nieuws

‘Redder in de regio? Ik ben geen sociaal werker’

bouwbreed Premium

Bouwbedrijf B. de Nijs-Soffers nam in februari de voormalige Goldewijk-vestiging Jochems over. “Je moet de lokale markt goed kennen”, zegt directeur Bernard de Nijs.

Bernard de Nijs (59) is een uitgesproken man. Aan de telefoon begint hij rustig over de reden waarom hij Jochems overnam. “Een leuk bedrijf, goeie mensen en een orderportefeuille die de moeite waard is.”

Het bedrijf ligt een dorp verderop in Noord-Brabant, De Nijs kende de eigenaar bovendien goed.

Het stemvolume van De Nijs gaat al iets omhoog als we bespreken wat voor bedrijf B. de Nijs-Soffers is. “No nonsense, niet lullen maar poetsen, zoals ze op z’n Brabants zeggen.”

34 jaar geleden zat hij in de WW en begon zijn bedrijf, vertelt hij. Nu is de onderneming goed voor 30 miljoen euro omzet en heeft zijn bedrijf, inclusief dochterbedrijven, zo’n honderd man in dienst. Daar is hij trots op.

Worstenbroodje

Tijdens de crisis heeft hij geen mensen hoeven ontslaan en worden zwarte cijfers geschreven. Hoe dat kan? De Brabantse bouwer doet niet mee met aanbestedingen, ontwikkelt zelf en werkt voor woningcorporaties, legt De Nijs uit. Hij zorgt goed voor zijn personeel. Sommige werknemers werken er langer dan veertig jaar. “Praten en betrekken bij het werk, en niet de grote directeur uithangen. Ik ga ook regelmatig langs op de bouwplaats en neem bijvoorbeeld wel eens een worstenbroodje mee.”

Je moet zuinig zijn op je eigen mensen, zegt De Nijs, met het stemvolume inmiddels in de hoogste stand. Noem ze geen bouwvakkers, dan denken mensen aan die lieden op de bouwplaats met een half blote kont, het bouwvakkersdecolleté. Noem ze liever timmerlieden of metselaar. Vaklieden. Neem ze serieus!

De toenemende flexibilisering in de bouw is De Nijs een doorn in het oog. Al die zzp’ers op de projecten, dat gaat ten koste van de kwaliteit, vindt hij. Voor 5 à 6 euro staan ze op de steiger. “Daar kan ik me druk over maken. Gelukkig ben ik wat rustiger geworden, naarmate ik ouder ben geworden.”

Leerlingen

De Nijs pleit voor het behoud van “eigen mensen”. Dat begint bij de jeugd. Zelf heeft hij zo’n dikke dertig leerlingen rondlopen. Waarom? “Ze moeten toch een vak kunnen leren. Als wij het niet doen, wie leidt dan de jeugd nog op? Zonder leerlingen hebben we straks een groot probleem.”

Met de overname van buurman Jochems probeert hij een deel van de regionale bouw intact te houden. “Een regionaal bedrijf is goed aan te sturen.” Maar noem hem geen redder in de regio. “Ik ben geen sociaal werker. Het gaat ook om de klant, en de versteviging van de positie van ons bedrijf in de regio. Je moet de lokale markt goed kennen, weten waar de behoeften liggen.”

Het bedrijf nam de afgelopen jaren ook bouwbedrijven De Rooy (Sprundel) en Haast (Roosendaal en Steenbergen) over. In 2006 sloot P.C. Soffers zich aan. Jochems zal net als de anderen “zelf z’n broek moeten ophouden”, zegt De Nijs. “Onder auspiciën van ons bedrijf.”

Reageer op dit artikel