nieuws

Volop werk voor windmoleninstallatieschip Aeolus

bouwbreed Premium

Windmolens op zee neerzetten kan natuurlijk met drijvende bokken en ander zwaar zeewaardig materieel. Maar een schip als de Aeolus, zoals Van Oord nu in de vaart brengt, is wel zo handig.

Naast de Erasmusbrug en pal voor gebouw De Rotterdam komt ze goed tot haar recht. Met haar poten van 84 meter en 900 tons kraan doet de Aeolus nauwelijks onder voor deze twee iconen van Rotterdam. Ter gelegenheid van de officiële doop heeft Van Oord zijn nieuwste vaartuig een paar dagen afgemeerd aan de Wilhelminapier, zodat iedereen kennis kan maken met de gigant.

Nog niet alle onderdelen zijn aan boord. Zo moet de 450 ton zware gripper nog worden opgehaald bij de bouwer in IJmuiden. “Het is een speciaal geëngineerd onderdeel, dat de funderingspalen voor de windmolens geleidt als ze de bodem in worden geslagen”, legt projectdirecteur Peter Bunschoten uit. Zo kunnen de palen niet weglopen bij het heien en gaan rechtstandig de bodem in. In Vlissingen zullen ook nog de laatste tests plaatsvinden van de kraan en andere onderdelen. Daarna kan de Aeolus aan het werk. Als eerste klus ligt deze zomer het plaatsen van de 43 monopiles voor Luchterduinen in het verschiet.

Daarvoor zet het schip zich met haar vier poten neer. Normaal gesproken zal de Aeolus tot zo’n 4 tot 5 meter boven zeeniveau worden opgekrikt om te werken. Bij zware storm wordt hij opgekrikt tot een veilige hoogte van 14 meter. Op de brug is zelfs een speciale afdeling ingericht voor het jacken, laat Bunschoten zien. Als één poot wat dieper wegzakt in de bodem corrigeert het systeem automatisch, zodat het platform altijd horizontaal blijft. Eenmaal op werkhoogte worden de poten voorbelast door de poten kruislings iets in te trekken. De andere twee poten krijgen dan het volledige gewicht van het platform voor hun kiezen en verdichten de grond onder zich. Met waterjets kunnen de poten later ook weer los worden gemaakt.

Zo zit de Aeolus vol met slimmigheidjes, die veelal door het bouwteam van Van Oord zelf zijn bedacht. Het hefvaartuig werd weliswaar ontworpen en gebouwd bij de Hamburgse werf Sietas, maar die ging een half jaar na het tekenen van het contract failliet. Bunschoten: “Er was op dat moment al zoveel gebeurd dat we in overleg met de curator zijn doorgegaan en het werk en het betrokken personeel uit de boedel hebben gehaald. Gaandeweg kwamen we er daarbij achter dat de werf een aantal omstandigheden in de offshore toch had onderschat. We hebben behoorlijk wat wijzigingen doorgevoerd. Ook hebben we de bouw van een aantal kritische onderdelen weggehaald bij Poolse onderaannemers en ondergebracht bij Nederlandse werven.

Begin deze eeuw liet Van Oord, samen met Mammoet ook al een installatievaartuig voor windmolenparken bouwen: de jumping jack. Die kon niet zelf varen en had meer beperkingen. Maar de reden dat de bedrijven hem in 2007 alweer verkochten was dat de markt voor offshore windparken zich langzamer ontwikkelde dan verwacht. Daar is Bunschoten nu niet bang voor. “De Aeolus heeft de komende drie jaar volop werk in alleen al Nederland. Eerst is er de bouw van Luchterduinen, daarna de bouw van Gemini, waar maar liefst 150 windmolens verrijzen. Ook de jaren daarna zijn er in de Noordzee zoveel plannen, dat we ons geen zorgen maken over werk voor de Aeolus.”

Reageer op dit artikel