nieuws

Vlaanderen wil een andere pps-koers

bouwbreed

Vlaanderen wil een nieuwe pps-koers met meer garanties voor maatschappelijke en ruimtelijke meerwaarde. Die rode lijn kwam naar voren op basis van interviews met honderd pps-experts door de Universiteit van Antwerpen.

Geld alleen is een slechte raadgever en pps-projecten allesbehalve onschuldig of zonder risico, zijn alvast een paar wijze lessen. De resultaten zijn gebundeld in het prettig leesbare boekje ‘100 stemmen Publiek Private Samenwerking’. Afgelopen jaren heeft te veel de nadruk gelegen op de commerciële belangen en de kwantitatieve aspecten en die trend moet op korte termijn worden doorbroken.

De Vlaamse Investeringsmaatschappij, het Vlaams Kenniscentrum PPS en het Team Vlaams Bouwmeester hebben de handen ineengeslagen en presenteren op 2 december in Brussel de nieuwe koers. Vanaf volgend jaar moet die zichtbaar worden bij nieuwe pps-projecten. Het parkoers is ambitieus: “een bewuste stap richting een voorbeeldige pps-bouwcultuur voor Vlaanderen binnen Europa.”

Openhartig en afwisselend beeld

Consequent zijn vijf “eenvoudige, maar directe” vragen voorgelegd over de definitie, geslaagde voorbeelden, de meerwaarde, de gulden regel en de toekomst. Het resulteert in een openhartig en afwisselend beeld van vooral geslaagde en enkele minder geslaagde facetten uit de Vlaamse pps-praktijk. Aan het woord komen beleidsmakers, opdrachtgevers, architecten, investeerders, stedenbouwkundigen, financiers en wetenschappers. Bijna zonder uitzondering zien de geïnterviewden pps-projecten als een ‘blijvertje’, al was het maar door de terugtrekkende beweging van de overheid en de beperkte middelen.

Honderd individuele vragen leiden tot honderd verschillende antwoorden. Toch schemert door alle reacties een pleidooi voor een noodzakelijke mentaliteitswijziging: meer maatschappelijke en ruimtelijke kwaliteit. “Pps mag dus niet alleen meerwaarde bieden op het vlak van financieel management en risicobeheersing.” En dat is nu wel vaak de praktijk, waardoor de commerciële belangen een onevenredig groot stempel drukken op de vormgeving van steden, infrastructuur, scholen, woningen en gezondheidszorg. De winst die te behalen is met ruimtelijke, technologische of ecologische kwaliteit raakt veel te vaak onderbelicht in aanbestedingsprocedures, signaleert Peter Swinnen, de Vlaams bouwmeester. Hij noemt de lopende aanbesteding voor de A11 Brugge-Westkapelle als positieve uitzondering op die regel. De goede voorbereiding met “intelligent referentieontwerp, horizontaal afgestemd beoordelingskader (technische, financiële en ruimtelijke meerwaarde) maar vooral, een realistisch en dus voorspelbaar complexiteitsniveau, waarbij repetitieve infrastructuurwerken afgewisseld worden met punctuele ruimtelijke en ecologische accenten.”

Scholenprojecten

Andere voorbeelden van geslaagde pps-projecten zijn de herontwikkeling van de Blaionkazerne in Turnhout, het zwembad Sportoase in Brasschaat, de Liefkeshoekspoortunnel en het Militair Hospitaal (Groen Kwartier) in Antwerpen. Daarnaast komen ook de Stadsburg Nijmegen, Schiphol-Amsterdam-Almere, het ministerie van Financiën en de Coentunnel aan de orde. Tegelijk komen de stroeve onderhandelingen rond diverse scholenprojecten in beeld.

België loopt voor op Nederland als het gaat om de uitvoering van kleinere pps-projecten en hanteert ook een bredere definitie van het fenomeen van integrale contracten en samenwerking tussen overheid en markt. De zuiderburen hanteren vaak een referentieontwerp als basis en selecteren vervolgens meestal op de laagste prijs, terwijl in Nederland bijna altijd wordt gekozen voor een dbfm(o)-contract, voor kleinere projecten uitgekleed tot een light-variant waaraan altijd emvi-criteria en meestal een (tijdrovende) dialoogfase worden gekoppeld.


Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels