nieuws

‘Alleen de flexibele bouwer heeft nog perspectief’

bouwbreed Premium

‘Alleen de flexibele bouwer heeft nog perspectief’

Heel geleidelijk ziet veranderkundige Jan Kamphuis bouwbedrijven vernieuwen, maar hard gaat het nog niet. Hij is bang dat veel bedrijven te laat reageren op ontwikkelingen als de Stroomversnelling en het uiteindelijk niet redden omdat ze, tegen de stroom in, traditioneel blijven werken. Toch gloren er volgens hem wel degelijk ook nieuwe verdienmodellen. Zelfs in social return.

Als adviseur kwam en komt Jan Kamphuis bij veel bouwbedrijven over de vloer. De veranderkundige is gespecialiseerd in het adviseren en begeleiden van directies die de bakens willen verzetten en hun bedrijfsvoering daarop moeten aanpassen. Zo heeft hij een goed beeld van het reilen en zeilen binnen deze sector. 

Hij weet dat de bouw op het gebied van industrialisering nog geen grote stappen maakt. Automatisering van bedrijfsprocessen komt hij nog maar mondjesmaat tegen. Een handjevol koplopers ziet wel de noodzaak van vergaande automatisering van handelingen die nu nog op de bouwplaats gebeuren. Wat Kamphuis betreft is industrialisering dan ook het belangrijkste verdienmodel voor de bouw in de komende jaren. 

De crisis markeert voor hem het omslagpunt. “Kijk naar de Stroomversnelling. Die is helemaal gebaseerd op vergaande industrialisering en zelfs robotisering van het productieproces. Daar wordt straks heel snel de nieuwe norm bepaald.” Een complete woningrenovatie mag op dit moment niet meer kosten dan 70.000 à 75.000 euro, stelt Kamphuis. ‘’Maar die prijs moet en kan verder naar beneden. Het gaat om een gigantische opgave van 4,5 miljoen huur- en koopwoningen. Als straks de grote bouwers 10.000 woningen hebben gedaan, gaat het echt los.’’ 

Hoewel hij industrialisering beschouwt als Haarlemmer olie voor nieuwe verdienmodellen (“een robot gaat dag en nacht door en levert altijd dezelfde kwaliteit”), ziet hij wel degelijk ook andere initiatieven die de bouw nieuw perspectief kunnen bieden. “Neem het project van Philips om voor utiliteitsprojecten licht op basis van verbruik aan te bieden, in plaats van armaturen te verkopen. Daar zit voor bouwers zeker een verdienmodel in.” Maar ook esco’s (aanleg, beheer en onderhoud van installaties) rekent hij tot de nieuwe verdienmodellen.

“Apparatuur en installaties in een woning kun je bijvoorbeeld opnemen in energieconcepten. Een ketel doet het na twintig jaar misschien nog goed. Maar als je langdurige onderhoudscontracten kunt afsluiten, kan het best zijn dat je na vijftien jaar tegen de klant zegt: ik ga de installatie vervangen, want inmiddels zijn er veel energiezuiniger apparaten op de markt.”

Zelfs in social return ziet hij kansen: “Schakel de mensen dan niet alleen in voor je bouwproject, maar breng het werk dat ze doen de wijk in. Voor groenprojecten bijvoorbeeld. En als een woning gerenoveerd wordt, gaat dat meestal tot op de fundering. Met zo’n tuin moet dan echt iets gebeuren. Het hoeft ook niet altijd meteen vertaald te worden in geld verdienen.”

“Heel veel bouwers hopen stiekem dat, als de crisis voorbij is, ze gewoon op de oude voet door kunnen gaan.” Maar bouwers die niet tijdig vernieuwen, voor minder geld meer kwaliteit en meerwaarde gaan leveren, bestaan over een poosje niet meer, is Kamphuis’ vrees. “Hoeveel procent op zijn winst- en verliesrekening besteedt het gemiddelde bouwbedrijf nou aan onderzoek en ontwikkeling? Heel weinig. En aan marketing? Idem dito. Een bedrijf dat daaraan geen geld uitgeeft, heeft ook de broodnodige kennis en ervaring niet, mag je verwachten. Ik ben bang dat opdrachtgevers dan snel afhaken. Corporaties en particuliere woningeigenaren die zien hoe het ook kan, kloppen toch niet meer aan bij een traditionele bouwer? 

Bouwfabriek

Kamphuis levert geen commentaar vanaf de zijlijn. Samen met partners Bas van de Kreeke, aannemer in Limburg en Vlaanderen, en Willem Haase, eigenaar van een timmerfabriek in Rijssen, zet hij een compleet geautomatiseerde ‘bouwfabriek’ op. Het is hun plan om onder de naam BJW (Bas, Jan, Willem) Wonen over anderhalf jaar een productiehal met een vloeroppervlak van 2 hectare operationeel te hebben. Waar vijftien mensen het werk doen, tegenover 150 man personeel op de traditionele manier.

Dit plan is niet zomaar plotseling opgekomen. Ze zijn er al drie jaar mee bezig. Van de totale bouwsom mag straks nog maar 5 procent voor rekening komen van de bouwplaats. Of liever gezegd: de montageplek. Het eigenlijke bouwen gebeurt in een immense hal, onder geconditioneerde omstandigheden en onafhankelijk van weer en wind en vrijwel geheel geautomatiseerd. Om ingang te krijgen bij opdrachtgevers zoals woningcorporaties en voor de realisatie op de bouwplaats werkt BJW samen met een select gezelschap van regionaal sterke bouwers.

Kamphuis is zich er terdege van bewust dat veel bouwers die omslag nu niet een-twee-drie kunnen maken. Zeker niet als je met minimale marges uit de crisis komt. “Dat is een groot dilemma.” Ook geeft hij toe dat BJW vanuit een redelijk riante positie een compleet nieuw bedrijf kan opzetten. Immers, alle drie de oprichters hebben hun eigen bedrijf operationeel. Dus is zijn devies: steek de koppen bij elkaar. 

“Er is nogal wat kritiek op de Stroomversnelling dat de middelgrote en kleine bouwers niet mee mogen doen, worden buitengesloten. Dan denk ik: klagen is makkelijk, ga het zelf doen! Het merendeel van de corporaties doet niet mee aan de Stroomversnelling. Er is werk genoeg te doen.” Maar zonder te industrialiseren kan de grote renovatieslag volgens hem niet worden gemaakt. ‘’Dan is het gewoon onbetaalbaar.’’ 

Eigen belang

Het probleem in de bouw blijft volgens de adviseur, die ook ervaring opdeed in de machinebouw en de autoindustrie, de grote hoeveelheid partijen dat bij een bouwproject is betrokken. En dat die partijen in het proces vooral voor hun eigen belang gaan. Zelfs in de Stroomversnelling en bij het zogeheten lean bouwen is die barrière tot een echt slimmer en dus goedkoper bouwproces nog niet uitgebannen, vindt Kamphuis. “Je moet je partners niet voorschrijven hoe ze iets moeten ontwikkelen, je moet het echt samen doen.”

Op zijn computer toont hij een tekening van twee partijen die elkaar de hand schudden bij aanvang van een project. Beide houden met de andere hand achter hun rug een knuppel in de aanslag. “Dat is tekenend voor de bouw zoals die nu is georganiseerd.” Toch wil hij niet slechts negatief zijn. “Kijk om je heen wat we allemaal hebben gerealiseerd.” 

Maar dat kon in zijn ogen mede vanwege het feit dat de klant toch wel betaalde. “De echte prikkel om te veranderen, goedkoper te werken en tegelijkertijd meer kwaliteit te bieden, was er lange tijd niet.” Kansen zijn er te over dus, meent Kamphuis. Samenwerken, een andere klantbenadering en een juist prijs/prestatieniveau, dat zijn volgens hem de sleutelwoorden voor de komende jaren. “En ja, door industrialisering verdwijnen zeker banen, maar er komt ook nieuwe werkgelegenheid voor in de plaats.” 

Reageer op dit artikel