nieuws

De keet werkt, nu nog de miljarden

bouwbreed Premium

De keet werkt, nu nog de miljarden

In een gepimpte bouwkeet tegenover het Tweede Kamergebouw op het Binnenhof probeert Bouwend Nederland de harten te stelen van Kamerleden en ministers. De aannemers spreken op de eerste dag over een succes: “Het is goed dat we het stoffige imago van ‘we regelen alles in achterkamertjes’ van ons afschudden.”

Kwart over negen maandagochtend. Den Haag ontwaakt als Noud Köper, directeur van pr-bureau Pact, het kunstgras aan de voet van de rood, blauw, oranje bouwkeet schoonveegt. Witte, onschuldige ballonnetjes met ‘de bouw maakt het’ erop kruipen met een zacht tikkend geluid tegen de klinkers van de straat richting de poorten van het Binnenhof alsof ze een stil protest vormen. Het is illustratief voor de vierdaagse die Bouwend Nederland organiseert in de Hofstad: op een fatsoenlijke manier aandacht vragen voor de bouwsector, die probeert te overleven in de klei van zware tijden.

Het had niet veel gescheeld of de actie met de bouw keet kon helemaal niet doorgaan. Hoewel de ‘bouwvergunning’ voor de zomer was aangevraagd bij de gemeente Den Haag, kreeg de organisator anderhalve week geleden pas groen licht. Zondag, tijdens het opbouwen van het tijdelijke debatonderkomen waar politici en bouwers elkaar treffen, ging het ook nog even mis: de deur zat aan de verkeerde kant. En dus moest de keet opgetild en omgedraaid.

Sinds de komst van Maxime Verhagen waait er een andere wind bij Bouwend Nederland. De ivoren toren is verlaten, zichtbaar zijn voor de politiek en achterban is het nieuwe credo. Niettemin gaat het de grootste bouwersvereniging van Nederland om de inhoudelijke boodschap. Niet voor niets staan er elke dag vier uiteenlopende onderwerpen op het programma in Den Haag.

Wie denkt dat iedereen alleen maar ja-en-amen knikt heeft het mis. Jan Hendrik Dronkers, topman van Rijkswaterstaat, valt ’s ochtends met de deur in huis als het over infrastructuur gaat. Hij haakt in op de slogan van Bouwend Nederland. “De bouw maakt het.., zegt hij, “toch nog niet heel goed”, luiden zijn eerste woorden.

Dronkers doelt op de moderne contracten met functionele specificaties en meent dat de doelstelling, een innovatiever eindproduct, onvoldoende gehaald wordt. De topambtenaar hoopt dat er met de komst van de Bouwcampus betere tijden aanbreken: van samen werking en vertrouwen en minder rechtszaken.

Wegenbouwers begrijpen de boodschap, maar uiten zich sceptisch over de Bouwcampus. “Wij kunnen innovaties en ideeën inbrengen, maar tegelijkertijd kunnen we op basis van die kennis projecten binnenhalen. Wat hou ik aan de bouwcampus over?”, vraagt één van de aanwezige inframannen in de keet zich af. Verhagen geeft op Radio 1 aan dat alle grote bouwers weer helemaal achter hem en zijn club staan. Hij dropt de belangrijkste vraag die alle infrabouwers in Nederland momenteel bezighoudt: “Waarom zorgt de politiek niet voor een infrastructurele spaarpot voor na 2028? Hoeven we na 2028 soms niets nieuws te doen? Ik betwijfel het.”

VVD’er Barbara Visser laat zich dat geen twee keer zeggen en onderschrijft dat “niemand” het belang van infra zal ontkennen. Toch kan ook zij geen nieuwe miljarden beloven, al bloedt haar liberale mobiliteitshart nog zo erg. “Tijdens de begrotingsbehandelingen zullen wij dat wel agenderen.” Ondanks de komst van minister Blok, die vaak ook wel in is voor een geintje, is het Hans de Boer, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW, die de meeste lachers op zijn hand krijgt. Bovenal dringt ook hij aan op het naar voren halen van investeringen in de infrastructuur. “Nederland moet een living lab zijn.”

Een levend experiment. De bouwkeet van Bouwend Nederland, waar het ontbreekt aan de gebruikelijke stalen neuzen, helmen en zweetlucht, kan in feite ook zo worden gezien. Ondanks de mooie woorden van politici, moet de toekomst uitwijzen hoe vruchtbaar dit initiatief is.

Reageer op dit artikel