nieuws

Een Eiffeltoren aan staal voor unieke monopiles

bouwbreed Premium

Van de funderingspalen voor de 43 windmolens van Luchterduinen is er niet een gelijk. SIF in Roermond walst ze uit ongekend dikke staalplaten. Ad Tissink

De masten van de windmolens voor Luchterdu inen, die straks 100 meter boven het water uittorenen zijn indrukwekkend. Dat vindt Michel Kurstjens ook. Niettemin zijn ze te klein voor het bedrijf waar hij commercieel directeur is. SIF in Roermond, groot geworden in de bouw van industriële drukvaten, legt zich sinds eind jaren negentig toe op de bouw van funderingspalen voor offshore windparken. En die ‘monopiles’ zijn nog net een maatje groter dan de masten die erbovenop komen. In de funderingen worden staalplaten verwerkt met diktes tot wel 14 centimeter. Kurstjens: “Dan moet je niet met plaatjes van 2 of 3 centimeter dik in de weer gaan. Dat is een andere tak van sport, waar andere wetten gelden. In onze wereld zijn zelfs de palen voor de 3 megawatt-turbines voor Luchterduinen al bescheiden. We zijn al klaar voor de bouw van de monopiles voor turbines met een vermogen van 8 megawatt. “

Het blijkt geen grootspraak van de commercieel directeur. Walsen, kranen en lasopstellingen in de bedrijfshal in Roermond zijn allemaal van de buitencategorie. In een kwartiertje is een 30 ton zware en 8 centimeter dikke staalplaat gebogen in de gewenste vorm. Het begin is nog het lastigst. Dan moet de voorste rol van de wals een aanzet maken in de plaat.

Maar zodra het begin van de bocht erin zit loopt de plaat soepel door de wals en krult tot een reusachtige ring met een doorsnee van 5 meter. Een romp, noemt Kurstjens het. Een romp is pas een romp als de twee uiteinden met poederdeklassen zijn verbonden. Eerst wordt er aan de binnenkant gelast, daarna aan de buitenkant. Vervolgens moet de romp opnieuw door de wals. Want door de hitte van het lassen zijn er spanningen ontstaan in de buis en wordt hij grilliger van vorm.

Lasdraad

Dan gaat de romp naar een andere hal waar hij met een kleine twi ntig andere rompen wordt samengelast tot een monopile. De buis draait daarbij continu rond, terwijl de lasinstallaties en lansen om het staal voor te verwarmen op hun plek blijven staan. Na 2,5 dag rondjes draaien zijn alle rompen verbonden tot een geheel. Er is dan ruim 2 ton lasdraad verwerkt.

SIF kan per week vier van dit soort palen realiseren. Elke maand verwerkt het bedrijf een Eiffeltoren aan staal tot monopiles. Elke paal heeft zijn eigen opbouw, afgestemd op de locatie waar hij terechtkomt. Gemiddeld zijn de palen zo’n 65 meter lang en wegen zo’n 650 ton. De wanddikte is altijd het grootst ter plaatse van de overgang van bodem naar water. Daarboven en daaronder worden dunnere platen toegepast. “Het zijn gemiddelden”, benadrukt Kurstjens. “Want elke paal is uniek en afgestemd op de waterdiepte en bodemopbouw op de plek waar hij uiteindelijk komt te staan.”

Stuk voor stuk krijgen de palen een telefoonboek mee aan documentatie. Alles is opgesteld onder toeziend oog van een leger van toezichthouders en kwaliteitsbewakers van SIF zelf, hoofdaannemer Van Oord en opdrachtgever Eneco. Bij de afname komen er vaak nog certificeerders van Det Norske Veritas Germanischer Lloyd over de vloer. Die hebben een dikke vinger in de pap in de offshorewindsector.

Standaardiseren

“Aan toezicht geen gebrek”, aldus Kurstjens. “Als het erom gaat een kostenbesparing van 40 procent te realiseren voor wind op zee, zoals de overheid zo graag wil, valt er volgens mij hier nog wel wat te halen. Het wiel wordt op dit moment op te veel plekken tegelijk uitgevonden. Engelsen, Duitsers en Nederlanders, ze hebben allemaal hun eigen manier waarop ze monopiles en andere onderdelen voor windmolens bouwen, gebaseerd op eigen normen. Door dat te standaardiseren kan er flinke winst worden geboekt en schaalvoordelen beter benut.“

projectgegevens

Reageer op dit artikel