nieuws

Grote verschillen bij milieu-effecten isolatie

bouwbreed Premium

Het is onmogelijk om isolatiematerialen in een lijst te rangschikken naar milieuvriendelijkheid. De resultaten van life cycle analyses (LCA’s) lopen te sterk uiteen, zelfs voor dezelfde materialen van verschillende producenten. D at blijkt uit een onderzoek in opdracht van de Belgische Federale Overheidsdienst (FOD) voor Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu naar de milieuvriendelijkheid van tien isolatiematerialen voor buitenwanden. Enkele dagen na het gereedkomen van de Franse vertaling van de begeleidende nota verscheen het nieuws op de website van de FOD. Het omvangrijke onderzoek, geleid door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO, de Belgische evenknie van TNO), brengt politici en opdrachtgevers geen uitsluitsel. De onderzoekers berekenden de milieu-effecten van de wieg tot het graf. Zij vroegen specificaties op, bezochten fabrieken, hielden rekening met een levensduur van zestig jaar. Niet alle isolatiematerialen bleken geschikt voor elke constructie. Daarom konden de producenten kiezen voor maximaal twee van vier types buitenwand. De impact van de isolatie liep in een aantal combinaties op tot 80 procent van de impact van de constructie. De FOD schrijft dat de milieu-impact van het isolatiemateriaal zelfs groter kan zijn dan die van de energie, nodig om een gebouw zestig jaar te verwarm en en te koelen. Dat zou bij passiefwoningen wellicht het geval kunnen zijn. Geen enkel materiaal bleek op alle vlakken goed of slecht te scoren. Elk materiaal scoorde wel eens beter of minder goed dan een ander. Daarbij speelden de eigenschappen van grondstoffen, additieven zoals brandvertragers, productieprocessen en het vervoer op wegwerp- of retourpallets een rol. Wouter Kro on van Doscha uit Naarden (met een fabriek in België) leverde specificaties van Doscha Wol en bezocht bijeenkomsten. “Het onderzoek was traag en saai”, reageert hij. “En soms was het helemaal onbegrijpelijk. Ik heb wel invloed gehad, bijvoorbeeld duidelijk gemaakt dat Doscha Wol en Black Mountain schapenwol niet over een kam geschoren mogen worden. Hydrofiele toevoegingen zoals boraten en bindmiddelen maken een dampremming noodzakelijk. Wij gaan zelf uit van de vezelkwaliteit. De vraag zou eigenlijk moeten zijn wat de constructie moet doen. Dat zou met standaard testen beproefd moeten kunnen worden. Maar die kennis ontbreekt.”

Specificaties van materiaal, opbouw van de buitenwand en impact per milieu-effect zijn bepalend voor keuze

Reageer op dit artikel