nieuws

‘HTI’ers staan bekend als doorbijters’

bouwbreed Premium

De bouw huivert onder de aanhoudende recessie. Toch is dat geen reden om dan maar geen bouwkundige studie te volgen, vindt Dick Singerling. Hij is bestuursvoorzitter van het Hoger Technisch Instituut (HTI) en directeur van de in Amsterdam gevestigde Aannemingsmaatschappij Derksen en Singerling. “Voor wie in de bouw wil werken is zo’n opleiding juist een enorme pre.” Mario Silvester

Singerling weet waarover hij praat. Dertig jaar geleden, midden in de economische crisis van de jaren tachtig, volgde hij de studie bouwkunde bij het HTI. “Het was toen net als nu een deeltijdopleiding”, glimlacht hij, terwijl hij oude foto’s toont van het particuliere opleidingsinstituut Amsterdam. “Eens in de twee weken op zaterdag naar school en daarnaast zo’n tien uur studeren per week. Toegegeven, een hele klus, maar het geleerde kon meteen in de praktijk worden gebracht.”

Voor wie reeds in de bouw werkzaam is, kan dit tegenwoordig nog steeds. Het is echter niet voor alle opleidingen die het HTI verzorgt noodzakelijk om reeds een baan te hebben, benadrukt Singerling. En dat maakt het opleidingsinstituut ook aantrekkelijk voor mensen die nog niet aan de bak zijn gekomen.

“HTI’ers staan bekend als echte doorbijters. Aannemers en andere op vastgoed gerichte instellingen zien ze graag komen en voor wie een baan zoekt is dat natuurlijk een goede zaak.” Trots vertelt hij dat het Hoger Technisch Instituut sinds de oprichting in 1939 tussen acht- en negenduizend bouwkundigen heeft opgeleid. Het instituut heeft een rijke geschiedenis, vertelt Singerling. Het was vanaf het begin een particuliere opleiding. Romke Jellema, docent bouwkunde met een socialistische achtergrond, was de oprichter. Hij wilde bouwtechnici de gelegenheid geven om verder te studeren. Daarom richtte hij samen met twee collega’s het Middelbaar Technisch Instituut (MTI) op waar bouwkunde en beton- en staaltechniek werden onderwezen. In de jaren vijftig werd het onderwijs opgewaardeerd tot HTS-niveau en veranderde de naam van de opleiding in Hoger Technisch Instituut. Het studieaanbod is sindsdien uitgebreid.

Praktijk

N aast bouwkunde en beton- en staaltechniek staan ook bouwkosten en bouwmanagement op het programma. De opleidingen duren twee tot drie jaar. “Net als toen komen al onze docenten uit de praktijk”, vertelt Singerling. “Ze geven les uit enthousiasme voor het vak. Omdat ze precies als ik vinden dat de vaktechnische kennis van het middenkaderpersoneel op peil moet worden gehouden. Die sterke motivatie komen we ook tegen bij onze studenten en daardoor heeft onze opleiding zo’n goede naam binnen de bouwwereld.”

Ondanks de naamsbekendheid onder aannemers, constateert Singerling tot zijn spijt dat jonge mensen minder op de hoogte zijn van de opleidingsmogelijkheden van het HTI. Op dit moment telt de opleiding zo’n 170 studenten. “Van twintigers tot vijftigers en stuk voor stuk ontzettend enthousiast. Maar het zijn er te weinig. We werken er hard aan om daarin verandering te brengen. Net als toen onze opleiding werd opgericht, heerst momenteel een economische crisis. En juist nu is het daarom een belangrijk pluspunt voor jonge mensen die een baan in de bouw zoeken om een goede opleiding gevolgd te hebben. Daarvoor kunnen ze bij ons terecht.” En voor wie dat niet voldoende vindt, is het HTI inmiddels doende om afspraken te maken met andere opleidinginstituten, zoals de Hogeschool van Amsterdam, zodat de afgestudeerden van het Hoger Technisch Instituut rechtstreeks kunnen doorstromen naar de bachelor bouwkunde of zelfs de master beton en staaltechniek. “Techniek is de moeite waard en heeft ondanks de huidige recessie ruim voldoende toekomst. Als Hoger Technisch Instituut zijn we dan ook zeer gemotiveerd om bij te dragen aan het opleiden van bouwkundigen.”

projectgegevens

tekst

Reageer op dit artikel