nieuws

Geopolitiek en economie 
bepalen energiebeleid EU

bouwbreed

Niet het klimaatbeleid, maar geopolitiek en economische overwegingen zijn de aanjagers van het energiebeleid. Die twee factoren verhogen de snelheid waarmee gezocht wordt naar mogelijkheden om energie te besparen en duurzame energie toe te passen, aanzienlijk. Ferry Heijbrock

Terwijl klimaatverandering er niet in geslaagd is om regeringsleiders in de Europese Unie tot versnelling van het energiebeleid te krijgen, is het Vladimir Poetin wel gelukt. Het dichtdraaien van de gaskraan richting Oekraïne heeft menigeen de ogen geopend over de macht die Rusland heeft zolang Europa zo afhankelijk is van import van energie. De gehele EU importeert op dit moment jaarlijks voor 421 miljard aan fossiele brandstoffen, een bedrag dat nog steeds toeneemt.

Niet voor niets heeft de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in een eind vorige week gepubliceerd rapport een pleidooi gehouden voor snelle maatregelen in de EU om minder afhankelijk te worden van gasimport uit Rusland. Curieus is dan dat de oplossing niet komt van energiebesparing en de transitie naar duurzame energieopwekking, maar uit import uit andere landen zoals Cyprus, Azerbeidzjan en Noord-Afrika. Het goede nieuws is daarbij wel dat er lng-terminals en gaspijpleidingen aangelegd zullen moeten worden.

Effecten

Interessanter is een nog niet gepubiceerd rapport dat de Europese Commissie heeft laten voorbereiden over energie-efficiency. Daarin is gekeken wat de effecten van energiebesparing zijn op de economie. Daaruit blijkt dat naarmate de energiebesparing hoger is, de voordelen ook groter zijn. Een doelstelling van 40 procent hogere energie-efficiëntie leidt tot extra economische groei van 4 procent, geeft 3,15 procent meer werkgelegenheid en bespaart honderden miljarden aan energie-import. Als het doel lager wordt gesteld, nemen de voordelen meer dan navenant af, zo blijkt uit de berekeningen.

Anders dan het rapport van de AIV zal het stuk van de Europese Commissie wel een grote rol gaan spelen bij de formulering van het energiebeleid en het klimaatbeleid in de Unie. Eind volgend jaar moeten in Parijs knopen worden doorgehakt over een nieuw wereldwijd bindend verdrag als opvolger van Kyoto. De onderhandelingen binnen de Unie hebben tot nu toe nog weinig concreets opgeleverd. Bekend is dat er een niet-bindend doel komt van 27 procent meer energie-efficiëntie. Stemmen gaan nu echter op om dat aan te scherpen en bovendien wel bindend te maken.

Zo langzamerhand is de grootste tegenstander daarvan Engeland, gesteund door een enkele Oost-Europees land. De verwachting is dat de tegenstand zal afkalven nu deze cijfers bekend zijn. Zoals een cynische diplomaat in Brussel zei, zorgt Poetin ervoor dat de afhankelijkheid van fossiele energie weer eens hoog op de politieke agenda is gezet.

Reageer op dit artikel