nieuws

Rol architect bij aanbesteding vaker ondergeschikt

bouwbreed Premium

Rol architect bij aanbesteding vaker ondergeschikt

De rol van architecten komt bij geïntegreerde contracten regelmatig in de knel. Het is een nieuwe realiteit die kansen biedt, maar veel vaker bedreigingen. De Bond van Nederlandse Architecten (BNA) slaat alarm en lobbyt richting ‘de politiek’ om de uitwassen aan te pakken.

Het aantal geïntegreerde contracten is de afgelopen vijf jaar verdubbeld en het aantal ‘klassieke’ opdrachten gehalveerd, signaleert projectleider Michel Geertse van Architectuur Lokaal, die de ontwikkeling van architectenopdrachten nauwlettend in de gaten houdt. “De positie van onderaannemers in een consortium is lang niet altijd even florissant. Een vervelende ontwikkeling is de wisseltruc bij traditionele architectenselecties: architecten schrijven in op een volledige architectenopdracht die gefaseerd opgedragen wordt, maar krijgen na oplevering van het voorlopig ontwerp te horen dat de opdracht erop zit. De opdrachtgever stapt over op engineer & build, de aannemer neemt het stokje over. Zo worden architecten in een positie gemanoeuvreerd waarin deelname aan een aanbesteding niet of nauwelijks kostendekkend is”, beschrijft Geertse een van de praktijkvoorbeelden waar architecten steeds vaker tegenaan lopen.

“Je positie is ontzettend zwak. De architect heeft geen enkel middel in handen als een pps-consortium het ontwerp wil uitkleden. We begrijpen de trend om uit te besteden, maar het Rijk draagt ook verantwoording voor de kwaliteit van de gebouwde omgeving”, waarschuwde toenmalig BNA-voorzitter Jeroen van Schooten vijf jaar geleden al in deze krant en hij oorspelde dat de architectonische kwaliteit onder druk zou komen.

De crisis trof de architecten onevenredig hard en veel (beginnende) bureaus legde het loodje. Het aantal opdrachten liep hard terug, maar tegelijk kostte het enorm veel kosten en moeite om aan bod te komen bij die schaarse opdrachten. De huidige BNA-directeur Fred Schoorl vergeleek de huidige praktijk afgelopen week zelfs met Russisch roulette. De verwachting was lange tijd dat de nieuwe Aanbestedingswet de onredelijke eisen zou terugbrengen tot redelijke proporties. Ruim een jaar na invoering van de wet blijken de effecten vies tegen te vallen.

Stapeling

Geertse: “De financiële geschiktheidseisen zijn ontegenzeggelijk gedaald, de gevraagde referenties leveren nog altijd veel problemen op. De stapeling van aan te tonen kerncompetenties in combinatie met de rigide wettelijke referentietermijn betekent in de praktijk regelmatig dat het aantal architecten dat zich kan kwalificeren zeer beperkt is.”

Ook de architecten krijgen in de praktijk vaak te maken met de laagste prijs die de doorslag geeft, ook al schrijft de wet kwaliteitscriteria (emvi) voor. “In de gunningsfase lopen architecten nog altijd op tegen onevenredige inspanningen, een verwaarloosbare ontwerpvergoeding – als die er überhaupt al is – en eenzijdige contractsvoorwaarden.”

De hoop is nu gevestigd op de evaluatie van de Aanbestedingswet in combinatie met het doorvoeren van de nieuwe Europese richtlijn.

Vijf knelpunten

Brancheorganisatie BNA wil in de komende twee jaar vijf knelpunten oplossen:

1. Te hoge/irreële ervaringseisenDe referentie-eisen zijn te hoog. Er wordt te rigide omgesprongen met type, omvang en termijn van de referentie-opdrachten. Kun je echt alleen een 50-meterbad ontwerpen als je dat al eerder gedaan hebt? Is een 25-meterbad echt zo heel anders? Nog vaker komt het trouwens voor dat er niet letterlijk naar identieke referenties wordt gevraagd, maar via een U-bocht. Ook worden eisen vaak gestapeld. Bijvoorbeeld SROI, ISO 9001, ISO 14001, C02-ladder, veiligheidsladder, VCA-certificaten, prestatiemeten, etc. Het lukraak opeenstapelen van allerlei instrumenten en certificeringen bemoeilijkt de toegang van het mkb aanzienlijk.

2. Te hoge voorinvesteringen die niet kunnen worden terugverdiendDe bij de aanbesteding gevraagde uitwerkingsniveaus zijn vaak (onbedoeld?) zo groot, dat de tenderkosten niet meer in verhouding staan tot de potentiële opbrengst van de opdracht. Feitelijk wordt er vaak definitief ontwerp gevraagd (details, materialisering, integratie van installaties et cetera). De opdrachtgever krijgt dan snel zekerheid over prijs en kwaliteit van het gebouw, maar de kosten daarvoor worden volledig afgewenteld op opdrachtnemers; áls er al sprake is van een vergoeding, is dat vaak een schijntje van de werkelijke investering die de ondernemers moeten maken. Prijsduiken en opdrachten zonder financiële borging maken de risico’s extra groot.

3. Onevenwichtige contractvoorwaardenDe contractvoorwaarden die opdrachtgevers in aanbestedingen opleggen zijn niet onderhandelbaar. Het is voor de markt dus stikken of slikken. Vaak zijn die contractvoorwaarden zeer onevenwichtig; alle risico’s worden bij de markt gelegd, en de opdrachtgever krijgt alles van waarde (bijvoorbeeld het auteursrecht) maar verplicht zich tot niets.

4. Ontwerp wordt losgekoppeld van ontwerperNieuwste trend is eerst een design aanbesteding: bekende architect maakt een ontwerp (voorlopig ontwerp/definitief ontwerp), dat daarna design & build (d&b) in de markt wordt gezet; aannemer en andere architect/tekenaar moeten dat halve ontwerp vervolgens uitwerken. Maar wat is de waarde van het ontwerp, als bouwer en architect/tekenaar vervolgens de vrije hand krijgen? Door de knip tussen ontwerp en uitwerking, wordt onherroepelijk gesneden in continuïteit en kwaliteit van ontwerp en proces.

5. Weinig mogelijkheid om de juiste inzichten te verwerken in ontwerpArchitecten en ingenieurs realiseren graag de beste oplossing. Het uiteindelijke bouwwerk moet passen als een handschoen. Maar voor het creatieve, integrale en oplossend denkvermogen van de adviseur is vaak geen ruimte. Dat komt door de dichtgetimmerde uitvraag, de grote afstand van de architect tot opdrachtgever/eindgebruiker en het strakke juridische keurslijf van aanbestedingsprocedures.

Reageer op dit artikel