nieuws

Aardbevingsbestendige staalframebouw niet speciaal geschikt voor ‘Groningen’

bouwbreed Premium

Aardbevingsbestendige staalframebouw niet speciaal geschikt  voor ‘Groningen’

Hoofddraagconstructies uitgevoerd in staalframebouw zijn aardbevingsbestendiger dan tot nu toe gedacht, zo blijkt uit Amerikaans onderzoek. Vooral als de constructeur in zijn berekeningen de schijfwerking meeneemt van de materialen waarmee het frame wordt afgewerkt. En aardbevingen werken ongeveer op dezelfde manier op een constructie als de wind.

“Een industrieel gebouw met koudgevormde staalprofielen kan ongeveer een derde lichter worden uitgevoerd dan een vergelijkbaar gebouw met warmgewalste staalprofielen”, aldus constructeur Cor van Zandwijk van CFP Engineering, die in de constructiemethode is gespecialiseerd. “En een licht gewicht is een groot goed in een aardbevingsgebied. Alle massa die het gebouw niet heeft, kan namelijk ook niet in beweging komen.”

Stalen frames worden als een meccanopakket in elkaar gezet. De stijlen, regels en schoren worden compleet met alle gaten, lipjes en wat dies meer zij aangeleverd in de assemblagehal waar ze worden samengesteld tot prefab element. Deze elementen worden als complete segmenten gemonteerd op de bouwplaats.

De profielen zijn veel dunner (1,5 – 4,0 mm) dan bij een warmgewalst staalskelet (IPE, HEA, enzovoorts) en bevinden zich om de 60 centimeter. Ze worden in één handeling gevormd vanuit een geslitte basiscoil. Het grootste voordeel ten opzichte van staalskeletbouw is dat je veel minder productie- en transportgangen nodig hebt. Het nadeel is dat het systeem moeilijker aanpasbaar is op de bouwplaats.

In Nederland worden op kleine schaal agrarische schuren, industriële hallen en woningen met koudgevormde staalprofielen uitgevoerd. Van Zandwijk: “Staalframebouw is een logisch vervolg op houtskeletbouw. Je ziet het dus vooral in landen waar houtskeletbouw meer ingeburgerd is.”

Het nadeel van warmgewalste staalprofielen is dat het skelet dragend is en de rest vullend. De constructieve kracht van de wandelementen wordt dus niet meegerekend, terwijl dat wel zou kunnen. In feite wordt het hele gebouw daardoor overgedimensioneerd.

In de Nederlandse staalframewoningbouw is het al gebruikelijk om de constructieve waarde van osb-platen en gipsbekleding mee te rekenen. “Dat kan uiteraard niet met gipskarton; je moet wel een constructieve gipsplaat nemen, zoals Fermacell of Rigidur H. Als je je dan houdt aan het schroef- of nagelpatroon – dat de constructeur per situatie moet berekenen –krijg je een licht en stijf geheel.”

Groningen

Van Zandwijk ziet niet speciaal kansen voor Groningen. “Ten eerste verwacht ik niet dat daar veel nieuw gebouwd gaat worden en in renovaties kan dit systeem nauwelijks een rol spelen. Ten tweede, de aardbevingen die ze daar verwachten zijn niet zo zwaar dat systemen meer capaciteit nodig hebben dan wanneer alleen de windbelasting in beschouwing wordt genomen. Uiteraard biedt het systeem wel kansen en voordelen ten opzichte van ‘traditionele bouw’ die over het algemeen een significant hogere massa heeft. ” 

Reageer op dit artikel