nieuws

Bodem- of plafondprijs

bouwbreed Premium

Bodem- of plafondprijs

Met de nieuwe contractvormen en vooral het toenemend gebruik van emvi verandert de rol van de factor prijs. Was dit vroeger de enige bepalende factor, nu is het één van de factoren en ontstaat interactie met de andere gunningcriteria. Hoe zit het met die wisselwerking?

Selectie op prijs is niet zo complex. Via een gedetailleerde omschrijving (bestek), ligt de kwaliteit precies vast. Die omschrijving is de basis voor de aanbiedingen, de prijs is de enige variabele.

Deze opzet wordt (terecht) vaak toegepast; zij biedt significante voordelen. Het vastleggen van de scope en de kwaliteit betekent dat de opdrachtgever precies weet wat gerealiseerd wordt. De aanbieders weten exact wat zij moeten realiseren en – niet onbelangrijk – ook precies waarop zij hun prijs moeten baseren; eigen interpretatie is niet nodig. Daarnaast is prijs een uitstekend gunningcriterium, want 100 procent objectief en meetbaar. De aanbieding is een fantastisch handhavingselement, want het project moet voor het aangeboden bedrag worden gerealiseerd.

Deze opzet kent ook nadelen. Selectie op prijs is objectief, maar ook eendimensionaal. Het biedt geen mogelijkheid tot beoordeling van andere elementen die ook bepalend zijn voor het resultaat. Voorbeelden zijn de wijze van realisatie of de vrijheid méér waarde aan te bieden. Creatieve ideeën, bijvoorbeeld over versnelling in de planning, spelen evenmin een rol. Er is slechts één focus; zo goedkoop mogelijk. Er is geen enkele incentive om meer kwaliteit te bieden, integendeel, iedere aanbieder zal proberen niet meer kwaliteit te realiseren dan strikt vereist.

Met de Aanbestedingswet 2012 is het gebruik van emvi verplicht gesteld. Het Aanbestedingsinstituut liet recent zien dat het gebruik ervan het laatste jaar enorm toenam. Bij samenstellen van een set emvi-criteria is de omvang van de factor prijs een punt van discussie.

Kwaliteitscriteria

Maar er ontstaat ook een relatie met de kwaliteitscriteria. Onderzoeken (bij onder meer RWS) tonen dat een lage prijs vaak samengaat met hoge kwaliteit. Opdrachtgevers zijn daar blij mee, maar ze blijven vrezen voor een ‘prijsduiker’, die met een zeer lage prijs zijn gebrek aan kwaliteit compenseert.

Om dat te voorkomen, kan een bodemprijs worden ingesteld. Daarmee geeft de opdrachtgever aan dat hij bereid is een minimumbedrag te betalen. Aanbiedingen die lager zijn, worden terzijde gelegd. Een gevolg kan zijn dat meer aanbieders precies op die bodemprijs gaan zitten, waardoor de kwaliteitscriteria volledig bepalend worden voor de gunning. De beoogde verdeling tussen prijs en kwaliteit is dan verdwenen.

Vanuit eenzelfde soort overweging wordt soms een plafondprijs ingesteld. Opdrachtgevers willen duidelijk maken dat een maximumbedrag beschikbaar is voor het realiseren van hun project, het publiceren ervan is onderdeel van de projectbeheersing. Soms wordt een plafond ingesteld vanuit de vrees dat de aanbiedingen het budget te boven gaan en de aanbesteding mislukt.

Andere criteria bepalen mede de hoogte van het plafond. Als deze uitnodigen tot overnemen van risico’s of benutten van kansen, moet er – naast de kostprijs voor het realisere – ook ruimte zijn voor de extra kosten die dat met zich brengt. Dit is een belangrijk besef, want hier zit de kern van emvi: het willen benutten van meerwaarde vanuit de markt.

Bij een erg krappe plafondprijs kan zich hetzelfde risico voordoen als bij een bodemprijs: het effect dat meer aanbieders op die prijs aanbieden. Daardoor zijn voor hen alleen de kwaliteitscriteria onderscheidend.

Een cruciale voorwaarde voor het functioneren van bodem- of plafondprijs is een goede kostenraming door de opdrachtgever. Bij een te hoge bodemprijs betaalt die waarschijnlijk meer dan nodig en bij een te lage plafondprijs zullen aanbieders afhaken, wat de marktwerking verstoort. Hier ligt een uitdaging voor kostendeskundigen, want emvi wordt veel toegepast bij geïntegreerde contracten, waarbij kostenramingen in een vroeg stadium moeten worden gemaakt. Samen met een verdeling van verantwoordelijkheden op basis van de UAV-GC, is het niet eenvoudig een kostenraming te maken met een kleine onzekerheidsmarge.

Een tweede voorwaarde is een goede integrale opbouw van de emvi-criteria, waarbij rekening wordt gehouden met de relaties tussen prijs en kwaliteit. Wordt aan deze voorwaarden niet voldaan, dan kan toepassen van een bodem- of een plafondprijs de aanbesteding behoorlijk verstoren.

Drs. Ing. J (Jaap) de Koning, Witteveen+Bos

Reageer op dit artikel