nieuws

Commissie vanAanbestedingsexperts krijgt voldoende

bouwbreed

Een jaar na aanvang van de Commissie van Aanbestedingsexperts is het tijd om te zien hoe zij het doet . Hoe toegankelijk blijkt de commissie bijvoorbeeld en wat valt te leren uit haar werkzaamheden. De aspecten waaraan de commissie moet voldoen, zijn, zoals vorige week op deze plaats geschetst, gedestilleerd uit de toelichting bij het […]

Een jaar na aanvang van de Commissie van Aanbestedingsexperts is het tijd om te zien hoe zij het doet . Hoe toegankelijk blijkt de commissie bijvoorbeeld en wat valt te leren uit haar werkzaamheden.

De aspecten waaraan de commissie moet voldoen, zijn, zoals vorige week op deze plaats geschetst, gedestilleerd uit de toelichting bij het besluit waarin de minister tot oprichting van de commissie overging. Daarin is onder meer het doel als volgt verwoord: “ (…) om de professionaliteit van de aanbestedingspraktijk verder te verbeteren en een leereffect teweeg te brengen bij ondernemingen en aanbestedende diensten.” Vorige week behandelde ik de aspecten snelheid en toegankelijkheid, deze week richt ik mijn vizier op toegankelijkheid en leereffect.

Toegankelijkheid

Wat opvalt is dat veel van de klagers vrijheid hebben bij het formuleren van hun klacht. Zij moeten de klacht kort onderbouwen en (bij voorkeur) een oplossingsrichting aandragen. In sommige gevallen nemen deze zaken samen slechts krap zes regels in beslag. Voor de commissie is dat voldoende. Zij kan de klacht eventueel zelf nader duiden en kan zich een beeld vormen door de beklaagde zijn visie te laten geven en door eventueel aanvullende vragen aan partijen te stellen.

Ik zie twee punten van zorg, die zeker op termijn een negatieve invloed kunnen hebben op de toegankelijkheid. In de eerste plaats de reeds eerder gesignaleerde onduidelijkheid over het tijdspad. In de tweede plaats de aard van de conclusie, zoals die sinds 1 november steeds luidt. De klacht is gegrond of ongegrond, maar wat in de ogen van de commissie de consequenties daarvan voor de onderhavige aanbesteding zouden moeten zijn of zouden moeten zijn geweest, wordt niet altijd duidelijk. Een aanwijzing voor het vervolg, het feitelijke advies dus, ontbreekt.

De goede lezer zal uit de beoordeling van de klacht(onderdelen) in de meeste gevallen voldoende informatie vinden.

Maar juist in die gevallen dat een klacht uit meerdere onderdelen bestaat en enkele onderdelen ‘gegrond’ zijn terwijl andere onderdelen ‘ongegrond’ zijn, blijft bij de lezer van het advies de vraag achter: Wat nu? Blijkbaar wordt het geheel aan de aanbesteder overgelaten om het advies op gepaste wijze te interpreteren. Hoe dat gebeurt en of dat dan in lijn is met de bevindingen en ideeën van de commissie, blijft voor de klager op dat moment in het midden. En dat is niet het resultaat dat hij voor ogen had toen hij de commissie inschakelde.

Dat betekent dat de drempel om de commissie in te schakelen groter wordt. Het zou de toegankelijkheid bevorderen als de commissie de draad oppakt van haar eerste vier gepubliceerde adviezen en partijen in haar conclusie daadwerkelijk adviseert wat de gevolgen zijn of geweest zouden moeten zijn voor de onderhavige aanbesteding.

Leereffect

Door publicatie van de adviezen moet ‘aanbestedend Nederland’ wijzer worden over toepassing en uitleg van de aanbestedingsregels en aanbestedingsgedrag. Daarmee moet de aanbestedingspraktijk professioneler worden.

Laat ik voorop stellen dat de adviezen over het algemeen zeer goed leesbaar zijn. Ze zijn (doorgaans) compact, kennen een vaste opbouw en komen kernachtig to the point . Dat levert soms aardige inzichten op. Bijvoorbeeld over de rol van branchevoorwaarden (advies 13). Of over de status van de Gids Proportionaliteit bij aanbestedingen van nutsbedrijven (advies 36). De invulling van de grenzen van economisch meest voordelige inschrijving (advies 48) is door de rechter inmiddels op waarde geschat.

De leesbaarheid wordt overigens snel minder naarmate de klachtenprocedure door klager en beklaagde wordt aangevlogen op een wijze vergelijkbaar met een kort geding. Dan zien we de omvang van het advies snel uitdijen en krijgt het de leeservaring van een rechterlijke uitspraak. Voor juristen geen probleem, maar voor de praktiserende inschrijver en aanbesteder duidelijk te hoog gegrepen. Overigens is dat de commissie niet aan te rekenen: het zijn in die gevallen de juristen aan de zijde van klager en beklaagde die met hun uitgebreide en juridische formulering de commissie geen andere keuze geven dan daarin mee te gaan.

Op grond van dit kleine onderzoekje kom ik tot de conclusie dat de Nederlandse aanbestedingspraktijk zich gelukkig mag prijzen met de komst van de Commissie van Aanbestedingsexperts. Het loopt nog niet storm, maar er is een aardige stroom aan adviezen op gang gekomen. Het zijn adviezen op klachten die voor het grootste deel niet, of in elk geval niet op deze wijze, aan de rechter zouden zijn voorgelegd. De adviezen zijn doorgaans goed leesbaar en bevatten regelmatig mooie en vernieuwende inzichten.

Er is daarmee werkelijk een laagdrempelige klachtinstantie bijgekomen. De praktijk zou in mijn beleving nog meer geholpen zijn, als de commissie naast het constateren of een klacht (onderdeel) gegrond is of niet, meer gaat adviseren over ‘hoe nu verder’.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels