

Nils Kok en Sander Paul van Tongeren zijn uitvoerend directeuren van de organisatie, gevestigd in Amsterdam. “Gresb bestaat vijf jaar”, aldus Van Tongeren. “Zo’n 120 beursgenoteerde vastgoedbedrijven en vierhonderd fondsmanagers wereldwijd doen elk jaar mee aan een rondvraag. Zij laten weten wat zij aan duurzaamheid willen doen en wat zij doen, bijvoorbeeld aan het terugdringen van de broeikasgassen.”

De rondvraag van 2014 is enkele weken geleden gestart en het rapport over 2013 is beschikbaar op de website van Gresb. In dat rapport staan data over de duurzaamheid van 49.000 bezittingen in 46 landen. Vergeleken met de gegevens uit 2011 en 2012 gaat de duurzaamheid daarvan langzaam maar zeker vooruit. Maar het wereldwijde gemiddelde ligt nog in het kwadrant rechtsonder, ‘green talk’. De andere kwadranten zijn de ‘green starters’ (linksonder), de ‘green walk’ (linksboven) en de ‘green stars’ (rechtsboven). De puntenwolken laten zien dat duurzaamheid vaak met de mond wordt beleden, maar beperkt in daden wordt omgezet.

Europa doet het iets beter dan de Verenigde Staten en Azië, maar Australië en Nieuw Zeeland hebben de leiding met een gemiddelde duurzaamheid in het kwadrant ‘green stars’. Volgens Brounen hebben die landen de zonne-energie snel opgepikt en de overheden aangedrongen op duurzaamheid. “Ookwel dwingend”, aldus de hoogleraar. “In Australië moet de duurzaamheid van een gebouw even groot vermeld worden als de prijs.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels