nieuws

Nadelen retentierecht vermijdbaar

bouwbreed

Het retentierecht zit vol voetangels en klemmen wanneer de opdrachtgever failliet gaat. Die zijn echter te vermijden, meent advocaat Bart Kockelkorn van Heijltjes Advocaten.

Aannemer staat bij faillissement opdrachtgever maar één keer vooraan

De Faillissementswet is simpel. Een faillissement laat het retentierecht in stand. Op het oog lijkt er dus weinig aan de hand. Maar, zo vraagt advocaat Kockelkorn retorisch, wat is dat retentierecht nog waard.

Het beste dat een aannemer kan overkomen, is dat er een hypotheek rust op het onroerend goed dat is gebouwd of verbouwd. In dat geval heeft die het recht de zaak te verkopen in plaats van de curator. Van de opbrengst moet dan eerst de rekening van de aannemer worden voldaan. Vervolgens krijgt de hypotheekhouder zijn deel. Wat overblijft mag de curator in de boedel onderbrengen.

Bij alle andere opties is de aannemer aanzienlijk slechter af, ondanks de retentie. Op grond van de Faillissementswet die in eerste instantie zo gracieus het retentierecht in stand houdt, kan de curator er ook voor kiezen de bevoegdheid op het bouwwerk op te eisen. Dat kan hij zelfs met de sterke arm afdwingen. De curator is dan eveneens bevoegd het bouwwerk te verkopen.

Voorrang

Maar, stelt Kockelkorn, dit betekent niet dat de aannemer helemaal met lege handen staat. Hij houdt voorrang bij de verdeling van de boedel, maar staat niet vooraan. De allereerste die betaald wordt, is de curator. Vervolgens staan Belastingdienst en UWV te dringen. Als er dan nog geld resteert, behoort de aannemer met retentierecht tot de eerste die worden betaald.

En andere gunstige optie is volgens de advocaat dat de curator de aannemer in elk geval betaalt, vooropgesteld dat de boedel tenminste zo groot is dat de rekening kan worden voldaan. Die situatie kan zich voordoen als zich bijvoorbeeld al een koper voor het bouwwerk heeft gemeld en de curator de levering wil veiligstellen. Door betaling van de rekening gaat de vordering teniet en vervalt het retentierecht.

Kockelkorn denkt dat deze situatie niet vaak zal voorkomen, omdat zeker in het begin van een faillissement er onvoldoende geld is om de rekening van de aannemer te kunnen betalen. Opeisen van het werk komt vaker voor.

Maar er is nog een optie die de aannemer in de praktijk hetzelfde kan opleveren als wanneer de hypotheekhouder de verkoop regelt. Die weg kost echter heel wat meer werk en de curator moet ofwel meewerken danwel nalatig blijven.

Een aannemer kan ervoor kiezen de curator een redelijke termijn te stellen waarbinnen die zijn rechten kan uitoefenen. Als de curator daar geen gehoor aan geeft of in het geheel niet van zich laat horen, mag de aannemer het bouwwerk te gelde maken na afloop van de termijn. Daarvoor is geen rechterlijk vonnis meer nodig. Wel zijn er nog enkele juridische eisen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels