nieuws

‘Klassiek bouwen bestaat niet meer’

bouwbreed Premium

Integrale langjarige bouwcontracten waarbij de nadruk ligt op het leveren van diensten, hebben de toekomst. ‘Sleutel afleveren en wegwezen’ hoort niet meer bij de moderne relatie tussen opdrachtgever en bouwer. “Als je om een dienst vraagt, betekent dat niet dat je geen verstand van het product meer hoeft te hebben. Dat is echt een misverstand.”

Aan tafel zit topman Nico de Vries die topman Jan Hendrik Dronkers van Rijkswaterstaat aan de tand voelt over nieuwe grenzen en het afbakenen ervan. Grenzen vervagen op alle mogelijke manieren: tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, maar ook tussen landen waarbij bouwers steeds vaker over de grens ‘shoppen’ om de orderportefeuilles gevuld te houden. BAM doet daar zelf aan mee en behaalt meer dan de helft van de omzet in het buitenland. Vooral de positie in Engeland, België en Duitsland is sterk. De Vries heeft ‘code oranje’ afgegeven voor de Nederlandse bouwkansen. “Ik ben een optimistisch mens, maar zie nog echt geen licht aan het einde van de tunnel.” Dronkers is optimistischer en verwacht komende jaren weer nieuwe opgaven, die steeds integraler in combinatie met de omgeving zullen worden opgepakt. Ook tussen de bouw en de rest van de wereld vervagen de grenzen. “Partijen als Google en Apple zullen hun plek opeisen, zeker bij verkeersinformatiesystemen”, voorspelt Dronkers.

Dbfm-contracten moeten flexibeler worden, maar de mogelijkheden daarvoor zijn bij wegenprojecten makkelijker en minder ingrijpend dan voor pps-gebouwen. ”De behoefte om een kantoor aan te passen groeit al snel, terwijl de komende dertig jaar nog steeds verkeer van A naar B rijdt op de A12 tussen Lunetten en Veenendaal”, trapt De Vries af. “Maar dan moeten marktpartijen geen torenhoge tarieven gaan berekenen, omdat sprake is van een langjarig contract met één partij”, pareert Dronkers meteen. De toon is gezet.

De zwaargewichten delen hun passie voor de bouw en zijn het eens als het gaat om een kansrijke toekomst van dbfm-contracten. Ze weten het zeker: het klassieke bouwen bestaat niet meer en maakt plaats voor dienstverlenen. Samenwerken en gelijkwaardige rollen zijn belangrijker dan de laagste prijs. Daarbij is deskundigheid aan beide zijden wel een voorwaarde voor succes. De armen gaan tijdens het interview opvallend vaak over elkaar, maar het wederzijds respect is overduidelijk. De Vries probeert Dronkers uit de tent te lokken, maar steekt ook zijn eigen mening niet onder stoelen of banken.

De Vries : “De tijd dat de aannemer met de pet in de hand achteruit de trap afliep met een opdracht op zak, is wel voorbij. Waar staan we nu als opdrachtgever en opdrachtnemer en waar gaan we naartoe?”

Dronkers: “Ik weet nog goed dat we de eerste keer RAW toepasten. Die spelregels waren toen al een hele verbetering. Sindsdien hebben we toch heel wat stappen gezet. De overheid schreef het ontwerp tot in detail voor en opdrachtnemers bouwden dat. Pet in de hand, weinig tegenspraak. Die tijden zijn gelukkig veranderd. Opdrachtgever en opdrachtnemer worden in de beeldvorming nog vaak tegenover elkaar gezet. Dat is als economisch ideaal misschien te rechtvaardigen, maar bouwen doe je samen. Het project is het gezamenlijke doel, waarbij je elkaar kunt uitdagen, maar ook samen vooruit moet. We zitten midden in de fase van goed specificeren van wat je wilt hebben; diensten in plaats van producten.”

Dienstverlener De Vries: “Hoe zou de markt daar verder op moeten inspelen? Intern zeg ik altijd ‘we zijn geen aannemer, maar dienstverlener’. Maar besef ook dat zo’n boodschap niet meteen voor 100 procent is doorgevoerd.”

Dronkers : “Wij moeten ons goed afvragen welke diensten we willen, wat doen we zelf en wat laat je de markt doen? Opdrachtgevers moeten vertrouwen hebben dat de markt een dienst aankan en die dienstverlener mag ook zelf wat vinden. Ik geloof niet in het credo ‘optimaal ontzorgen’. Daar word ik zelf weer bezorgd van. De tijd van de pet in de hand is passé, maar niet alle vragen worden onderling uitgesproken. We bespreken bijvoorbeeld nooit de manier van consortiumvorming binnen de bouw. Een verkeerde keuze leidt tot moeizame projecten.”

De Vries vult aan: “Voorbeelden te over van verkeerd gekozen bouwconsortia. Als je verkeerd kiest, heb je een probleem.”

De Vries : “Wat doet Rijkswaterstaat voor de bouw buiten Nederland, bijvoorbeeld voor pps-projecten?”

Dronkers : “Rijkswaterstaat werkt samen in het CEDR, (Commission Européenne des Directeurs des Routes, het Europese samenwerkingsverband van alle ‘rijkswaterstaten’ van Europa, red.) waar ik vorig jaar voorzitter van was. We benchmarken onze organisaties, proberen eventuele gevaren van Europese regels in te schatten en delen informeel veel informatie over goede opdrachtnemers. Ook werken we samen bij projecten. We gaan bijvoorbeeld samen met Engeland en België een verkeerscentrale opzetten en ook aanbesteden. Een spannend traject. Van verkeersmanagement valt veel te leren.”

De Vries : “Hoe zit dat met culturele verschillen en taal? De Belgen en vooral de Duitsers varen een koers van projecten opdelen en ‘lowest price’. Bij het vliegveld van Berlijn bijvoorbeeld legde BAM ooit een turnkey-prijs neer die als veel te hoog werd afgedaan. Je ziet wat er nu gebeurt door dat project op te knippen.”

Dronkers : “Duitsers houden meer in eigen hand. Ik ga dat gesprek wel aan door te vertellen over onze positieve ervaring met dbfm. Het verschil tussen de staten is groter, maar er gebeurt wel iets: Duitsland heeft 73 pps-projecten met een omvang van 3,1 miljard euro. Terwijl in Nederland achttien pps-infraprojecten lopen met een waarde van 10 miljard euro.”

De Vries : “Een gevaarlijke vraag. Hoe staat Rijkswaterstaat tegenover grote veelal Europese partijen buiten Nederland? Het vrije verkeer van personen en open markten? Laat duidelijk zijn dat ik voor vrij verkeer ben en open markten. Ik ben Europeaan, maar voel soms de belemmeringen.”

Dronkers: “Nationale overheden gaan hier heel verschillend mee om. Het is een dilemma om buitenlandse partijen toe te laten. De omvang van een project bepaalt vaak wie er op af komen. En wie wil je accepteren als betrouwbare partij en welke risico’s geeft dat bij een langjarig contract. Maar over het algemeen vind ik dat Nederland een gezonde markt is.”

CV’s

Ir. Nico de Vries (1951)

• TU Delft Civiele Techniek

• Ceo BAM sinds 2010

• Werkt bij BAM sinds 1977

• Aantal fte BAM: 23.500

• Omzet BAM: 7 miljard euro

• Stokpaardjes: best in class, duurzaam, reductie

Mr.ing. Jan Hendrik Dronkers (1956)

• EU rechten en HBO Civiele Techniek

• Directeur-generaal Rijkswaterstaat sinds 2010

• Werkt bij Rijkswaterstaat sinds 1981

• Aantal fte Rijkswaterstaat: 9200

• Omzet Rijkswaterstaat: 5 miljard euro

• Stokpaardjes: kerntaken, co-creatie, elke dag beter

Reageer op dit artikel