nieuws

‘Met de code willen we wantrouwen wegnemen’

bouwbreed

Het EIB verwacht voor dit jaar al een omzetgroei van 2 procent in de slopersbranche. Heeft u dat verbaasd? Bork: “Nee, toch niet. Het is in lijn met het gevoel dat we zelf al hadden. Maar het is wel prettig natuurlijk dat er enig herstel optreedt. Het dal is erg diep geweest.” Hol: “Bij de […]

Het EIB verwacht voor dit jaar al een omzetgroei van 2 procent in de slopersbranche. Heeft u dat verbaasd?

Bork: “Nee, toch niet. Het is in lijn met het gevoel dat we zelf al hadden. Maar het is wel prettig natuurlijk dat er enig herstel optreedt. Het dal is erg diep geweest.”

Hol: “Bij de totaalslopers dieper nog dan bij de renovatieslopers. De nieuwbouw is grotendeels weggevallen en daarmee ook de sloop van complete gebouwen. Corporaties zijn vooral geld gaan steken in renovatie van hun bezit. Dat is ook mede de reden dat omzet uit asbestverwijdering stabiel is gebleven afgelopen jaren. Als je gaat renoveren, kom je vaak ook asbest tegen.”

De omzet uit het pure sloopwerk daalde afgelopen jaar met ruim 30 procent tot 440 miljoen. Tot veel faillissementen heeft dat echter niet geleid. Hoe is dat te verklaren?

Hol: “Er zijn wel sloopbedrijven omgevallen hoor, maar niet met bossen tegelijk, zoals in de bouw. Dat komt vooral doordat slopers gewend zijn alles op te pakken. Ze beperken zich zelden tot een enkele activiteit. Dat blijkt ook uit het EIB-onderzoek. Vijftien procent van de omzet in de branche komt uit andere activiteiten dan slopen of asbestverwijdering. Veel slopers zijn ook actief in infra, afval, transport, recycling of bodemsanering.”

Bork: “Vooral de gemengde bedrijven hebben zich goed staande gehouden. Degene die zijn afgevallen waren toch vaak of sloper of asbestsaneerder. Overigens hebben de meeste slopers wel moeten inkrimpen.”

Veras heeft zich afgelopen vijf jaar ingezet voor de verdere professionalisering van de sector. Is dat gelukt of is het aantal ‘cowboys’ in de markt nog altijd groot?

Hol: “Het imago van een sector vol cowboys is allang verdwenen. Sloopbedrijven denken zelf nog van niet, maar dat zelfbeeld strookt niet met de werkelijkheid. Opdrachtgevers bijvoorbeeld prijzen juist de kennis van slopers op het gebied van milieu, veiligheid en regelgeving. De sector heeft afgelopen tien jaar echt een enorme professionaliseringsslag gemaakt.”

Die is niet vooral het gevolg van de strengere milieuregelgeving?

Bork: “Dat heeft zeker wel een rol gespeeld. Maar om nou alle eer aan de regelgeving te geven, gaat te ver. Het komt vooral ook uit de sloopaannemer zelf. Die wil graag over de nieuwste machines en de laatste certificaten beschikken. Hij is continu bezig om te kijken hoe het beter, veiliger en milieuvriendelijker kan.”

Punt van zorg is en blijft de moeizame relatie met opdrachtgevers. Is dat ook de reden waarom de code Verantwoord Opdrachtgever- en Opdrachtnemerschap is opgesteld?

Hol: “Je ziet in de praktijk steeds meer goed opdrachtgeverschap, maar helaas komt het ook nog steeds voor dat, en ik zeg het gechargeerd, donderdag een sloper een project in zijn mik geschoven krijgt, vrijdag een prijs moet neerleggen en maandag moet beginnen. Dat is niet meer van deze tijd, maar wel de realiteit.”

Bork: “Sloopbedrijven klagen over een gebrek aan projectinformatie en onredelijke bestekseisen. Opdrachtgevers vinden op hun beurt dat slopers bij hun aanbiedingen te veel speculeren op meerwerk. Dat geeft veel discussie en zorgt voor wederzijds wantrouwen. Met de code willen we die wegnemen.”

Hol: “Centraal in de code staan: voldoende gebouwinformatie, het gezamenlijke besef dat de informatie nooit volledig kan zijn en afspraken hoe je omgaat met afwijkende omstandigheden. Daarmee gaan we de wereld misschien niet veranderen, maar als alle partijen de uitgangspunten van de code hanteren, kan de wederzijdse pijn voor een groot deel worden voorkomen.”

Een juridische status heeft de code niet. Hoe gaan opdrachtgevers ervan overtuigd raken dat ze toch volgens de uitgangspunten van de code moeten aanbesteden?

Hol: “We zullen vandaag op ons congres de code presenteren. We spreken inmiddels met diverse partijen om draagvlak te krijgen. De reacties zijn positief. Zo zal vandaag de divisie vastgoed en beveiliging van het ministerie van Defensie haar steun uitspreken. Dat is een goed begin. Bedoeling is dat er daarna meer partijen volgen. Dan krijg je een soort olievlekwerking, is onze verwachting. Wij zijn er overigens van overtuigd dat opdrachtgevers bereid zijn om zich te committeren aan de code. Ook zij hebben er belang bij dat de sloopwerkzaamheden zorgvuldig en planmatig worden uitgevoerd. Zeker ook gezien alle eisen die tegenwoordig gelden aan milieu, hergebruik, veiligheid.”

Bork: “Dat de code niet verplicht is, hoeft geen belemmering te zijn. Je ziet in de praktijk dat opdrachtgevers ook van slopers eisen dat ze over het certificaat Veilig en Milieukundig Slopen beschikken. Ook dat is niet verplicht.”

GROEI in asbest

Asbestsanering wordt steeds belangrijker voor sloopbedrijven. De omzet uit deze activiteit neemt komende jaren toe tot 615 miljoen in 2019, verwacht het EIB. De omzet uit sloopwerk zal dan rond de 510 miljoen bedragen. Andere activiteiten, zoals recycling, transport en afvalwerking, zullen goed zijn voor 315 miljoen aan opbrengsten. Daarmee komt de totale omzet in de slopersbranche in 2019 uit op 1,44 miljard. Dat is 6 procent meer dan in 2008. De sterkste groei in asbestverwijdering voorziet het EIB in de agrarische sector. Daar ligt een grote opgave rond de sanering van asbestdaken. Woningcorporaties zullen vooral de ‘natuurlijke momenten’ bij mutatie van woningen en planmatig onderhoud gebruiken om asbest te saneren.

tweets

VERAS VIJF JAAR

Asbestsanering wordt steeds belangrijker voor sloopbedrijven. De omzet uit deze activiteit neemt komende jaren toe tot 615 miljoen in 2019, verwacht het EIB. De omzet uit sloopwerk zal dan rond de 510 miljoen bedragen. Andere activiteiten, zoals recycling, transport en afvalwerking, zullen goed zijn voor 315 miljoen aan opbrengsten. Daarmee komt de totale omzet in de slopersbranche in 2019 uit op 1,44 miljard. Dat is 6 procent meer dan in 2008. De sterkste groei in asbestverwijdering voorziet het EIB in de agrarische sector. Daar ligt een grote opgave rond de sanering van asbestdaken. Woningcorporaties zullen vooral de ‘natuurlijke momenten’ bij mutatie van woningen en planmatig onderhoud gebruiken om asbest te saneren.

De Vereniging voor Aannemers in de Sloop (Veras) ontstond vijf jaar geleden uit de fusie van brancheorganisaties VS en Babex. De huidige vereniging telt ongeveer negentig leden. Het merendeel is te typeren als een gemengd bedrijf, dat wil zeggen dat ze naast slopen ook doen aan asbestsanering, recycling, afvalverwerking of bijvoorbeeld transport. Het totaal aantal sloopbedrijven in Nederland wordt door het EIB geschat op vijfhonderd. De sector telt ongeveer 6400 arbeidsplaatsen. In 2013 waren alle bedrijven samen goed voor een omzet van ruim 1 miljard euro. Daarvan komt veruit het grootste deel voor rekening van de bij Veras aangesloten slopers.

tweets

VERAS VIJF JAAR

Asbestsanering wordt steeds belangrijker voor sloopbedrijven. De omzet uit deze activiteit neemt komende jaren toe tot 615 miljoen in 2019, verwacht het EIB. De omzet uit sloopwerk zal dan rond de 510 miljoen bedragen. Andere activiteiten, zoals recycling, transport en afvalwerking, zullen goed zijn voor 315 miljoen aan opbrengsten. Daarmee komt de totale omzet in de slopersbranche in 2019 uit op 1,44 miljard. Dat is 6 procent meer dan in 2008. De sterkste groei in asbestverwijdering voorziet het EIB in de agrarische sector. Daar ligt een grote opgave rond de sanering van asbestdaken. Woningcorporaties zullen vooral de ‘natuurlijke momenten’ bij mutatie van woningen en planmatig onderhoud gebruiken om asbest te saneren.

De Vereniging voor Aannemers in de Sloop (Veras) ontstond vijf jaar geleden uit de fusie van brancheorganisaties VS en Babex. De huidige vereniging telt ongeveer negentig leden. Het merendeel is te typeren als een gemengd bedrijf, dat wil zeggen dat ze naast slopen ook doen aan asbestsanering, recycling, afvalverwerking of bijvoorbeeld transport. Het totaal aantal sloopbedrijven in Nederland wordt door het EIB geschat op vijfhonderd. De sector telt ongeveer 6400 arbeidsplaatsen. In 2013 waren alle bedrijven samen goed voor een omzet van ruim 1 miljard euro. Daarvan komt veruit het grootste deel voor rekening van de bij Veras aangesloten slopers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels