nieuws

‘Aannemer is nu echt opdrachtnemer’

bouwbreed Premium

Rijkswaterstaat merkt dat bouwers mondiger worden en groeien in hun rol van aannemer tot opdrachtnemer. Een positieve ontwikkeling, signaleert hoofdingenieur-directeur Cees Brandsen van Rijkswaterstaat aan de vooravond van de jaarlijkse marktdag.

Ruim 350 opdrachtnemers treffen de opdrachtgever donderdag 3 april in Westraven in Utrecht, het bolwerk van Rijkswaterstaat. Brandsen schetst alvast een beeld van de lastige marktomstandigheden en belooft dat de omzet van Rijkswaterstaat de komende jaren op een gelijk peil zal blijven van ongeveer 3 miljard euro. “De markt heeft vooral behoefte aan een constante stroom van opdrachten en daar kunnen we in voorzien.”

Hij ziet dat inschrijvers voorzichtig opereren en geen onnodige risico’s nemen. “Terecht worden wij ook vaker aangesproken als zaken niet op orde zijn of eisen onduidelijk geformuleerd. De markt begrijpt steeds beter wat wij vragen en kan steeds beter inspelen op onze behoefte om aantoonbaar te maken wat zij kunnen waarmaken. De aannemer is nu echt opdrachtnemer.”

Afgelopen jaren is er over en weer veel onbegrip geweest bij onder meer de prestatiecontracten, maar Brandsen constateerde ook dat veel opdrachtnemers een afwachtende rol kozen en niet het achterste van hun tong lieten zien. Inmiddels is sprake van een kentering en is met de introductie van ‘co-creatie’ de deur uitdrukkelijk opengezet naar samenwerking en gelijkwaardige verhoudingen. De markt pakt de handschoen op.

Brandsen constateert dat rond de gunning partijen elkaar lijken te begrijpen, maar in aanloop naar de uitvoering de meningen toch weer uiteen dreigen te lopen en dat die soms ontaarden in onbegrip en misverstanden. Het voornemen is daarop bij nieuwe projecten extra te letten met start-ups en extra afstemming.

Afgelopen jaren zijn veel strubbelingen geweest bij onder meer de Tweede Coentunnel, de A15 Maasvlakte-Vaanplein en de A4 Schiedam. De tunneltechnische installaties, extra eisen aan de Botlekbrug en onverwachte zandpalen zorgden voor stroeve verhoudingen en spanning, want met de megacontracten staan grote belangen op het spel. De lage inschrijfprijzen zetten de verhoudingen verder op scherp.

Bij de Coentunnel bood arbitrage uitkomst, gevolgd door scherpe onderhandelingen. Beide partijen moesten water bij de wijn doen en het MIRT-budget is met 150 miljoen euro opgehoogd. De gesprekken over de A15 Maasvlakte-Vaanplein lopen nog. Brandsen verwacht ze zeker dit jaar af te ronden, terwijl ook voor de zandpalen bij de A4 een werkbare oplossing is bedacht waarmee beide partijen vooruit kunnen.

Soepel

Zo loopt de uitvoering van de diverse projecten relatief soepel en weten marktpartijen de ruimte bij de moderne innovatieve contracten goed in te vullen. Brandsen roemt de “sublieme voorbereiding” van de renovatie van de Eerste Coentunnel, en heeft bijvoorbeeld ook relatief weinig omkijken naar de A2 Maastricht en de verbreding van het Wilhelminakanaal.

De nieuwe Aanbestedingswet bracht Rijkswaterstaat niet in een lastig parket waar het bundelen van opdrachten – “stapelen is uit den boze” – en betere kansen voor midden- en kleinbedrijf betreft. “Om zo min mogelijk hinder en afzettingen op de weg te veroorzaken, is het handig als maaien, verlichting en onderhoud voor langere tijd in één hand is.”

De inkoopstrategie is dan ook niet aangepast en het mkb krijgt nog steeds ongeveer 80 procent van de opdrachten. “Dat is wel een stuk minder dan 80 procent van de omzet.” Ook de aangescherpte motiveringsplicht voor inschrijvers die afvallen, blijkt mee te vallen. Brandsen constateert dat Rijkswaterstaat daar prima mee uit de voeten kan en merkt op dat de Aanbestedingswet geen aanleiding was voor rechtszaken.

Reageer op dit artikel