nieuws

Nieuwe rol overheid bij invulling ruimte

bouwbreed

De uitvoering van de Vinex-opgave is relatief succesvol verlopen. Toch kunnen de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra en zijn voorganger, de Vierde Nota voor de Ruimtelijke Ordening, niet dienen als blauwdruk voor de ruimtelijke opgave die Nederland de komende jaren te wachten staat. Dat blijkt uit ‘Wie maakt Nederland?’, een onderzoek van Platform31.

W ie maakt Nederland? verschijnt aan de vooravond van Het jaar van de ruimte. Onder deze noemer begint in 2015 een actieprogramma met als doel meer partijen te betrekken bij de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. In dat verband valt er veel te leren van de Vinex-aanpak, stellen verschillende hoofdrolspelers uit de Vinex-periode. Het aanzien van Nederland veranderde door de Vinex-afspraken drastisch en daarvan kan de huidige generatie gebiedsontwikkelaars veel opsteken. Daarbij mag niet uit het oog worden verloren dat de omstandigheden gewijzigd zijn en dat gebeurt vooralsnog onvoldoende, vindt Hans Leeflang. Hij was destijds bij de Rijksplanologische Dienst verantwoordelijk voor het tot stand komen van de beide nota’s. Dat betekent onder meer dat er veel aandacht nodig is voor initiatieven uit de samenleving en voor welke partijen willen investeren in gebiedsontwikkeling. De overheid moet in dat verband een nieuwe rol op zich nemen. Het energieakkoord kan daarbij als voorbeeld dienen. “Realiseer een platform waarin partijen elkaar kunnen vinden en best practicesover de wereld uitgewisseld kunnen worden. Ik vind dat een rol van de overheid.”

Eveneens van belang voor de toekomstige ruimtelijke opgave is de grote leegstand van vastgoed, stelt Dick Hamhuis, adviseur voor de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur. Hij wijst hij op een verkeerde manier van werken uit het verleden. Projectontwikkelaars kregen te veel ruimte om kantoren te bouwen. “Hierdoor zijn corridorlandschappen ontstaan: snelwegen dichtgesmeerd met verschrikkelijke bedrijventerreinen gemengd met kantoren, alleen bereikbaar met auto of vrachtwagen.” De huidige leegstand van vastgoed maakt het noodzakelijk, vindt Hamhuis, dat bij toekomstige bouwopgaven hieraan veel aandacht moet worden besteed en dat niet direct gaat worden gezocht naar nieuwe uitleglocaties.

Verder wordt in het onderzoek gewezen op het internationale belang van de ruimtelijke ontwikkeling. Tijdens de Vinex-periode was hiervoor al aandacht, zegt Victor Schoenmakers, ooit vanuit de Rijksplanologische Dienst betrokken bij het opstellen van de nota. Niettemin kwam het aspect van internationalisering niet goed uit de verf en dat is in feite nog steeds het geval. “Op zich kan ik me wel voorstellen dat de verantwoordelijkheden voor landschaps- en gebiedsontwikkeling gedecentraliseerd zijn”, zegt Schoenmakers. De ambities die Nederland heeft economisch internationaal een rol te spelen, maken een visie nodig. “De overheid zou daarin leiderschap moeten tonen en een duidelijke koers moeten uitzetten. Een visie op de toekomst van ons land kan marktpartijen vertrouwen geven.”

Het jaar van de ruimte

In de jaren tot 2040 staat Nederland voor een grote ruimtelijke opgave. Daarom is 2015 uitgeroepen tot Het jaar van de ruimte. Initiatiefnemers zijn onder meer het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Neprom (Nederlandse vereniging van projectontwikkelaars) en Platform31. De laatste leidt het jaar in met de publicatie Wie maakt Nederland. Daarin wordt zowel teruggeblikt als vooruitgekeken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels