nieuws

Best value procurement en de Alcateltermijn

bouwbreed Premium

Het aanbesteden volgens de Best Value Procurement-methode gebeurt nog niet helemaal vlekkeloos. Dit bleek ook uit de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 7 mei 2014, die deze week onder nr. ECLI:NL:RBDHA:2014: 5633 werd gepubliceerd.

Het Hoogheemraadschap Rijnland wil het onderscheidend vermogen van de markt aanspreken door naast de prijs een zwaar accent op kwaliteit te leggen door middel van Best Value Procurement (BVP).

De beoordeling in de gunningfase vindt plaats in twee stappen. Eerst geven inschrijvers hun visie op en invulling aan de opdracht. De omvang van deze documenten wordt bewust beperkt gehouden, vanuit de gedachte dat een ‘expert’ die de opdracht doorziet weinig tekst nodig heeft om de essentie vast te leggen. Daarna worden interviews gehouden met de sleutelfunctionarissen van de inschrijvers. De vaststelling van de emvi-aanbieding gebeurt aan de hand van de laagste fictieve inschrijfprijs.

Bepaald is, dat binnen twintig dagen na verzending van het voorlopig gunningsbesluit bezwaar in rechte aanhangig gemaakt moet worden.

De prijs van inschrijver De Vlieg wijkt 10 procent af van de gemiddelde inschrijving. Nadat desgevraagd een aanvullende (financiële) onderbouwing is geleverd, krijgt De Vlieg te horen dat aan A gegund zal worden.

De Vlieg verzet daartegen, waarop de Alcalteltermijn (de twintig dagen) wordt verlengd. In die tijd dagvaardt De Vlieg de aanbesteder. Daarop wordt de gunningsbeslissing onderzocht en vervolgens gewijzigd ten gunste van De Vlieg. Er is verwarring ontstaan over de te volgen procedure, aldus het

hoogheemraadschap.

Nu is A ontevreden en A stapt naar de rechter, zich onder andere beroepend op de twintigdagentermijn en op het feit dat A in eerste instantie gemeld was dat aan haar gegund zou worden. Het stond het hoogheemraadschap nu niet meer vrij daarop terug te komen.

Het oordeel

Het staat de aanbestedende dienst – ook na het verstrijken van de Alcateltermijn – in beginsel vrij om op een gunningsvoornemen terug te komen naar aanleiding van eigen onderzoek of reacties. De Alcateltermijn biedt rechtsbescherming aan verliezende inschrijvers. Zij moeten hun bezwaren aan de rechter voor kunnen leggen op een moment dat nog doeltreffend kan worden ingegrepen. Het is niet de bedoeling dat na het verstrijken ervan moet worden overgegaan tot een overeenkomst.

Na het verstrijken van de termijn mag een opdracht definitief worden gegund. Blijkt echter dat het gunningsvoornemen niet juist is, dan dient opgewekt vertrouwen dat de opdracht definitief aan een inschrijver zou worden gegund te wijken voor het beginsel van gelijke behandeling.

Is het oorspronkelijke gunningsvoornemen in strijd met de aanbestedingsstukken is geweest?

Ja. De inschrijving van B (een derde inschrijver) had niet meegenomen mogen worden bij de berekening van de gemiddelde prijs. B’s lag boven de plafondprijs en zijn inschrijving was daarom conform de leidraad terzijde gelegd. Het hoogheemraadschap heeft in eerste instantie deze aanbiedingsprijs wel meegeteld. Daardoor kwam men tot het oordeel dat de aanbiedingsprijs van De Vlieg meer dan 10 procent afweek van de gemiddelde prijs. Een normaal oplettende en behoorlijk geïnformeerde inschrijver had de leidraad niet anders kunnen opvatten dan dat alle geldige ingediende offertes met elkaar zouden worden vergeleken.

Tot slot vangt A ook bot bij de stelling dat – ook indien tot uitgangspunt wordt genomen dat de aanbiedingsprijs van De Vlieg niet meer dan 10 procent afweek van de gemiddelde aanbiedingsprijs – het hoogheemraadschap de bevoegdheid had een financiële onderbouwing bij de inschrijving aan De Vlieg te vragen en vervolgens de inschrijving had moeten afwijzen.

De rechter: de dominantie van de financiële onderbouwing van de inschrijving is geen gunningscriterium. Nadat het voorlopige gunningsvoornemen bekend is gemaakt, wordt de zogenoemde concretiseringsfase in gegaan en vindt een verificatie van de economisch meest voordelige inschrijving plaats. De Vlieg heeft de laagste fictieve aanbiedingsprijs aangeboden is dus terecht als economisch meest voordelige inschrijving aangemerkt.

Inzicht

De uitspraak geeft inzicht in hoe de praktijk vorm geeft aan en toch ook nog worstelt met het nieuwe fenomeen BVP. BVP heeft als aantrekkelijke kant, dat vooral naar kwaliteit van de inschrijver wordt gekeken. Daarbij wordt gezocht naar methoden om die kwaliteit niet ‘mechanisch’ te beoordelen. Dat is een voor de hand liggende behoefte van opdrachtgevers, maar behoeft als het ware nog enige training, zoals bij nieuwe methoden altijd het geval is.

Wat betreft de Alcateltermijnenkwestie ben ik kort. Het doel ervan wordt weer eens duidelijk uit de doeken gedaan. Termijnen behoren tot een van de lastigste kwesties waar de jurist mee te maken heeft. Ik verwijs daarom graag naar de tweede druk van Praktijkboek verjarings- en vervaltermijnen in de bouw van S.J.H. Rutten, uitgegeven door het IBR en zojuist verschenen. Hoofdstuk 3 is gewijd aan het aanbestedingsrecht.

Reageer op dit artikel