nieuws

Vrijwillige aanbesteding en beginselen van aanbestedingsrecht

bouwbreed

Zoals bekend heeft de Hoge Raad in 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BZ2900) geoordeeld dat aanbestedingsbeginselen niet bij elke private aanbesteding in acht hoeven te worden genomen; dit hangt af van de redelijkerwijs gewekte verwachting. De rechtbank Den Haag oordeelde op 6 december 2013 (ECLI:NL:RBDHA:2013:18500) in vergelijkbare zin.

Wat van deze rechtspraak te denken? Het Instituut voor Bouwrecht organiseert samen met de VU op 8 april 2014 een bijeenkomst over deze vraag. In dit artikel neem ik een voorschot op de centrale vraag van die middag: Is de Hoge Raad met dit arrest niet te ver doorgeschoten in de bescherming van private aanbesteders, aangezien het arrest hen een haast ongelimiteerde mogelijkheid lijkt te bieden om de beginselen van aanbestedingsrecht jegens (potentiële) deelnemers aan de aanbesteding uit te sluiten?.

Deze rechtspraak roept de vraag op naar het wezen van het fenomeen aanbesteding. Hieraan zitten mijns inziens twee kanten. Een feitelijke kant, inhoudende dat aanbesteden “de al dan niet gelijktijdige uitnodiging van een aanbesteder aan twee of meer ondernemers om een inschrijfcijfer in te dienen voor de uitvoering van een opdracht tot het leveren van goederen of het verrichten van diensten” is (Pijnacker Hordijk c.s. 2009, p. 1). De andere kant is de normatieve, wederom in de woorden van Pijnacker Hordijk c.s. (p.6) : “De gedachte dat een adequaat procedureel regime gebaseerd op de basisbeginselen van gelijke behandeling, transparantie en objectiviteit onontbeerlijk is om een efficiënte en faire ontmoeting van vraag en aanbod te waarborgen.”

Procedurele regime

Kiest een opdrachtgever die een opdrachtnemer zoekt met behulp van het fenomeen aanbestedingen en die zoektocht inkleedt volgens de hoofdlijnen in de gebruikelijke aanbestedingsreglementen, niet inherent voor dat procedurele regime, gebaseerd op de genoemde beginselen?

Is het mogelijk om, gekozen hebbend voor deze gang van zaken, óók nog te kiezen voor het niet in acht nemen van die beginselen?

En worden, juist door te kiezen voor een dergelijke procedure om aan een opdrachtnemer te komen, potentiële inschrijvers niet op het idee gebracht dat de aanbestedingsrechtelijke beginselen zullen gelden?

De hoogste rechter heeft gesproken, maar dat is geen einde van de discussie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels