nieuws

Stenen stapelen neemt over twee jaar weer toe

bouwbreed

De baksteen is misschien wel het meest iconische bouwmateriaal. Er worden in ons land echter steeds minder stenen gestapeld. De afgelopen veertig jaar stonden voor de baksteenindustrie in het teken van overproductie, magere tijden en concentratie.

Verhouding HMO-investeringen en (geplande/geraamde) investeringen door projectpartners.

Investering totaal (incl. ‘grote 3’); totaal (excl. ‘grote 3’)

Totale investering € 209.709.000; € 45.709.000

Investering betrokkenen € 208.695.000; € 44.695.000

Investering HMO € 6.992.000; € 6.142.000

Aandeel HMO 3,3%; 13,4%

Aan € 100.000 HMO is investering gekoppeld van: € 2.984.800; € 727.700

In ruim zestig jaar tijd sloten 193 baksteenfabrikanten hun deuren. In dezelfde periode daalde de productie met 70 procent. De rol van de baksteen als gevelbekleding is echter nog lang niet uitgespeeld, bezweert branchevereniging KNB in zijn meest recente jaarverslag. Oké, volgend jaar wordt nog een daling verwacht, maar straks, over een jaar of twee, trekt de woningbouw weer aan. Dan zal, zoals na alle economische tegenwind hiervoor, het stenen stapelen weer een vlucht nemen. “Nederland is niet af en zal ook nooit af zijn.”

De baksteenproducenten staan in hun gezamenlijke jaarverslag niet al te lang stel bij de economische tegenwind. De bedrijven besteden liever aandacht aan de stappen die genomen zijn op het gebied van maatschappelijk verantwoord, innovaties en duurzaamheid. Baksteen, zo stellen de fabrikanten, kan helpen bij “het opfleuren van verpauperde wijken” en “het dierbaar houden van een energieloos gebouw”. “Hoe mooi Nederland het ook hebben wil, wij kunnen het maken.”

De hoogtijdagen van de baksteenindustrie zijn de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Bij de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog neemt de baksteen in Nederland een hoge vlucht. Dit resulteert in een schaalvergroting van de traditioneel kleine bedrijven die bakstenen produceren. In 1965 overstijgt de productie de grens van 2 miljard stenen per jaar. Om prijsbederf te voorkomen besluit branchevereniging De Nederlandse Baksteenindustrie fabrieken al dan niet vrijwillig stil te leggen. Hierdoor loopt het aantal steenfabrieken terug van 227 in 1950 naar zo’n 158 negentien jaar later. Daarmee is het overproductieprobleem echter nog niet verholpen. Door modernisering van de productielocaties zijn de overgebleven fabrieken in staat meer te produceren dan voor de sanering.

Midden jaren zeventig volgt daarom, ingegeven door hogere energieprijzen en op sommige plaatsen een gebrek aan klei, een nieuwe saneringsronde. Ook nu worden zo’n vijftig fabrieken gesloten en opnieuw blijkt dit niet voldoende om de overproductie een halt toe te roepen. In 1978 zijn de 108 overgebleven steenfabrieken in staat liefst 2,26 miljard metselstenen te produceren. Dit aantal is sindsdien niet meer gehaald.

Concurrentie

De baksteen verliest terrein. Het kostenaandeel van de baksteen in de bouw loopt in de jaren zeventig terug tot 3 tot 4 procent van de totale bouwsom. Gietbouwsystemen als Intervam, Wilma en Eba nemen de plaats van de metselsteen in. Bovendien zorgt de opkomst van kalkzandsteen en betonblokken ervoor dat baksteen nog slechts als bekledingsmateriaal wordt gebruikt.

Door de tweede oliecrisis in 1979 neemt de vraag naar baksteen sterk af. Begin jaren tachtig worden nog eens 25 steenfabrieken gesloten. De overgebleven tachtig fabrieken zijn dan goed voor een productie van 1386 miljoen metselbakstenen.

De baksteen maakt begin jaren tachtig een comeback. De liefde voor de ambachtelijke detaillering van de gebakken kleibroodjes is teruggekeerd. In de utiliteitsbouw wint de baksteen terrein op de gewassen betonplaten. Als gevolg van de hernieuwde interesse neemt de jaarlijkse productie toe tot 1600 miljoen stenen. Rond de eeuwwisseling daalt de productie weer tot het niveau van halverwege de jaren tachtig. In de tussentijd zijn 25 fabrieken opgedoekt.

Net na de Tweede Wereldoorlog bestaat de baksteensector vooral uit bedrijven met één of twee fabrieken. Door de saneringen komen de overgebleven fabrieken echter in steeds minder handen: de steenbakkers klonteren samen. In 1978 zijn acht combinaties van steenfabrieken – elk met een productie van boven de 80 miljoen stenen – goed voor ongeveer de helft van de totale Nederlandse productie. In 1986 verschijnt Wienerberger op het toneel. Het Oostenrijkse bedrijf begint in rap tempo met de overname van steenfabrieken in heel Europa. In 1996 gaat Wienerberger een strategische samenwerking aan met de Belgische Terca Baksteengroep. Na de eeuwwisseling breiden de Oosterijkers uit met het Britse Hanson Brick Continental Europe. Vanaf dat moment is Wienerberger met 222 fabrieken – waarvan achttien in Nederland – wereldwijd de onbetwiste marktleider in bakstenen

De Nederlandse baksteenindustrie bestaat momenteel uit vijftien bedrijven, die samen 34 productielocaties hebben. Veertien van deze fabrieken zijn in handen van Wienerberger.

De grootste concurrent van de Oosterijkers, het Ierse CRH, gooit in 2013 de handdoek in de ring. Metselfabrieken in Buggenum, Nuth en Wessem gaan dicht. Drie jaar eerder is de CRH’s ambachtelijke steenfabriek De Waalwaard in Dodewaard gesloten. Het bedrijf ziet meer brood in de productie van straatstenen. Alleen CRH-fabriek Façade Beek blijft gevelstenen maken. Als gevolg van de terugloop van het aantal nieuwbouwwoningen produceerde de baksteenindustrie vorig jaar 652 miljoen metselstenen, 70 procent minder dan in de hoogtijdagen.

Waalformaat

Het waalformaat is 21 x 10 x 5 centimeter. Het is ook de gangbare eenheid waarin het aantal stenen (baksteen, betonsteen of kalkzandsteen) wordt geteld. Alle steenformaten worden uiteindelijk rekenkundig herleid tot het waalformaat.Baksteen werd lang geklasseerd naar de streek waar het vandaan kwam. Zo was er het IJsselformaat, het Hilversums formaat, het Dordrechts formaat en het Hollands formaat. Al deze soorten hadden een andere afmeting. Met het standaardiseren van de producten, het normaliseren van het productieproces en de komst van productnormen is deze manier van indelen verdwenen. Sommige namen worden nog altijd gebruikt, maar ze zeggen niets meer over de herkomst.

De metselaar

Het aantal metselaars neemt al jaren af. In 1990 telde het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) 26.000 metselaars. Vorig jaar waren daar nog 3900 (arbeidsjaren) van over, 85 procent minder. Het aantal metselaars is de afgelopen vijf jaar meer dan gehalveerd. Ter relativering: het totale aantal werknemers op de bouwplaats liep sinds 2008 bijna 40 procent terug. Metselaars zijn op papier echter harder getroffen door de crisis dan bijvoorbeeld stratenmakers, tegelzetters en dakdekkers. De komende jaren verwacht het EIB een opleving. Over vijf jaar zijn er in Nederland weer circa 4700 metselaars aan het werk, verwachten de economen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels