nieuws

‘Bijeffect ruimtelijk beleid kreeg te weinig aandacht’

bouwbreed

Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen moet meer dan voorheen rekening worden gehouden met onbedoelde en soms ongewenste bijeffecten van het overheidsbeleid.

Grondspeculatie was onvoorziene bijkomstigheid van Vinex-afspraken

Dat zegt Hans Leeflang directeur Kennis, Innovatie en Strategie (KIS) bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu. “Je kunt negatieve effecten niet uitsluiten, maar je kunt wel proberen ze in te calculeren en daarmee problemen voorkomen.” Leeflang plaatst zijn kanttekeningen aan de vooravond van het Jaar van de Ruimte 2015 waartoe hij het initiatief nam en dat momenteel wordt voorbereid. Hij wil hiermee een breed debat openen over de ruimtelijke toekomst van Nederland.

Het Jaar van de Ruimte sluit de periode af waarin de Vierde nota voor de ruimtelijke ordening (Vino) en de Vierde nota ruimtelijke ordening extra (Vinex) het licht zagen en werden uitgevoerd. Leeflang vindt dat bij de Vinex-akkoorden, waarbij hij nauw was betrokken, te weinig werd nagedacht over negatieve gevolgen van het gevoerde beleid. Als voorbeeld noemt hij grondspeculaties die de afgelopen twee decennia optraden tijdens de uitvoering van de Vinex-akkoorden. “Een onvoorziene ontwikkeling met gevolgen die nog steeds doorwerken. Door een maatschappelijke dialoog op gang te brengen, kunnen zulke risico’s voor de toekomst worden beperkt.”

De overheid moet nog wennen aan de nieuwe rol die daarbij voor haar is weggelegd. “Oude patronen gaan niet zomaar weg. Er is tijd nodig om in die nieuwe rol te groeien.”

De tijd waarin de Vinex-nota’s tot stand kwamen, vergelijkt Leeflang met het huidige tijdsbestek. “Net als nu stonden we voor een grootschalige vernieuwing van het ruimtelijk beleid. Daarbij was veel onduidelijk. Wel helder was dat de methode uit de voorafgaande jaren niet meer werkte en dat daarvoor in de plaats iets nieuws moest komen.”

De werkwijze uit de Vinex-tijd is niet één op één over te nemen bij de nieuwe ruimtelijke opgave. Het is noodzakelijk een methode te ontwikkelen die bij deze tijd past. Daarbij moet onder meer aandacht komen voor het toenemende belang van particuliere opdrachtgevers en voor betrokkenheid van burgers. “Die spelen momenteel slechts een marginale rol, maar je hoeft geen voorspellende gaven te hebben om in te zien dat hun belang in de toekomst groeit. Ik verwacht dat particuliere initiatieven steeds meer zullen worden verbonden met grotere gebiedsontwikkelingen.”

Het Jaar van de Ruimte begint officieel op 15 januari 2015.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels