nieuws

Verkoop tafelzilver levert niet altijd het gehoopte op

bouwbreed

De financiële nood van de overheid is zo hoog gestegen dat de oplossing zelfs wordt gezocht in verkoop van het ‘tafelzilver’, in casu ABN Amro. Jos Feijtel voegde er gisteren in Cobouw de verkoop van de rijksaandelen in de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) aan toe. De achterliggende gedachte, investeringsruimte creëren, is sympathiek. Maar de opbrengst valt tegen.

Premier Mark Rutte en PvdA-leider Diederik Samsom verdringen elkaar bij wijze van spreken van het podium om duidelijk te maken dat geld moet rollen om de economie te stimuleren. Zij bedoelen particulier geld, want de overheid heeft niets te laten rollen.

Oud-topambtenaar Jos Feijtel vindt dat de overheid ook moet bijdragen. Beseffend dat die niet staat te springen om geld uit te geven, lanceert Feijtel het idee om de helft van de aandelen van BNG in bezit bij het Rijk te verkopen aan de gemeenten. ABN Amro verkopen, wat meer zou opleveren, zat er al niet meer in omdat het te weinig oplevert.

Hetzelfde geldt echter ook voor de aandelen BNG. Feijtel begint al met een foutje door de waarde van de aandelen gelijk te stellen met het eigen vermogen van 2,7 miljard. De staatsaandelen leveren in die berekening dus 1,35 miljard op. Geen bedrijf of bank heeft een aandeelhouderswaarde die gelijk is aan het eigen vermogen. Meestal ligt de aandeelhouderswaarde hoger. Hoeveel het bij BNG is, weet niemand. Er is nog nooit een bod op de bank gedaan, vandaar.

Het tweede foutje is dat Feijtel ervan uitgaat dat de dividenduitkering bestaat uit de totale nettowinst. Een kijkje in het jaarverslag van BNG leert dat van 2008 tot en met 2010 de bank 50 procent van de nettowinst heeft uitgekeerd en de laatste twee jaar 25 procent. Dat maakt de berekening van de opbrengst aan de kant van de gemeenten dus onjuist. Aan de andere kant is daardoor het ‘verlies’ aan dividendinkomsten voor het Rijk weer veel lager.

Daarmee is het idee van Feijtel nog niet waardeloos. Hij heeft op het punt van de verplichte buffers voor corporaties wel gelijk. Om problemen met rentederivaten te voorkomen, is besloten dat corporaties een buffer moeten aanhouden van 2 procent. Een overdreven risicoreflex naar aanleiding van de problemen bij Vestia, noemt Feijtel dat. Het betekent dat 2,4 miljard aan corporatievermogen op de plank moet blijven liggen. Met de verhuurdersheffing oplopend tot 1,7 miljard in 2017 betekent dit dat de investeringsruimte tegen die tijd 4,1 miljard lager uitkomt.

De oplossing van minister Blok (wonen) werkt zeker op de korte termijn evenmin. Hij wil dat de corporaties vastgoed afstoten. Aan wie, is de grote vraag.

De conclusie van Feijtel dat zonder verhoging van de staatsschuld er mogelijkheden zijn om geld te genereren ter stimulering van de economische motor, blijft ondanks de rekenfoutjes recht overeind. Het Rijk heeft nog deelnemingen die geld kunnen opleveren dat gebruikt kan worden om geld te verdienen. Dat bewijst Duitsland met het programma voor transitie naar hernieuwbare energie. Alle berekeningen daarover tonen aan dat elke overheidseuro diezelfde overheid 4 tot 5 euro oplevert. Een dergelijk rendement is met deelnemingen nooit te behalen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels