nieuws

Regeren is ook energetisch vooruitzien

bouwbreed Premium

Het kabinet heeft de verduurzaming van de energievoorziening vertraagd. Maar ook 2023 is dichterbij dan menigeen denkt. Het is daarom zaak nu al snel wet- en regelgeving op orde te maken zodat die straks niet voor extra vertraging gaat zorgen. Ferry Heijbrock

De Tweede Kamer moet vaart zetten achter wetten voor windmolenparken op zee. Die oproep deed Ed Nijpels, dit keer in zijn hoedanigheid van voorzitter van de commissie die toeziet op de uitvoering van het energieakkoord.

De oud-minister van milieu en voorzitter van NLingenieurs heeft natuurlijk gelijk. Uit talloze onderzoeken blijkt dat Nederland al hopeloos achterloopt op energetisch gebied. Met de nodige kolencentrales, ook nog in aanbouw, zijn we bepaald niet het netste jongetje van de klas. En dat terwijl de tijd begint te dringen zoals ook het jongste rapport van het Intergouvernementeel Panel Klimaatverandering (IPCC) van de Verenigde Naties aangeeft.

Volgens Nijpels is het ook allemaal niet zo vreselijk ingewikkeld. Het energieakkoord van de Sociaal Economische Raad (SER) helpt Nederland al een stuk verder. Maar dan moet de politiek nog wel even wat doen. Zo is onderdeel van het akkoord een aantal windmolenparken op zee waardoor er in 2023 in totaal 4500 megawatt capaciteit staat.

Het tijdschema luistert dan wel heel nauw, vindt Nijpels. Dan is het dus van groot belang dat een wetsvoorstel voor de vergunningprocedures dat momenteel in consultatie is, voor eind dit jaar wordt afgekaart in beide Kamers der Staten-Generaal.

Ook zal er wat druk moeten komen op de oprichting van de Nationale Investeringsinstelling (NII). Dat is nodig om met name institutionele beleggers zover te krijgen te investeren in hernieuwbare energieopwekking. Volgens Nijpels komt de kwartiermaker van de NII, Jan van Rutte, over ongeveer twee weken met een veelbelovend rapport. Maar ook hiervoor is een wetgevingstraject nodig. Snel doen, vindt Nijpels. Voor de zomer de bevindingen van Van Rutte in de Kamer bespreken, zodat alle maatregelen die nodig zijn op tijd genomen kunnen worden. Regelen dus dat het geld beschikbaar komt.

Of de oproep van Nijpels gehoor vindt in de politiek, moet worden afgewacht. Het aantal klimaatsceptici, hoewel een minderheid in de Kamer, is nog altijd zo groot dat snelle acties er niet in zitten. Diezelfde klimaat-sceptici lijken daarnaast ook nog eens doof en blind voor de geopolitiek. Weliswaar heeft de houding van Rusland op de Krim eventjes een schok teweeggebracht, maar die is inmiddels alweer voorbij. Poetin kan de westerse gasinkomsten niet missen, is het idee. Dus draait hij de gaskraan niet dicht.

De van vele kanten veroordeelde houding van Rusland heeft er zelfs niet voor kunnen zorgen dat premier Mark Rutte nog steeds van plan is binnenkort met een handelsmissie naar Rusland te gaan.

Van mensen met die houding behoeft niet verwacht te worden dat ze haast gaan maken met verduurzaming van de economie. Dat geldt temeer zolang klassiek geschoolde economen hun ouderwetse rekensommen maken over economische groei en welvaart. Bij de huidige lage prijzen voor fossiele energie zullen ze volhouden dat investeren in duurzame energie alleen maar welvaart kost. Hun modellen houden geen rekening met geopolitieke vraagstukken en welzijn dat ook wel eens welvaart kan opleveren. Niettemin kan het opvolgen van het advies van Nijpels absoluut geen kwaad.

Reageer op dit artikel