nieuws

Vrijwillige aanbestedingen

bouwbreed Premium

Vrijwillig aanbestedende private partijen zetten regelmatig inkoopprocedures op die grote gelijkenissen vertonen met door verplichte aanbesteders te voeren aanbestedingsprocedures. Bij deze inkoopprocedures is het de vraag in hoeverre de beginselen van aanbestedingsrecht van toepassing zijn. Deze vraag kwam aan de orde in een onlangs gehouden kort-gedingprocedure (ECLI:NL:RBDHA:2013:18500). Een stichting had een inkoopprocedure opgezet, die sterke […]

Vrijwillig aanbestedende private partijen zetten regelmatig inkoopprocedures op die grote gelijkenissen vertonen met door verplichte aanbesteders te voeren aanbestedingsprocedures. Bij deze inkoopprocedures is het de vraag in hoeverre de beginselen van aanbestedingsrecht van toepassing zijn. Deze vraag kwam aan de orde in een onlangs gehouden kort-gedingprocedure (ECLI:NL:RBDHA:2013:18500).

Een stichting had een inkoopprocedure opgezet, die sterke gelijkenis vertoonde met een aanbestedingsprocedure. In het bijbehorende inkoopdocument had de stichting de toepassing van deze beginselen niet nadrukkelijk uitgesloten. Een van de deelnemers was van mening dat het gelijkheids- en transparantiebeginsel dus van toepassing waren op deze inkoopprocedure omdat de precontractuele goede trouw en de redelijkheid en billijkheid dit met zich meebrachten.

De stichting was echter van mening dat deze beginselen niet van toepassing waren. In het inkoopdocument was namelijk duidelijk vermeld dat de stichting niet aanbestedingsplichtig was, dat de Europese en nationale regelgeving niet op de procedure van toepassing was en dat de regeling van het inkoopdocument leidend was. Daarmee was volgens de stichting de toepasselijkheid van de beginselen uitgesloten.

De voorzieningenrechter overwoog dat de eisen van redelijkheid en billijkheid die de precontractuele fase beheersen, mee kunnen brengen dat een aanbestedende private partij gehouden is om deze beginselen in een vrijwillige aanbesteding ook toe te passen. De toepasselijkheid is onder meer afhankelijk van de aanbestedingsvoorwaarden en de verwachting die de deelnemers op basis daarvan redelijkerwijs mochten hebben. Daarbij verwerpt de rechter bovenstaand verweer van de stichting omdat deze vermelding niet nadrukkelijk de toepasselijkheid uitsluit en de mededeling zich op zich laten verenigen met die beginselen. Uit de voorwaarden blijkt nergens dat de stichting zich alle vrijheid van handelen zodanig voorbehoudt dat dit handelen zich niet met de aanbestedingsrechtelijke beginselen zou laten verenigen. Wel blijkt juist uit die voorwaarden dat de stichting beoogde verifieerbaar en transparant te handelen. Op grond van de aanbestedingsvoorwaarden konden potentiële aanbieders redelijkerwijs verwachten dat de stichting de beginselen van gelijkheid en transparantie in acht zou nemen, zodat de stichting in deze vrijwillig gehouden inkoopprocedure diende te handelen overeenkomstig deze beginselen.

Reageer op dit artikel