nieuws

‘Bouwsector, tel uw zegeningen’

bouwbreed

Het tij kan snel keren in een provincie zoals Zuid-Holland. Waren er in 2011 nog teveel plannen om woningen te bouwen, drie jaar later vreest de provincie voor een tekort. Gedeputeerde Govert Veldhuijzen spoort de markt aan beter naar de consument te luisteren. 
 Thomas van Belzen

Tegen wethouders zeggen dat ze minder moeten bouwen, is niet altijd even leuk, weet de CDA-bestuurder: “Ze worden weleens boos als je ze confronteert met de realiteit, maar je kunt moeilijk de provincie verwijten dat er niet gebouwd wordt. Hoe verstandig je ook programmeert. Zonder vertrouwen en leenmogelijkheden houdt alles op.” Kortom, zo zit gedeputeerde Veldhuijzen in het woondossier. Hoe je als “boodschapper” het woonbeleid ook in banen probeert te leiden. Uiteindelijk gaan de gemeenten er zelf over.

Provincies maakten zich de afgelopen jaar niet populair. Waar je ook kwam ze zeiden: het is tijd om plannen te schrappen, er zijn te veel verkeerde woningbouwplannen. De boodschap was helder, iedereen knikte, maar maakte niet altijd heel veel indruk. Ontwikkelaars koesterden hun verworven bouwrechten, gemeenten stelden eventuele verliezen uit, wachtend op betere tijden. Daarom bestaan er nog oude bouwplannen.

De ‘bouwstopberichten’, die in 2011 ook in Zuid-Holland klonken, zijn nu als sneeuw voor de zon verdwenen. Waren er toen te veel verkeerde plannen, nu dreigt er een tekort aan goede plannen: de afgelopen jaren kwamen er meer huishoudens bij dan woningen. Dat is nu de zorg. De ontstane impasse tussen gemeenten en ontwikkelaars heeft een averechts effect gehad. Veldhuijzen licht de nieuwe cijfers toe. “Tot 2030 is er nauwelijks sprake van een bevolkingsdaling. De aard van de bevolking wordt wel anders. Minder blije gezinnetjes, meer alleenstaande ouderen.”

Ook ruimtelijk gezien is Zuid-Holland tot nieuwe denkbeelden gekomen.Bouwen in het groen behoort weer tot de mogelijkheden, ziet Veldhuijzen: “De woningbehoefte in landelijke gebieden blijft beter op peil dan we hadden vermoed.”

Behoefte aan veel plannen dus. Niet dat gemeenten en ontwikkelaars in hun handen kunnen wrijven met hun oude plannen, benadrukt de voormalige wethouder van Dordrecht. In de Rotterdamse regio voldoet 40 procent van de oude plannen niet aan de huidige woonwensen. Duur moet plaatsmaken voor betaalbaar.

De grote vraag blijft hoe de impasse tussen gemeenten en ontwikkelaars kan worden doorbroken. Veldhuijzen gelooft dat het goed komt: “Het klopt dat gemeenten afhankelijk zijn van projectontwikkelaars, maar de crisis bracht ons één groot voordeel: de marktvraag is nu meer bepalend dan voorheen. Vroeger werd alles verkocht. Dat is niet meer zo.”

Maar hoelang blijft deze werkelijkheid werkelijkheid? Hoelang heeft de vraagzijde het voor het zeggen? Wat als het bouwtempo achterblijft? Wie wacht er dan nog op een goed plan? Heeft de provincie een stok om mee te slaan? Veldhuijzen zegt van wel, maar gaat er niet vanuit dat hij die nodig heeft: “Gemeenten geven de komende anderhalf jaar invulling aan onze visie. Ik heb vertrouwen in de markt.”

Zo lijkt alles weer gewoon te worden. Zelfs de volgens Bouwend Nederland te hoge grondprijs. Veldhuijzen denkt dat die bijna overal al laag genoeg is. Bovendien: “Als provincie bemoei ik me niet met de grondexploitaties van gemeenten. We hebben daarbij niet de middelen om gronden over te nemen. Of ik nog iets tegen bouwers wil zeggen? “Tel uw zegeningen. Minder bouwen hoeft niet. Wel anders.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels