nieuws

Wetenschap maakt werk van graafschade

bouwbreed Premium

Het wordt steeds drukker in de bodem om alle infrastructuur te kunnen bergen die nodig is om onder meer decentraal opgewekte elektriciteit te verdelen en de communicatietechniek te bedienen. De kans op graafschade stijgt navenant, maar de technische wetenschap schiet te hulp.

NetwerkbedrijfReggefiber uit Rijssen en de Universiteit Twente (UT) binden samen de strijd aan met graafschade. Die campagne krijgt de vorm van een tweejarig studieprogramma voor studenten die zich willen bekwamen in slimme manieren om infrastructuur onder de grond te krijgen. Het Rijssense bedrijf steunt het programma via een innovatiefonds. De universiteit hoopt een blijvend programma te hebben.

Reggefiber en de UT verenigen zich in het programma Zorgvuldige Aanleg en Reductie Graafschade (ZoARG). Dat combineert praktijk en wetenschap en hoopt zo de innovatie op gang te brengen om infrastructuur zonder hinder goedkoper en schadevrij aan te leggen. Het programma is bedoeld voor maximaal tien kandidaten die na hun universitaire opleiding het traject Professional Doctorate in Engineering (PDEng) volgen. Onder wetenschappelijke begeleiding helpen ze als gedetacheerd onderzoeker de problemen op te lossen die bedrijven of instellingen in de praktijk ondervinden met het aanleggen van infrastructuur.

De uitkomst ervan helpt niet alleen Reggefiber, vindt André Dorée die het universitaire project leidt. “Voorkomen van graafschade betekent ook dat anderen tijdens graafwerk niet per ongeluk de kabels van Reggefiber uit de grond trekken.” De kans op zulke schade daalt volgens hem wanneer alle partijen die aan een project werken vooraf aan het ontwerp de details van hun inzet bekendmaken. Dorée: “Met al die gegevens is bijvoorbeeld een animatie te maken waarop iedereen kan zien wie waar op welk moment werkt en wat de kraanmachinist hoogstwaarschijnlijk zal aantreffen in de ondergrond.”

Actueel

Een systeem van camera’s en digitale plaatsbepaling houdt zo’n overzicht van kabels en leidingen actueel. Dat zou kunnen door een camera op de kraan te monteren die de nieuwe aanleg en de bestaande infrastructuur in beeld brengt. GPS-coördinaten geven aan waar alles precies ligt. “Elke kabel kan zo een automatisch nauwkeurig geregistreerd worden”, zegt Dorée. De machinist ziet dan op een scherm welke plekken een beroep doen op zijn voorzichtigheid. Aldus groeit inzicht in de ondergrondse infrastructuur en neemt de kans op graafschade gestaag af. Wat Dorée betreft is dat laatste al een uitgemaakte zaak: “Als het proces wordt ondersteund zullen aannemers ook zulke apparatuur willen gebruiken.”

De markt biedt inmiddels verschillende technieken om kabels en leidingen op te sporen. Dat kan bijvoorbeeld met grondradar. “Die techniek werkt echter minder goed in bodems met veel klei en water”, zegt Dorée.

Borstelmachines kunnen ook graafschade voorkomen. Dit materieel veegt grond van kabels en leidingen en zuigt de grond weg. Tot nog toe kunnen de borstels alleen goed overweg met zand. Er is nog veel te bereiken met verbetering en integratie van bestaande technologieën.

Reageer op dit artikel