nieuws

‘Markt voor passiefhuisrenovatie is het pioniersstadium voorbij’

bouwbreed

l – Begrijp architect Erik Franke niet verkeerd. Na 40 jaar tegen de stroom inroeien om energiezuinige bouw van de grond te krijgen, ziet hij zijn visie op bouw eindelijk breed omarmd worden en prijst hij zich daarover gelukkig.

< vervolg van pagina 1

De kwaliteit van de producten en processen die nodig zijn voor passiefhuisrenovatie neemt rap toe. Tegelijk dalen de prijzen flink, dankzij het groeiende volume in deze markt en de toenemende ervaring ermee bij bedrijven en opdrachtgevers. Twee effecten, weet hij, die elkaar versterken. “De ontwikkeling naar deze aanpak is stevig in gang gezet en niet te stoppen.”

Afspraken zijn gemaakt, in nationaal en internationaal verband, over de reductie van de CO 2-uitstoot in de gebouwde omgeving. Die zal vooral moeten worden gerealiseerd in de (sociale) huursector. Particuliere eigenaren van bestaande woningen, weet Franke, zien op tegen de vereiste investeringen. Reden waarom renovaties naar een hoog niveau zoals volgens de passiefhuisnorm, in dat deel van de markt voorlopig maar heel beperkt zijn te verwachten.

Corporaties hebben de afgelopen jaren het voortouw genomen voor het maken van enorme energiesprongen. Met hun langetermijnperspectief en het besef dat de woonlasten voor hun doelgroep beheersbaar moeten blijven, moeten de benodigde hoge investeringen geen bezwaar zijn.

Pioniers

De hoge ambities betekenen een enorme omslag ten opzichte van de praktijk die tot in het recente verleden gangbaar was, waarin bij (ver)bouwprojecten de norm van het Bouwbesluit gold als het absolute maximum. “Aanvankelijk waren het juist particulieren, in een bescheiden aantal, die veel verder wilden gaan. Zij waren de pioniers.”

Erik Franke is dat laatste op professioneel niveau, al decennia lang. In de jaren zeventig van de vorige eeuw werkte hij al in dienst van het Delftse architectenbureau Hopman aan de ontwikkeling van energiezuinige woningen. Veertig jaar nadien blijken passiefbouw en energieneutrale woningen breed te zijn omarmd als nieuwe standaard. Een die bovendien de energiezuinige woning uit zijn begintijd ver voorbij is. Hij telt zijn zegeningen en stelt enthousiast vast: “Ongelooflijk.”

Niettemin, hij zag het eerder gebeuren. Dat op veelbelovende ontwikkelingen de terugslag volgde. In de jaren tachtig van de vorige eeuw verstoorden de lage olieprijzen veel mooie plannen. Energiebesparing en de opwekking van alternatieve energie verdwenen van de agenda van zowel politiek als marktpartijen. Later kwamen ze er weer op, gingen ze er (deels) weer vanaf en kwamen ze er weer op.

Deze keer ziet Franke in de financiële perikelen bij corporaties een bedreiging voor de continuïteit. Net, verzucht hij, nu tal van bedrijven zich flink hebben inspannen om goed voorbereid te zijn op de nieuwe opgave. “Die staan te popelen om hun bijdrage te leveren.”

Zowel overheid als marktpartijen zijn er nog steeds van overtuigd dat de gebouwde voorraad op termijn energieneutraal moet worden. Reden voor Franke hoop te houden dat het alsnog allemaal goed komt.

Gevecht

De hoge ambities voor de gebouwde omgeving zijn vastgelegd in een reeks afspraken. Maar hiermee is de uitvoering en het tempo waarin dit gebeurt, geenszins zeker, ziet Franke een adder onder het gras. “Corporaties zijn in een gevecht verwikkeld met minister Blok over de verhuurdersheffing en brengen hun investeringen omlaag, ook die voor renovaties. Ik wil ze erop wijzen dat ze de zaken ook anders kunnen bekijken. Op basis van goede berekeningen kan het benodigde geld beschikbaar komen omdat daarmee rendement valt te behalen. Dan zou zelfs een commerciële investeerder de investering voor zijn rekening kunnen nemen.”

Voor het eveneens op gang krijgen van de aanpak van de particuliere voorraad zit daarin wellicht ook een oplossing, hoopt hij. Het kenniscentrum Platform31 verkent momenteel de mogelijkheden voor dit segment bij bouw- en financiële partijen. Maar hoe dan ook staat de ontwikkeling van plannen voor een adequate aanpak van de particuliere woningen nog in de kinderschoenen. Reden waarom deze volgens Franke vooral iets zal zijn voor de langere termijn. “Premies of belastingkortingen als je energiezuinig renoveert, kunnen helpen, blijkt bijvoorbeeld al in België en Duitsland.”

De passiefhuisnorm is volgens hem niet meer of minder dan een rekenmethode om te komen tot woningen die weinig toegevoegde energie nodig hebben voor verwarming. De norm is bij nieuwbouw een maximale warmtebehoefte van 15 kilowatt per vierkante meter per jaar. Bij renovatie is dat 25 kilowatt. “Omdat je dan bijvoorbeeld de oriëntatie op de zon niet meer kunt aanpassen voor een maximale benutting van passieve energie.”

De rekenmethode geeft volgens hem een betrouwbaarder beeld dan andere methoden zoals de epc. Dat geldt ook als de passiefhuisstandaard niet wordt bereikt. “Want de norm geeft ook helderheid over andere beoogde prestatieniveaus, indien daarvoor om wat voor reden ook moet worden gekozen.”

Hét grote voorbeeldproject voor passiefhuisrenovatie is de recente aanpak van 246 rijtjeswoningen uit de jaren zestig in de Roosendaalse wijk Kroeven – het eerste in Nederland op deze schaal – heeft geleid tot een doorbraak in Nederland, ziet Franke. “Het zette circa zestig bedrijven aan het werk, waaronder ook de aannemers en toeleveranciers die uiteindelijk niet aan het project meededen. Leveranciers ontwikkelden nieuwe gecertificeerde producten die daarna reeds werden toegepast bij verschillende andere passiefhuisrenovaties die werden uitgevoerd naar het voorbeeld in Roosendaal.

Haalbaarheid

Een nieuwe stap die moet worden gezet, is de aanpak van nog eens 84 woningen van hetzelfde type in deze wijk. De corporatie neigt naar een lager niveau, label B of mogelijk net label A. Reden voor Franke en zijn medelobbyisten van de Stichting Passiefhuis Holland aan de bel te trekken met berekeningen die de haalbaarheid van een vergelijkbare aanpak als bij de eerste 246 woningen moeten aantonen. “Zeker omdat de prijs nog een stuk lager kan zijn.”

Behalve het financiële verhaal ziet hij in passiefhuisrenovatie een betere kans om de huizen en de buurt niet alleen technisch op te knappen maar ook een aantrekkelijker aangezicht te geven.

Franke onderstreept dat de markt het pioniersstadium voorbijraakt, waardoor een hoge kwaliteit binnen bereik ligt tegen beduidend lagere kosten. “Op zowel energetisch, architectonisch als stedenbouwkundig niveau.” Reden om stevig door te zetten, meent hij, “zeker nu de benodigde kasstroom binnen bereik ligt. We moeten deze ontwikkeling vasthouden.”n

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels