nieuws

Het gaat om de kernen in Molenwaard

bouwbreed

Het gaat om de kernen in Molenwaard

Lokale, kleinschalige en flexibele bouwprojecten die inspelen op de behoefte van de afzonderlijke kernen. Daar zet de jonge Zuid-Hollandse gemeente Molenwaard de komende jaren op in. Veel woningen concentreren op een centrale plek binnen de gemeentegrenzen acht wethouder Dirk Heijkoop weinig kansrijk. Inwoners zijn gehecht aan hun dorp en verhuizen niet snel naar een van de andere kernen binnen of buiten de gemeente. “Het volume is dus best beperkt.”

Dat is ook een van de belangrijkste redenen dat de nieuwe gemeente haar verlies heeft genomen door het aantal woningen in het plan Langerak-Zuid van ruim driehonderd terug te brengen naar zo’n 140. “Dat geeft ruimte om in andere dorpen te bouwen”, aldus Heijkoop.

Per 1 januari 2013 zijn de voormalige gemeenten Graafstroom, Liesveld en Nieuw-Lekkerland officieel opgegaan in Molenwaard. De nieuwe landelijk gelegen gemeente in de Alblasserwaard, met als bekendste kern Kinderdijk, telt ruim 29.000 inwoners. De ambtelijke organisaties bundelden de krachten al in 2009 om de herindeling in goede banen te leiden.

De burgers maakt het volgens Heijkoop niet zo veel uit hoe de gemeentegrens precies loopt. “Het is een toevallige lijn op de kaart. Het gaat om de dorpen. De identiteit blijft. We proberen de zelfsturing van de dorpen juist te versterken. Als overheid treden we terug. We ondersteunen. Actief burgerschap en een ondersteunende gemeente, daar zien we toekomst in.”

Geen gemeentehuis

Die actieve rol van burgers krijgt bijvoorbeeld vorm door per kern overleg te voeren met bewonersorganisaties en ze te stimuleren om zelf met ideeën en een agenda te komen, ook als het gaat om bouw. Cpo-projecten lenen zich goed voor de schaalgrootte en cultuur in de regio. Heijkoop verwacht dat er binnen twee jaar nog vier tot vijf in uitvoering zullen zijn. Een aantal is in de afgelopen jaren al afgerond.

Maar een goed voorbeeld van de burger als uitgangspunt noemt hij ook de innovatieve aanbesteding voor infrastructuur in een wijk waarmee de gemeente ervaring opdeed. “Traditioneel maakt de gemeente een plan. Wij hebben het omgekeerd door uit te gaan van een bepaald percentage tevreden burgers. Dat hebben we aanbesteed en samen met de burgers een plan gemaakt voor de inrichting van de buitenruimte.”

Binnen dat concept past ook de manier waarop de gemeentelijke organisatie vorm krijgt. Eerder verdwenen de publieksbalies al en binnenkort gaat Molenwaard zelfs zonder fysiek gemeentehuis werken. De dienstverlening verloopt nu al grotendeels virtueel. Indien nodig bezoeken ambtenaren en college, die vanaf een aantal verspreide flexplekken gaan werken, de burger thuis of in zijn buurt. “Als bestuurder heb ik al drie jaar geen eigen kantoor meer”, zegt Heijkoop, die zijn wethouderschap voor vier dagen in de week combineert met een kleine baan als adviseur facilitair management.

Tot zijn eerste taken als wethouder van Molenwaard behoorden het maken van een meerjarenperspectief wonen en het afstemmen van de woningbouwplannen binnen de regio. “Demografisch hebben we nog veel woningen nodig tot 2030. Karakteristiek voor dit gebied is dat we relatief grote gezinnen hebben”, aldus Heijkoop. Regionale afstemming met buurgemeenten als Gorinchem en Leerdam werkt goed, vindt hij. “Je voorkomt strijd over aantallen die er in het verleden wel was tussen gemeenten. Hopelijk houd je zo de bouwstroom op gang en kun je van elkaar leren.”

Op afstand

Ook voor het grondbeleid kiest Molenwaard in principe een rol op afstand, al kan de aanpak per project verschillen. “Als de markt het zelf kan, laten we het over aan de markt. Als het wat ingewikkelder is, zullen we zelf een meer leidende rol spelen.”

Als het aan Heijkoop ligt, krijgt de bestuurlijke vernieuwing in Molenwaard een verder vervolg in modernisering van het traject van ruimtelijke ordening. De opzet: meer transparantie, sneller en goedkoper. Zo pleit hij voor het opzetten van een regionaal kwaliteitsteam dat ruimtelijke plannen zelf op landschappelijke kenmerken beoordeelt binnen een vastgesteld kader. Nu doet de provincie dat, wat volgens Heijkoop vaak leidt tot vertraging in het proces. “We lijken ruimte te krijgen van de provincie om een pilot te starten.”

Aansluitend moet ook het vergunningstraject eenvoudiger worden met mogelijk een minder grote rol voor welstand. Heijkoop: “Ik zie het als kans.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels