nieuws

Nieuwe stal bespaart veehouder energie

bouwbreed

Melkveehouder Jan Pieter van Tilburg in Hellum verwacht met zijn nieuwe koeienstal elk jaar ruim 65 procent minder energie te verbruiken dan zijn collega’s. Energie-adviseur L’orèl Consultancy uit Groningen hielp de meest energieneutrale stal van Europa te maken.

D e nieuwe staldie vandaag officieel in gebruik komt, moest op de bestaande elektrische aansluiting van drie keer 50 ampère worden aangesloten; verzwaring betekende dat Van Tilburg een nieuwe dure kabel moest laten leggen tussen het transformatorhuisje en zijn bedrijf. De melkveehouder wilde in zijn nieuwe stal ook energieneutraal zijn voor gas en elektra. En alle maatregelen die daarvoor nodig zijn moesten in zijn begroting in acht jaar zijn terugverdiend. Daarbij wilde hij geen HFK-koelmiddelen meer gebruiken; Brussel verbiedt die giftige middelen gefaseerd vanaf 2020.

Bij Van Tilburg wordt de melk zonder deze middelen gekoeld via een warmtepomp. “Dat is voor het eerst dat deze combinatie wordt toegepast”, zegt Rob Jacobs van L’orèl. De warmtepomp maakt water koud waarmee melk via een voorkoeler op temperatuur komt. De weggekoelde warmte uit de melk maakt water voor de reinigingsinstallatie van het bedrijf en voor de cv in de woning warm. De warmtepomp vervangt in deze opstelling de koelmachine, gasboiler en cv-ketel die normaal nodig zijn. “Het elektraverbruik wordt er niet noemenswaardig groter door”, zegt Jacobs.

De warmtepomp maakt koude- en warmtebuffers zodat ook buiten de melktijden kan worden gekoeld en verwarmd. Hierdoor neemt de piekafname tijdens het melken sterk af, terwijl in de tussenliggende periode het stroomverbruik toeneemt. Zo kan de aansluiting beperkt blijven tot drie keer 50 ampère.

Het water wordt met 70 graden Celsius niet zo heet als met een conventionele installatie. Jacobs noemt het ruim voldoende. “En door leidingen zo kort mogelijk te houden en afdoende te isoleren blijft dat ook afdoende.” In de praktijk valt die samenhang in de visie van de energieadviseur soms tegen: “Na de aanschaf en de installatie wordt er dan niet vaak meer naar gekeken.”

Het ontwerp rekent wat Jacobs betreft mooie verbruikscijfers voor de nieuwe stal voor. Doorlopende metingen, gefinancierd door de provincie Groningen, moeten uitwijzen of de cijfers mooi blijven, al dan niet na tussentijds bijregelen.

Bijzonder noemt Jacobs ook de verlichting. Niet in de laatste plaats omdat die naar de adviezen van een verlichtingsexpert op maat is gemaakt. “Normaal wordt stalverlichting samengesteld aan de hand van een gids.” De verschillende afdelingen van de stal hebben een eigen verlichting. Op de plek waar de koeien worden gemolken is de verlichting zodanig dat Van Tilburg een koe goed kan observeren. Blijkt die wat te mankeren dan gaat die naar een ‘ziekenboeg’ met de daglichtachtige verlichting waarbij veeartsen het beste kunnen opereren. De maatverlichting beperkt ook de lichtvervuiling buiten de stal.

Veel voorzieningen voor de stal zijn op maat gemaakte handelsproducten. “Die zijn niet zomaar toe te passen in andere stallen”, zegt Jacobs, “omdat elke stal een maatproduct is. Het technische principe werkt daarentegen wel overal.”

Expertise

Van Tilburg baseerde zijn stal op expertise van de studiegroep ‘energiebesparing in de melkveehouderij’ van de stichting MEI Groningen en L’orèl Consultancy. De provincie Groningen, de gemeenten Slochteren Hoogezand-Sappemeer en Groningen-Haren en de melkveehouders financierden de expertise.

Reageer op dit artikel