nieuws

IJskoud gletsjerwater koelt supercomputer

bouwbreed

Het nieuwe CSCS-datacenter herbergt niet alleen een van de grootste computers van Europa. Het is ook het groenste centrum in zijn soort, dankzij de slimme koeling met water uit het Meer van Lugano. Ad Tissink

Het computercentrum dat eind vorige week in Lugano officieel werd geopend, is onder meer in gebruik bij de Zwitserse meteorologische dienst. Die kan er veel sneller weermodellen mee doorrekenen en zo nauwkeuriger voorspellingen afgeven. De zwaarste computer van het CSCS heeft een capaciteit van bijna 8 petaflop en kan dus per seconde bijna 8 biljoen berekeningen uitvoeren.

Omdat het de bedoeling is dat het CSCS zo’n veertig jaar in de voorhoede meedraait, is de betonnen bunker waarin de computer is ondergebracht, op de groei ontworpen. Transformatoren, noodaggregaten en koelwaterpompen zijn ondergebracht in de kelder. Daarboven bevindt zich een distributieverdieping met de kanalen. Deze verdieping heeft een hoogte van 5 meter gekregen om toekomstige aanpassingen te faciliteren. In het verleden bleek volgens Angela Detjen van het CSCS maar al te vaak de interne distributie van koeling en energie de beperkende factor om bij een bestaand rekencentrum de nieuwste generatie computers te installeren. Vandaar dat de gebruikelijke verhoogde vloer plaats heeft gemaakt voor een heuse verdieping.

Kolomloos

De 2000 vierkante meter grote vloer daarboven, waarop de eigenlijke computers staan, is compleet kolomloos. Vijftig ton zware prefab betonnen liggers maken de vereiste overspanningen mogelijk.

Het CSCS is volgens Detjen niet alleen het grootste, maar ook een van de groenste computercentra van Europa. Die prestatie komt vooral op conto van het koelsysteem dat gebruikmaakt van het ijsko ude gletsjerwater uit het Meer van Lugano. Het scheelt het centrum zeker een derde van de energierekening vergeleken met conventioneel gekoelde computercentra. Voor het koelwatersysteem zijn twee grote zuigbuizen in het meer afgezonken tot een diepte van zo’n 45 meter.

Daar bevindt zich water dat het hele jaar stabiel een temperatuur van 6 graden heeft. De pompen kunnen per seconde 760 liter koelwater naar het bijna 3 kilometer verderop en 30 meter hoger gelegen rekencentrum persen. Het water is daar, na de warmtewisselaars voor de zwaarste computers opgewarmd tot zo’n 16 tot 18 graden. Dat is nog koud genoeg om in een tweede stap de warmte van de iets lichtere computers af te koelen. Met een temperatuur van maximaal 25 graden keert het water daarna onder vrij verval terug naar het meer. Daar wordt het op een diepte van zo’n 50 meter, 100 meter verwijderd van het onttrekkingspunt ingelaten.

Milieu-effectrapportages hebben volgens Detjen uitgewezen dat de ingreep nauwelijks van invloed is op het leven in het meer. En als er al invloed is, dan is die vermoedelijk positief, omdat sinds de aanleg van een dam in de negentiende eeuw de verticale menging van de waterlagen werd verstoord. De inlaat van het warme water op grote diepte zou de verticale stroming weer op gang kunnen brengen waardoor het zuurstofgehalte van het water toeneemt. Om voldoende druk te houden op het retourwater, stroomt het na de tweede koelstap eerst in een buffervat. Omdat alles zo overgedimensioneerd lijkt, heeft het CSCS ook weer voorzieningen laten aanbrengen om de energie van het terugstromende water weer te benutten met kleine waterkrachtturbines.

Brandveilig

Omdat die vaak meer kwaad dan goed doet aan de gevoelige computers, is in het CSCS geen sprinkler- of CO2-blusinstallatie aangebracht. Er vindt zeer nauwkeurige rookdetectie plaats doormiddel van een speciaal afzuigsysteem. De brandweerkazerne zit aan de overkant van de straat en kan gericht ingrijpenzonder verder schade toe te brengen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels