nieuws

Grote stroom kerken blijft uit

bouwbreed

Grote stroom kerken blijft uit

Kerkgebouwen overspoelen de vastgoedmarkt. Uiteenlopende obstakels versperren echter het pad naar een geslaagde herbestemming. Toch hoeft de route naar een nieuwe functie niet altijd een doodlopende weg te zijn.

De toekomstverwachtingen voor kerkgebouwen zijn somber. Het aantal gelovigen daalt waardoor steeds vaker religieuze bouwwerken hun oorspronkelijke functie verliezen. Meer en meer kerken staan leeg. De Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed becijferde enkele jaren geleden al dat in 2020 naar schatting 1200 van de 4200 kerken leeg zouden komen te staan. Dat vooruitzicht is vooralsnog niet gewijzigd, zegt planoloog en erfgoeddeskundige Koen Raats.

Martin Gemmink, vastgoedadviseur bij kerkspecialist MV Vastgoedadvies in Hilversum, ziet toch een lichtpuntje. “Kerkgebouwen komen geleidelijker op de markt dan we hadden verwacht. De enorme stroom die eerder was voorspeld, blijkt iets minder groot te zijn.”

Dat neemt niet weg dat zowel Gemmink als Raats constateert dat het vinden van nieuwe bestemmingen voor kerken problematisch is. Stel dat de Sint Jan in Den Bosch komt leeg te staan. Dan is het makkelijk om daarvoor een nieuwe functie te vinden of in ieder geval het gebouw te behouden, zegt Gemminks dochter Vera Egging-Gemmink, eveneens vastgoedadviseur. Enerzijds is er dan voldoende belangstelling van projectontwikkelaars en anderzijds zijn de financieringsmogelijkheden royaler. “Zulke topstukken zijn echter zeldzaam.”

Kerken die de komende jaren beschikbaar komen, zijn veelal standaard gebouwen, zoals die van de hand van kerkarchitect Pierre Cuypers. Hij ontwierp tientallen klassieke godshuizen waarvan er de komende jaren verschillende op de markt komen. “Je kunt je afvragen of die allemaal het behouden waard zijn”, zegt Egging-Gemmink. Daarnaast komen veel kerken vrij die na de Tweede Wereldoorlog zijn gebouwd. Zowel de kerken van Cuypers als Maadie uit de wederopbouwperiode behoren weliswaar tot het Nederlands erfgoed, maar hun architectonische waarde is gering. De na-oorlogse gebouwen zijn wat betreft de bouwstijl makkelijker te herbestemmen dan de klassieke kerken. Daar staat tegenover dat in het algemeen de vraag naar zulke objecten afneemt, omdat de meest voor de hand liggende functies die erbij passen al zijn ingevuld.

Raats stelt dat herbestemming van rooms-katholieke kerken soms best mogelijk zou zijn. Uit angst voor een niet profane nieuwe functie voor de gebouwen, krijgt sloop soms de voorkeur boven herbestemming. “Tussen de bisdommen lopen de meningen uiteen over wat onwenselijke functies zijn”, tekent hij daarbij aan. Binnenklimaatspecialist Dionne Limpens ziet nog een obstakel op de weg naar nieuwe functies voor kerken, te weten de moeite die het ogenschijnlijk kost om de gebouwen te verwarmen. “In het algemeen zijn kerken goed te verwarmen”, stelt ze gerust. “Afstoting en leegstand zouden wellicht voorkomen kunnen worden door te bekijken hoe er op een verantwoorde manier kan worden verwarmd. De mogelijkheden daartoe zijn afhankelijk van onder meer het gebouw, het interieur en het gebruik, maar kunnen wel leiden tot minder schade aan het gebouw en lagere onderhoudskosten. Hierdoor kunnen meer kerkgemeenten overeind blijven en blijven de gebouwen in gebruik.”

Tussen herbestemming en sloop bevindt zich overigens een spanningsveld. Kerken hebben voor buurtbewoners vaak emotionele waarde. Omwonenden zijn aan de gebouwen gehecht. Voor hen zijn ze landmarksdie ze niet kwijt willen. Tegelijkertijd staan ze niet te trappelen van vreugde als er plannen worden gemaakt voor een nieuwe functie. “Het bestemmingsplan moet in zo’n geval worden gewijzigd en dan komen de protesten los”, zegt Gemmink senior. “Omwonenden zijn vaak bang dat de verkeersdrukte toeneemt, terwijl de parkeermogelijkheden dalen.”

Om meer kansen te scheppen voor hergebruik moet daarom al in een vroegtijdig stadium worden overlegd met buurtbewoners. Bovendien is samenwerking tussen kerkbesturen, projectontwikkelaars, beleggers en ontwerpers geboden. Crowdfunding zou ook kunnen werken. Gemmink senior tekent daarbij aan dat het vinden van particuliere investeerders voor herbestemminsprojecten nog in de kinderschoenen staat. Egging-Gemmink: “Het kan werken mits de geldschieters een duidelijk beeld hebben van het rendement van hun investering en er dus een uitstekend exploitatieplan wordt gepresenteerd. Als dat ontbreekt, haal je uitsluitend kleine bedragen op. Onvoldoende dus om een gebouw echt een nieuwe bestemming te kunnen geven. Vroegtijdige samenwerking tussen verschillende belangenpartijen en deskundigen is de sleutel om te komen tot nieuwe functies voor kerkgebouwen. Helaas gebeurt dat te weinig.”

Geslaagde herbestemmingen

 • Amsterdam Dungeon: theater/museum met achtbaan in de voormalige Nieuwezijds Kapel in Amsterdam.

• De voormalige rooms-katholieke Sint-Ignatiuskerk, ‘De Zaaier’, aan de Rozengracht in Amsterdam, is sinds 1981 de Fatih-moskee.

• De Heilig Hart kerk in Haarlem herbergt vanaf 1998 61 appartementen.

• De Dominicanenkerk in Maastricht werd in 2006 in gebruik genomen als boekhandel.

• De Nieuwe Kerk in Den Haag doet vanaf 1997 dienst als concertzaal en congrescentrum.

Problemen bij het herbestemmen

• Kerkbesturen geven uit financiële en religieuze overwegingen de voorkeur aan sloop.

• Omwonenden keren zich tegen een nieuwe functie.

• Appartementen in voormalige kerken verwisselen relatief lastig van eigenaar vanwege onderhoudskosten.

• Na-oorlogse kerkgebouwen zijn vaak onaantrekkelijke blokkendozen.

• Kerkgebouwen hebben de reputatie moeilijk verwarmbaar te zijn.

Kansen bij het herbestemmen

 • Monumentale kerken vinden gemakkelijk een andere bestemming.

• Vroegtijdig overleg en samenwerking tussen verschillende partijen.

• Oplossingen vinden voor verwarmingsproblemen.

• Fondsen werven via crowdfunding.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels