nieuws

‘De veiligheid is nog steeds onvolledig op orde’

bouwbreed

De schuiven zijn het probleem niet. Die worden goed onderhouden, gebreken aan de coating zijn hersteld en als het bewegingswerk hapert ziet iedereen het en valt er niets te ontkennen. Ook over het beton van de pijlers maakt Frank Spaargaren zich geen zorgen. Dat is zo robuust uitgevoerd, daar hoeft niemand de komende decennia naar […]

De schuiven zijn het probleem niet. Die worden goed onderhouden, gebreken aan de coating zijn hersteld en als het bewegingswerk hapert ziet iedereen het en valt er niets te ontkennen. Ook over het beton van de pijlers maakt Frank Spaargaren zich geen zorgen. Dat is zo robuust uitgevoerd, daar hoeft niemand de komende decennia naar om te kijken.

Maar die bodembescherming, die ervoor moet zorgen dat er geen zandkorreltje kan wegspoelen onder de fundering van de pijlers. Dat is een ander verhaal. De dynamische bodem van de Oosterschelde is destijds met speciale blokkenmatten tot 600 meter aan weerszijden van de kering gefixeerd. Maar waar die matten ophouden schuurt het water met grote kracht diepe kuilen uit.

Dat had het ontwerpteam natuurlijk voorzien, stelt Spaargaren resoluut. Niet voor niets was er een programma opgesteld om die kuilen tijdig af te storten met breuksteen of slakken. “We hadden verwacht dat de situatie zich na een jaar of tien zou stabiliseren op een kuildiepte van maximaal 25 meter. Soms leek dat ook te gebeuren, als het water op een kleilaag stuitte. Maar zodra die was doorbroken groeiden de kuilen verder.”

Het staat allemaal te lezen in het rapport ‘Beheer Oosterscheldekering nader bekeken’, dat minister Schultz vorige week naar de Kamer stuurde. In datzelfde rapport staat ook dat Rijkswaterstaat jaarlijks nog tweemaal met een boot uitvaart die met een multi-beam sonar de bodembescherming nauwgezet in kaart brengt. Daar is niets aan veranderd na de grote bezuinigingsoperatie uit het jaar 2000. Rijkswaterstaat bracht toen de onderhoudsploeg voor de kering terug van zestig naar zestien man. Daar zat geen waterbouwkundige meer bij. En met de uitkomst van die minutieuze metingen gebeurde niets meer.

Zettingsvloeiingen

Spaargaren kwam daar begin vorig jaar achter toen hij de survey-kaarten onder ogen kreeg omdat hij om advies was gevraagd over de bouw van een getijdecentrale in de Oosterschelde. Hij aarzelde geen moment toen hij de tot 35 meter diepe ontgrondingskuilen vlak bij de blokkenmat ontwaarde. Door instortingen van die kuilen, zettingsvloeiingen, was al heel wat zand onder de blokkenmat vandaan gespoeld en was de rand over een grote lengte verzakt. Maar ernstiger nog was de dijk op de Noordbevelandse oever waarvan de teen aan de rand van zo’n kuil stond, zonder dat Rijkswaterstaat of het waterschap het in de gaten had. Toen Spaargaren de situatie meldde maar geen gehoor vond binnen Rijkswaterstaat Zeeland, stapte hij met vijf andere Oosterscheldebouwers van het eerste uur naar directeur-generaal Jan Hendrik Dronkers. Daar vond hij wel gehoor en de meest bedreigende kuilen werden direct afgestort met staalslakken. Ook werd toegezegd dat er een herstelplan zou komen voor de beschadigde randbalk. Maar daarna bleven verdere bestortingen te lang uit. Veel te lang naar de zin van Spaargaren en consorten. Nadat er berichten in de media doorsijpelden en de minister daar met sussende woorden op reageerde, stuurden ze een brief op hoge poten aan de Tweede Kamer en de Provinciale Staten van Zeeland.

Het interne Waterstaatrapport dat minister Schultz vorige week naar de Kamer stuurde was de laatste stap in de publicitaire strijd die sindsdien ontrolde. Het noopte Spaargaren direct weer in de pen te klimmen en landelijke en provinciale politici erop te wijzen dat de antwoorden van de minister niet spoorden met het rapport. “Bovendien gaat de minister voorbij aan het feit dat buitenstaanders de onveilige situatie aan het licht brachten. De ontgrondingskuilen zijn nog steeds niet voldoende gestabiliseerd en een lange termijn plan ontbreekt. De veiligheid is dus nog steeds onvoldoende op orde.”

Hoofdoorzaak van de problemen is volgens Spaargaren het gebrek aan waterbouwkundige kennis bij Rijkswaterstaat. “De dienst wordt tegenwoordig bestuurd door breed geschoolde managers. Dat is nog tot daar aan toe als de laag onder hen maar verstand van zaken heeft. Maar in het geval van Rijkswaterstaat Zeeland moeten er nog twee niveaus in de hiërarchie worden doorlopen voordat er enig van benul van waterbouw te vinden is. De hoofdingenieur-directeur in Zeeland is een econoom, het hoofd natte werken daaronder heeft Nederlands gestudeerd, het districtshoofd heeft een achtergrond in de automatisering en de manager van de kering is afkomstig van de Belastingdienst. De mensen daar weer onder, die nog wat weten van natte waterbouw, vonden geen gehoor als ze iets aankaarten.”

Die bedroevende situatie doet zich volgens Spaargaren niet alleen in Zeeland voor, maar breder binnen Rijkswaterstaat. “Dat je alle waterbouwkundige kennis delegeert aan onderzoek- en ingenieursbureaus, zodat Rijkswaterstaat naar believen kan inkopen, berust op een denkfout. Want daardoor raakt de kennis hopeloos versnipperd en heeft niemand nog de benodigde ervaring om totaal ontwerpen te maken en te toetsen. “Aannemers, ingenieursbureaus, Deltares… ze beheersen allemaal een stukje van het proces, maar niemand overziet nog het geheel. En dan zal je zien dat bij een aanbesteding voor een ontwerp het bureau met de minste ervaring wint, omdat ze ongehinderd door enige kennis een veel te lage prijs afgeven.”

Heel langzaam begint de boodschap van Spaargaren en consorten aan te komen. Deze week praat hij met de gedeputeerde in Zeeland. De gemeente Noord-Beveland organiseert donderdag een voorlichtingssessie op het gemeentehuis. En volgende maand vindt er een rondetafelconferentie plaats op initiatief van directeur-generaal Dronkers. Maar het gaat allemaal te langzaam. Het verzandt in mooie woorden en beloftes die, nu er verder bezuinigd moet worden, nauwelijks zijn waar te maken. Zeker als de minister het allemaal bagatelliseert.”

Als deze laatste hartekreten niet aanslaan houdt het voor Spaargaren en consorten op. “We willen geen gekke henkie worden. We zijn stapje voor stapje geklommen in de organisatie en hebben onze zorgen op steeds hoger niveau onder de aandacht gebracht. Nu moet de politiek het oppikken. Want bij de politiek ligt de hoofdoorzaak van de problemen. Het afslanken en de markt opsturen van Rijkswaterstaat, dat zo’n cruciale taak heeft voor de veiligheid van ons land, is onverantwoord. De gevolgen zijn nu onmiskenbaar duidelijk bij de Stormvloedkering, maar zullen dan ook op andere plekken in Nederland zichtbaar worden.” n

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels