nieuws

‘Kijk maar goed, straks is alles weg’

bouwbreed Premium

Het Weg- en Bouwmuseum houdt op te bestaan, daar zijn Mar van de Kreeke en Tonnie Donkers inmiddels wel van overtuigd. De voorzitter en vicevoorzitter van de verzamelplaats voor bouwnostalgie doen er alles aan om de collectie voor het eind van het jaar elders onder te brengen. “Ons industrieel erfgoed moet toch bewaard blijven?” Martjan Kuit

“ Mijn broer is nog in zo’n wagen geboren.” Voorzitter Mar van de Kreeke loopt ietwat weemoedig door de salonwagen – een treinwagon op huifkarwielen – van ‘zijn’ Weg- en bouwmuseum. “Hier sliep de hoofduitvoerder met zijn gezin. Dit vinden vooral de vrouwen leuk om te zien. De mannen komen vooral voor onze stoomwalsen, ook mooi spul.”

De voormalige directeur van de Belgisch-Nederlandse bouwer Van de Kreeke geeft de rondleiding die jaarlijks zo’n vijfduizend bezoekers krijgen. “We hebben in totaal 250 grotere objecten, voornamelijk uit de wegenbouw.” “Dat zijn grondverzet- en wegenbouwmachines en bouwkranen, maar ook historische gereedschappen”, vult vicevoorzitter Tonnie Donkers aan. “Kijk er maar goed naar. Straks is het weg.”

Het bestuur van het museum op het Bouw- en infrapark in Harderwijk luidt maart dit jaar de noodklok. De bouwsector wil het instituut, dat door vrijwilligers draaiende wordt gehouden, niet langer steunen. Het bestuur doet een dringende oproep aan de bouwwereld: “nieuwe sponsoren vinden, verhuizen naar een locatie die kleiner is en minder kost of overname door een bestaand museum elders in het land; het zijn allemaal opties.”

Het zwaard van Damocles hangt sinds 2010 boven het museum. Bouwend Nederland wil de huur van het gebouw, zo’n 250.000 euro per jaar, niet meer betalen. Van de Kreeke: “We zijn toen met plannen gekomen voor een museum over infra én bouw. Tot dan toe waren we vooral een wegenbouwmuseum.” De brancheorganisatie gaat uiteindelijk overstag. De huur wordt voortaan betaald door het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds. Doel: het kweken van interesse bij jongeren voor het volgen van opleidingen in de bouw en wegenbouw. “We zouden tot 2015 geld krijgen. Ieder jaar iets minder.” In de tussentijd gaat het bestuur op zoek naar sponsoren die geld willen steken in de exploitatie en bereid zijn een deel van de huur op zich te nemen. “Die sponsoren hebben we gevonden”, zegt Donkers. Onder meer Dura Vermeer, brancheorganisatie BMWT en Lloyd’s Register leveren bijdragen. “Maar het is bij lange na niet genoeg om het museum in stand te houden.”

Enthousiast

Begin dit jaar klopt het museum opnieuw aan bij Bouwend Nederland. Donkers: “We hebben duidelijk gemaakt dat het zonder hun steun echt voorbij is.” Voorzitter Maxime Verhagen komt begin dit jaar poolshoogte nemen. Van de Kreeke: “Hij was enthousiast, maar een paar weken later kregen we toch een telefoontje dat hij toch niets voor ons kon betekenen.” Ergens begrijpen de bestuursleden dat ook wel. “We zijn niet boos op de bouwsector, wel teleurgesteld. De branche heeft op dit moment andere dingen aan het hoofd. Maar als dit museum verdwijnt eindigen historische machines op de schroothoop en verdwijnt een stuk industrieel erfgoed voorgoed. Is dat dan wat we willen?”

Van de Kreeke en Donkers zijn er inmiddels van overtuigd dat het museum in zijn huidige vorm niet zal blijven bestaan. Eind dit jaar moet het pand leeg zijn. Van de Kreeke: “We zijn op zoek naar een plek om alles onder te brengen.” Dat is nog niet makkelijk. “Wie heeft er ruimte voor meer dan honderd machines? Bovendien hebben we naslagwerken, archieven van brancheorganisaties en foto’s en films over machine- en wegenbouw. Wie wil dat hebben?” Ook heeft het bestuur besloten het museum digitaal voort te laten bestaan. “Hoe we dat precies gaan doen, weten we nog niet”, zegt de voorzitter. “Maar digitaal heeft de toekomst, niet waar?”

En de salonwagen aan het begin van de rondleiding? “Mooi hè?”, verzucht Donkers. “Ik dacht: Die zijn we zo kwijt. Tot nu toe hebben we er nog niemand voor gevonden. Dus als u nog iemand weet…”

Weg- en bouwmuseum

Het Weg- en Bouwmuseum start begin jaren zeventig in Ede. Het initiatief wordt gesteund door de Nederlandse Vereniging van Wegenbouwers (NVWB), dat later in Bouwend Nederland opging. In 2001 verhuist het – dan nog – wegenbouwmuseum samen met het Soma College naar het Bouw & Infra Park in Harderwijk. Vier jaar geleden wordt het expositiecentrum omgedoopt tot het Weg- en Bouwmuseum. Sindsdien proberen de vrijwilligers de collectie op het gebied van woning- en utiliteitsbouw uit te breiden. De collectie bestaat momenteel uit ongeveer 250 grotere objecten. De waarde van de grondverzet- en wegenbouwmachines, bouwkranen en historische gereedschappen die de vrijwilligers bij elkaar verzamelde, werd enkele jaren geleden geschat op 1,7 miljoen euro. Het museum trekt jaarlijks zo’n vijfduizend bezoekers.

Reageer op dit artikel