nieuws

Internationalisering stap dichterbij

bouwbreed Premium

Mede dankzij zijn typische woningvoorraad – veel corporatiebezit, veel seriebouw – heeft Nederland een kennisvoorsprong op het gebied van duurzame woningrenovatie. Maar loont het ook de moeite die kennis in andere landen te gelde te maken? Het NeZeR-programma waarbij vijf Europese landen hun kennis van duurzaam renoveren uitwisselen, biedt die mogelijkheid.

Dura Vermeer en VolkerWessels, twee belangrijke partners in de Stroomversnelling (een consortium van bouwers en corporaties dat met innovatieve renovatietechnieken de energiekosten van 111.000 Nederlandse huurwoningen drastisch omlaag wil brengen) zeggen dat zij de buitenlandse markt voorlopig links laten liggen. Andere partijen denken dat kennisuitwisseling nieuwe afzetmarkten in het buitenland kan creëren.

Dura Vermeer overweegt niet met zijn renovatietechnieken de grens over te gaan. Het bouwbedrijf heeft haar activiteiten bewust tot Nederland beperkt. Dat is een strategische keuze, zegt woordvoerder Glenn Metselaar. “Het buitenland is voor ons geen optie. Wij hebben onze beste mensen hier nodig .’’

VolkerWessels lijkt een zelfde koers te volgen. Onno Dwars, vertegenwoordiger van VolkerWessels Vastgoed BV in de Stuurgroep die NeZeR begeleidt: “Wij doen niet mee omdat dit onze kansen in het buitenland zou vergroten. Wij richten ons op dit moment op de Nederlandse markt. We doen mee om kennis te delen en kennis te vergaren, want kennis is een belangrijk onderdeel van je product. De kennis die wij met NeZeR opdoen, kunnen we mogelijk aanwenden bij de Stroomversnelling of andere renovatie- of nieuwbouwprojecten.’’

Op dat spoor zit ook woningcorporatie Portaal, eveneens aangesloten bij de Stroomversnelling. “Wij worden graag geïnspireerd door goede voorbeelden uit het buitenland. Zo geven we de verduurzaming in eigen land een zetje. We winnen er altijd mee,’’ zegt Arthur Lippus, programmamanager innovatie en duurzaamheid bij Portaal.

Een bedrijf dat op termijn wel mogelijkheden ziet om in het kader van NeZeR zijn eigen voor de verduurzamingsmarkt ontwikkelde producten in het buitenland af te zetten, is CRH Structural, dat met het concept BlueCasco (een extreem goed geïsoleerd prefab betonnen casco) de niaNesto-competitie won. Dergelijke zware materialen zijn, vanwege de transportkosten, voorlopig alleen binnen Nederland te vervoeren. Voor Stalius, een nieuw product voor lichtgewicht staalframe gevel- en wandoplossingen, ligt dat evenwel anders. “Stalius laat zich vrij eenvoudig en goedkoop transporteren,’’ aldus business development manager Bas Boom. Daarom zou dit product interessant kunnen zijn voor de buitenlandse markt. “Verduurzaming is een prima trend,’’ stelt Boom. “Woningbouw is verantwoordelijk voor 40 procent van de totale CO 2 -uitstoot. Daar kan dus nog veel aan verbeterd worden.’’

Welke van de deelnemende landen al belangrijke stappen hebben gezet op de renovatiemarkt en in hoeverre hun aanpak van verduurzaming interessant kan zijn voor Nederland is nog een open vraag.

Erik Alsema van W/E Adviseurs: “We weten dat nieuwbouw volgens energiezuinige concepten zoals het passiefhuis al op veel plaatsen met succes wordt toegepast. Met renovatie ligt het anders, mogelijk omdat het woningbezit anders is verdeeld. In Zuid-Europa is het aandeel private woningen veel groter dan bij ons. Nederland zou uit NeZeR kennis kunnen halen over hoe je de private markt benadert.’’ Lippus van Portaal: “NeZeR gaat over technische én organisatorische innovaties. In Spanje en Zweden zijn VvE’s anders georganiseerd en het lijkt erop dat dat meer ruimte biedt. Daar kunnen we inspiratie vandaan halen om NeZeR ook in gemengd bezit sneller mogelijk te maken.’’

Hoeveel woningen in Europa in aanmerking komen voor een groene renovatie is niet becijferd. Dat er heel veel werk ligt op het continent is evident. Alsema: “Ieder land worstelt met dezelfde opgave. De grootste uitdaging ligt in de bestaande woningvoorraad. Zweden bijvoorbeeld kende in de jaren zestig en zeventig het Miljoenhuizen-plan. Er zijn toen heel veel prefab woningen neergezet. Energetisch gezien zijn die woningen niet meer bij de tijd. Er ligt voor Zweden een enorme opgave om daar een verbeterslag te maken. Het is goed denkbaar dat concepten die het in Nederland goed doen, het ook goed zullen doen bij sommige woningtypen in Zweden. Nederlandse bouwers zouden met plaatselijke aannemers een alliantie kunnen aangaan. De bouwmarkt wordt steeds meer Europees. Dit soort uitwisselingsprojecten brengt internationalisering van de markt weer een stapje dichterbij.’’        

Reageer op dit artikel