nieuws

Fonds voor gebiedsontwikkeling werkt

bouwbreed Premium

Gebiedsfondsen lijken de oplossing om uiteenlopende soorten gebieden tot ontwikkeling te brengen. Of het nu gaat om bijvoorbeeld een bedrijventerrein of een natuurgebied. In een onderzoek van de TU Delft wordt gewezen op de haken en ogen die aan deze werkwijze vastzitten.

Het doel van een gebiedsfonds is geld bijeen te brengen voor de ontwikkeling van een project, van het begin tot het einde. De investeerders bestaan uit verschillende partijen. Zij willen tegen een relatief klein financieel risico ervoor zorgen dat hun investering voldoende rendement oplevert. Daarnaast kunnen kleine investeerders die willen bijdragen aan de ontwikkeling van een gebied ook meedoen. Zo stelt bijvoorbeeld het Gebiedsfonds Drentsche Aa: “Door bijdragen aan het fonds kunnen bedrijven, instellingen en burgers hun betrokkenheid uiten en helpen het gebied mooi te houden.” En het levert daarnaast rendement op, zo blijkt uit de folder van het fonds. Wie geld spaart op de zogeheten StreekRekening van de Rabobank draagt automatisch bij aan het gebiedsfonds want voor elke spaarder stort de financiële instelling een bedrag in het fonds.

Om het systeem te laten werken , moet het echter aan een aantal eisen voldoen, constateert Boudewijn Stumpel in zijn afstudeeronderzoek ‘Urban Development Trust & possibillities & limitations for Dutch Area Development’. Volgens hem is het in theorie mogelijk dat uiteenlopende partijen de financiën bundelen om een gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. Uiteindelijk zijn zowel overheden als maatschappelijke en private partijen gerechtigd om te investeren in gebiedsfondsen. Niettemin maakt hij een aantal kanttekeningen. “Investeerders gaan alleen in zee met gelijkgestemde investeerders om zo hun belangen te maximaliseren bij de ontwikkeling van het gebied”, stelt hij vast. Met als gevolg dat publieke belangen van tevoren uitgebreid behandeld moeten worden. Daarbij zijn ruimtelijke ordeningsinstrumenten van belang. Stumpel noemt als voorbeeld het al dan niet verlenen van een bouwvergunning. Gemeenten spelen in dat proces een belangrijke rol, die kan botsen met hun positie in het gebiedsontwikkelingsproces. Hij adviseert overheden om niet als investeerder op te treden. “De investerings- ofwel ontwikkelfilosofie dient niet alleen bij de oprichting hetzelfde te zijn, maar gedurende de gehele exploiatieperiode”, legt hij uit. Als overheden de rol van investeerder uitoefenen, kunnen belangen verstrengeld raken. “Als investeerder dient de overheid namelijk twee ambivalente belangen tegelijkertijd na te streven, namelijk publieke en commerciële.” Dat betekent niet dat gemeenten geen enkele rol van betekenis kunnen spelen als een gebiedsfonds wordt opgericht. Stumpel wijst er op dat gemeenten al in het voorstadium een belangrijke rol kunnen spelen om gebiedsontwikkelingen mogelijk te maken. “Ga als gemeente op zoek naar mogelijkheden om voorafgaand aan de fondsvorming publieke eisen uit te onderhandelen die bijdragen aan de waardecreatie van het gebied.” Bovendien moet ervoor worden gezorgd dat de rollen die de verschillende partijen spelen binnen het gebiedsfonds niet met elkaar in de knoop raken. Gebiedsfondsen kunnen dan uitgroeien tot een financieringsmogelijkheid voor gebiedsontwikkelingsprojecten in Nederland, zo constateert Stumpel.

Reageer op dit artikel