nieuws

‘Je kunt onmogelijk heel Nederland inpakken’

bouwbreed

“Ik begrijp dat ze Rotterdam Airport willen beschermen tegen overstromingen. En dan? Ga je de aanvoerwegen ook inpakken? Dat is niet te betalen.” Fries Heinis, directeur van de Vereniging van Waterbouwers, staat best open voor meerlaagse veiligheid. “Als het maar niet doorslaat.”

Is het een hype? Een modewoord? Of toch een serieuze bezigheid? Meerlaagse veiligheid. Waterbouwen in drie lagen. Water tegenhouden (1), gebouwen drooghouden (2) en anders hard wegrennen (3). Ofwel: de dijk die het water keert, de woning die tegen een waterstootje kan, en de schuilplaats op poten waar helikopters op kunnen landen.

In Nederland bestaan twee kampen. Of je bent voor, of je bent tegen. Waterbouwers en dijkgraven zijn voor met een grote tenzij. Koester de dijken, denken zij vooral. Ingenieurs zien kansen. Zij dromen van gecombineerde plannen.

Eén ding is duidelijk: in de strijd tegen het water is het louter ‘gokken’ op hogere dijken niet meer van deze tijd. Evacueren is ook belangrijk. Een risicoloos bestaan, bestaat gewoonweg niet.

En toch komt het nauwelijks van de grond. Het zit niet in de genen van diegenen die erover gaan. Dijkgraven hebben hun eigen belang. Wethouders kijken naar hun eigen straatje. Waterbouwers zitten niet te wachten op bestuurlijk getreuzel.

Wordt hier te veel vastgehouden aan hogere dijken? Deltacommissaris Wim Kuijken vindt van niet: “Preventie met dijken, duinen, keringen en ruimte voor de rivier is en zal de voornaamste manier blijven om Nederland te beschermen tegen het hoge water. Dus als u dat bedoelt met het vasthouden aan het oude denken, dan ben ik het daar mee eens. Ik vraag wel van alle partijen, vooral van de waterbeheerders om innovaties te benutten.”

Eventjes geduld nog, schrijft de deltacommissaris verder. Op Prinsjesdag hakt het kabinet de knopen door. Hij acht het niet onwaarschijnlijk dat er ook ruimte is voor multifunctionele dijken of andere, meerlaagse, rendabele oplossingen. Precies zoals de bedoeling was. Bovendien: de drietrapsraket laat de hersens van de mogelijk gehersenspoelde ingenieurs en bestuurders al kraken. Bij Dordrecht, Marken en de IJsselvechtdelta wordt momenteel in een drietal pilots gezocht naar ‘slimme combinaties’.

Zwart-wit

Louis Broersma van Grontmij is een absolute voorstander van meerlaagse veiligheid. De waterman vreest echter dat alle goedbedoelde integrale studies in ladekasten verdwijnen. Het oude denken zit volgens hem te veel geworteld in de nog actuele onderzoeksmethodes: “Uit veel kosten-batenanalyses is gebleken dat investeren in dijken eigenlijk altijd kosteneffectiever is dan oplossingen in de openbare ruimte. Die kba’s zijn leidend. Ik vind dat we daar te zwart-wit mee omgaan.”

Waterbouwers zijn minder stellig. Zij zijn voor een meerlaagse benadering, als het maar niet te bont wordt. Denken in rondjes vergt voor je het weet zoveel tijd dat plannen uitblijven en werkzaamheden stilvallen. “Daar zit niemand op te wachten”, zegt Fries Heinis, directeur van de Vereniging van Waterbouwers. Bovendien: “De focus moet gericht blijven op preventie. Kijk naar Engeland. Als je de eerste laag verwaarloost, kun je ontruimen wat je wil, maar dan is het dweilen met de kraan open.”

Meerlaagse veiligheid maar dan alleen als het zin heeft. Maar wie bepaalt dat? Wie beslist over gebouwen op palen? De wethouder? De dijkgraaf? “Per geval moet dat bekeken worden”, zegt deltacommissaris Kuijken. Als iemand verstand heeft van polderen, is hij het wel, de voormalige hoogste ambtenaar van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Maar is het niet te vrijblijvend? Meerlaags als het kan, niet omdat het moet. Omdat we geen geld hebben om alle dijken op orde te krijgen… Broersma van Grontmij bekruipt dat gevoel. “Al zullen ze dat in Den Haag nooit hardop zeggen. Investeringen op dit vlak heb ik in elk geval nog niet veel gezien.” Kuijken weerspreekt dat het kabinet meerlaagse veiligheid vooral aangrijpt als besparingsoptie. “In het geheel niet.”

Hoe meer je onderzoekt, hoe meer problemen je tegenkomt, hoe hoger de kosten. Dat punt maakt waterbouwer Heinis: “Meerlaagse veiligheid is ook geen nieuw kunstje. Bij de Ruimte voor de Rivier doen we dat al langer. Neem project Noordwaard, waar huizen op terpen worden gebouwd. Hoe meer tweelaags kun je het krijgen? Nogmaals, het meeste geld moet toch echt gaan naar de dijken. Nu al voldoet 70 procent niet. Het is goed dat we bij Dordrecht naar andere oplossingen kijken, maar je kunt niet een compleet nieuwe stad bouwen. Bij Rotterdam The Hague Airport willen ze dat de landingsbaan droog blijft bij een overstroming. En dan? Wat doe je met de aanvoerwegen? Je kunt niet heel Nederland inpakken.”

Wens

De Unie van Waterschappen noemt meerlaagse veiligheid een wens, geen verplichting. “Multifunctionele dijken? Waarom zouden er olifanten op dijken moeten kunnen lopen. Wij moeten zorgen voor veilige dijken.” Is het dan toch een hype die overwaait? “Nee, besluit Heinis. “We deden het al, we doen het al en we moeten het blijven doen, maar we moeten er niet alle heil van verwachten. Het is geen panacee. Of Nederland er over dertig jaar heel anders uitziet? Nee hoor. En ons land is dan ook niet verdwenen onder het water. Dat kan toch niet. Wij hebben de beste waterbouwers hier.”

De klimaatbestendige stad

De klimaatbestendige stad Hoe sla je vijf vliegen in één klap? Grontmij bekeek dat voor de Kop van de Betuwe in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het gebied is aan drie kanten omsloten door drie dijken en rivieren en staat voor vijf toekomstige opgaven: het waarborgen van de waterveiligheid, het tegengaan van wateroverlast door regen, het opvangen van zoetwater tekorten, het verbeteren van de waterkwaliteit en het vermijden van gezondheidsproblemen voor ouderen door hitte. Grontmij adviseert om aan te haken op bestaande plannen zoals de doortrekking van de A15 en de bouw van 10.000 nieuwbouwwoningen. Het ingenieursbureau onderzocht verschillende varianten waaronder alternatieven met multifunctionele dijken, Park en Flees (verzamelplekken evacues), open watergebieden, diepere zandwinplassen en groenzones. Grontmij denkt dat integrale plannen rendabel zijn, maar vreest dat ze sneuvelen vanwege oude rekengewoontes.

Hoe sla je vijf vliegen in één klap? Met een aantal partijen bekeek Grontmij dat voor de Kop van de Betuwe in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het gebied is aan drie kanten omsloten door drie dijken en rivieren en staat voor vijf watergerelateerde opgaven: het waarborgen van de waterveiligheid, het tegengaan van wateroverlast door regen, het opvangen van zoetwatertekorten, het verbeteren van de waterkwaliteit en het vermijden van gezondheidsproblemen voor ouderen door hitte. Grontmij adviseert om aan te haken op bestaande plannen zoals de doortrekking van de A15. Het ingenieursbureau onderzocht verschillende varianten waaronder alternatieven met multifunctionele dijken, Park en Flees (verzamelplekken voor evacués), open watergebieden, diepere zandwinplassen en groenzones. Grontmij denkt dat integrale plannen rendabel zijn, maar vreest dat ze sneuvelen vanwege een eenzijdig afwegingskader.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels