nieuws

’Alles wordt totaal anders, niets blijft zoals het is’

bouwbreed Premium

De Nederlandse bouwsector geldt, na de overheidssector, als de meest conservatieve economische sector. Er zijn vele innovaties, maar grootschalig doorbreken lukt zelden. Ligt dat aan de sectorstructuur, de mentaliteit of aan te strenge regels van die andere aartsconservatieveling, de overheid?

Als Philips een nieuw scheerapparaat op de markt wil brengen, steekt het bedrijf enorme bedragen in onderzoek en ontwikkeling ervan. “Ze hebben zekerheid over afzet van pakweg vijftig miljoen exemplaren”, zegt Booosting-voorzitter Joost Heijnis. “Dat is het grote verschil met de bouw. Wij maken feitelijk alleen maar prototypes. En daar doen we nog lang over ook.”

Booosting werd opgericht om iets te doen aan het conservatisme in de bouw. Exact een kwart eeuw na de oprichtingsdatum heeft het platform voor koplopers in de bouw zich nog lang niet overbodig gemaakt. ‘Stenen stapelen’ doen we nog steeds, als een aansluiting verkeerd wordt gestort, hakken we er een stuk af en verbergen de misser door er een paar stenen voor te plakken. Het is Booosting een gruwel, maar er is lastig iets aan te doen, denkt Heijnis. De omloopsnelheid van een woning is anders dan van een scheerapparaat, afzetgarantie ontbreekt en ontwerper, fabrikant en verkoper zijn niet verenigd in één partij. Seriematig bouwen met demontabele elementen, zoals zijn organisatie bepleit, breekt mede daardoor lastig door.

Dat komt mede door risicomijdend gedrag van bouwondernemers, onderstreept hoogleraar Henk Volberda (Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit), schrijver van het boek ‘Innovatie 3.0’. Zijn ‘concurrentie- en innovatiemonitor’ wijst de bouw als minst innoverende Nederlandse sector aan. “Concurreren op prijs is makkelijker, risico nemen doen bouwers niet graag.” Kennelijk heeft dat ook te maken met de klant, constateert hij. Er bestaan al modulaire bouwvormen waarmee in één of enkele dagen een huis is te bouwen. En toch is het geen afzetsucces. “De klant gelooft er niet in. Raar, want in de meubelbranche werkt het wel, kijk naar Ikea.” Aan de andere kant lukte het de Zweedse meubelgigant niet een kant-en-klaar huis op de Nederlandse markt te brengen. Daarvoor bleek vooral de Nederlandse bouwregelgeving fnuikend.

Ketenintegratie

Transparante regelgeving is onmisbaar voor een innovatief klimaat, gelooft Volberda. Maar de bouw kan er zelf ook iets aan doen door zijn organisatievorm te verbeteren. Ketenintegratie – gekoppeld aan effectief leiderschap – kan de bouw beter in staat stellen om innovaties met succes op de markt te brengen, gelooft hij. Vergelijkbaar dus met de manier waarop Philips opereert op de scheerapparatenmarkt.

Een situatie waarin ontwerper, bouwer en mogelijk zelfs de gebruiker dezelfde zijn, lijkt ideaal. Wordt dat misschien mogelijk bij verdere optimalisering van 3D-printers, zoals die van DUS Architecten? Hun printer startte recentelijk in Amsterdam met printen – in pasklare onderdelen – van een grachtenpand.

Voorlopig moeten we vooral inzetten op actuele bouwgerelateerde problematiek, denkt Heijnis. Normaal is de doorlooptijd te groot om tot een innovatieversnelling te komen, maar dat geldt niet bij urgente kwesties als de Groningse aardbevingsproblematiek, kantorenleegstand, het snelgroeiend aantal ouderen die lang thuis blijven en de energieopgave. De wet van de grote getallen kan daar in het voordeel werken: er gaat veel geld naartoe en de verdienmogelijkheden zijn groot. Heijnis: “Op dat soort terreinen kan de bouw echt vlammen.” Hij pleit ook voor experimenten op het gebied van circulaire economie. Bijvoorbeeld met statiegeld op gebouwonderdelen. De grondstoffencrisis noopt daartoe.

Op dat terrein is architect Thomas Rau het experimentenstadium al ontstegen. Hij is de man die Philips benaderde voor licht in plaats van lampen. En dat is slechts het begin. In de toekomst is niemand meer eigenaar van gebouwen, gelooft Rau. Dat dwingt de producent van lampen en andere gebouwonderdelen op zo’n manier te produceren dat ze straks opnieuw zijn te gebruiken. Duurzaamheidsexperimenten vindt hij achterhaald, het zijn pogingen een systeem te repareren dat op instorten staat. “Alles wordt totaal anders, niets blijft zoals het is!”, roept Rau. “Niets is meer permanent, alles wordt semipermanent. We schrijven nu gebouwen af naar nul, in de toekomst schrijven we af naar minimale grondstofwaarde.” Zijn ideeën erover zette hij om in het platform Turntoo dat zich inzet voor de transitie van de huidige lineaire economie naar een circulaire economie. Een product op Turntoo-basis is een materieel grondstoffendepot: alle materialen blijven eigendom van de producent of leverancier. Het vereist radicale reorganisatie van de totale bouwketen, maar dat levert dan ook de motor op voor een eindeloze bron van innovatie. Wat er nu nog nodig is? “Een mentale transformatie voor bijna iedereen, om af te komen van de gewenning aan de huidige situatie. En dat is de lastigste. Het is als een roker van het roken af krijgen.”

Reageer op dit artikel